Organisatie

Bergman Clinics maakt waarde met volume

Bij Bergman Bewegingszorg in Naarden worden per jaar veel meer schouder- en knieoperaties uitgevoerd dan in reguliere ziekenhuizen. De zorg is er bovengemiddeld goed en de kosten blijven onder gemiddeld. VBHC in de praktijk.

De kliniek staat van oudsher bekend om de cosmetische ingrepen.  Toen de veranderde zorgwet kansen in 2006 bood, werd het aanbod verbreed naar onder andere orthopedie, oogzorg, darmonderzoek, dermatologie & spataderzorg en bekkenbodem-problematiek. Een groot deel van de ingrepen die onder de planbare medische zorg vallen, worden tegenwoordig in de verschillende focusklinieken van  Bergman Clinics aangeboden. Daarmee is inmiddels  meer dan 80 procent  van de door Bergman Clinics geleverde zorg vergoed vanuit het basispakket.

Toepassen VBHC

De praktijk heeft uitgewezen dat deze focusklinieken heel geschikt zijn voor het toepassen van de principes van value based healthcare. Bij Bewegingszorg in Naarden zijn hiertoe acht zorgpaden ingericht. Er worden per jaar rond de 18.000 nieuwe cliënten behandeld, waarvan een derde wordt geopereerd. Vorig jaar waren er rond de 600 heupprotheses, werden er 550 knieën geopereerd, 550 keer kniebanden en 1800 schouders.

Ivo Piest, COO Bergman Clinics “We doen in Naarden  een beperkt aantal dingen. Die doen we heel vaak en uit data en analyse blijkt dat we het goed doen. Juist omdat we een focuskliniek zijn, kunnen we helemaal vanuit de aandoeningen werken. Dat lukt in een algemeen ziekenhuis vaak niet.

Bewuste keuze

Steeds meer patiënten weten de weg naar de focuskliniek te vinden, net als steeds meer verwijzers. Commercieel directeur Christiaan Boer:  “We hebben het hier heel bewust niet over patiënten maar over cliënten. Ze komen voor de kwaliteit, cliëntgerichtheid bejeging en korte toegangstijden. Naar  ons toe gaan,  is een hele bewuste keuze . Steeds meer huisartsen en cliënten maken samen die bewuste keuze.”

Piest: “In het zorgstelsel gaat per jaar ongeveer 28 miljard euro om. Daarvan is 40 procent electieve zorg. Hiervan neemt Bergman Clinics 100 miljoen voor zijn rekening. We zijn dus nog relatief klein qua zorgvolume, maar de ingrepen die we doen, doen we zeven tot tien keer vaker dan gemiddeld. Het gaat er niet om hoe groot een instelling is, maar hoe relevant deze is op de zorgvraag van de cliënt. Je bent relevant als je organiseert rond aandoeningen. Veel cliënten zijn verrast door de snelheid. In één dag hebben ze een volledige diagnose en een gesprek over een behandelplan. Dat is heel normaal voor elke sector,  behalve voor de zorg. We zijn het normaal gaan vinden dat we ergens lang moeten wachten, simpelweg omdat er geen referentiekader was in de zorg dat het ook anders georganiseerd kan worden.”

Onnodig duur

Toch worden nog op veel te veel plekken in Nederland recht toe recht aan  knie- en schouderingrepen uitgevoerd. Piest: “In algemene ziekenhuizen ontstaat voor iedere patiënt min of meer een traject van zorg, omdat de processen niet strak zijn georganiseerd rondom zo’n behandelpad.  Dat is onnodig duur.  60 tot 70 procent van de cliënten past keurig binnen een behandelpad en is daardoor heel efficiënt beter te maken. Omdat we hier zulke grote volumes organiseren, kunnen wij dat beter dan algemene ziekenhuizen, te weten: betere uitkomsten, lagere kosten en een hogere klanttevredenheid door veel aandacht voor de individuele client. Die tijd is er namelijk als je zaken ‘bedrijfsmatig’ organiseert, zoals in elke sector met professionele dienstverlening.

Volgens clinicmanager Bastiaan Ruizeveld de Winter heeft ‘zijn’ kliniek  de ideale omvang. “We zijn groot genoeg voor schaaleffecten, maar ook klein genoeg voor efficiency en persoonlijk contact. We benutten het volume optimaal. Onze vier operatiekamers zitten  vijf dagen per week vol. We hebben daarnaast vijftig patiëntenkamers. De duurste tijd is de OK, daar moet de ‘fabriek’  optimaal blijven draaien om kosten te beheersen. We voeren hier voor bepaalde indicaties acht operaties op een dag uit, dat zijn er ergens anders maar vier of vijf. Daarmee helpen we mee de zorgkosten in Nederland te verlagen.”

Leuk werk

Maarten van der List is orthopedisch chirurg in de kliniek in Naarden. Hij is helemaal gespecialiseerd in schouders. “Ik krijg heel vaak de vraag of dat niet saai is. Maar als je in iets specialiseert, wordt je er steeds beter in. Je bouwt een naam op en mensen komen speciaal voor jou Dat maakt het werk juist leuk. “

Een groot verschil met een regulier ziekenhuis zit  volgens hem daarnaast ook in de bejegening. “Het is hier kleinschalig. Bovendien kijk ik de cliënten aan tijdens mijn spreekuur. Ik ga niet achter een computer zitten, dat doet mijn assistent. Die neemt een vragenlijst af. Ik kom vervolgens binnen, kijk naar de antwoorden en voer het lichamelijk onderzoek uit. Ik kan me helemaal op de cliënt richten omdat mijn assistent aantekeningen maakt. Het dossier moet natuurlijk bijgehouden worden, maar waar staat dat ik dat als arts tijdens een consult moet doen?”

Als Van der List zijn bevindingen heeft doorgesproken met de cliënt, gaat hij verder naar een andere spreekkamer. “De assistent neemt alles nog een keer met hem of haar door en beantwoordt vragen. Het is onze ervaring dat cliënten gemakkelijker vragen aan de assistent stellen dan aan de arts, de drempel is lager.”

Waardebreuk

VBHC gaat over de waardebreuk met bovenaan de kwaliteit en onderaan de kosten. De discussie richt zich heel vaak op de bovenkant, maar voor de verzekeraar is met name de onderkant van belang. Bij Bergman Clinics lukt het om de beide te combineren.

De kosten zijn lager dan in de algemene ziekenhuizen, maar dat blijkt niet altijd uit de cijfers. Boer neemt als voorbeeld de heupprothese. “In Nederland  betaalde de verzekeraar vijf jaar geleden rond de 10.000 euro, nu nog 8.000 en het kan minder. De prijzen van onze klinieken worden gebruikt voor de benchmark in ziekenhuizen. Die verlagen hun prijzen voor deze operaties zodat ze  op onze prijs zitten, maar ze verhogen gewoon de prijs van ingewikkelde ingrepen. Ze krijgen per saldo dus nog evenveel  en zelfs nog meer betaald. Virtueel zitten ze som op ons tarief, dat maken ze weer goed op de dure programma’s waar minder concurrentie is. “Wij maken een deel van de markt transparant, maar daardoor wordt een andere deel juist minder transparant.”

Vies woord

Commercieel is voor sommigen een vies woord als het om zorg gaat, maar volgens Ruizeveld de Winter is het commerciële element essentieel voor goede zorg. Commercieel wil volgens hem zeggen dat een zorginstelling zo optimaal mogelijk gebruik maakt van de resources.   “En dan kun je er niets tegen hebben. Als je aan de artsen vraagt wat ze nodig hebben aan apparatuur, gaan ze vaak automatisch voor de Tesla onder de MRI’s. Als zo’n apparaat maar tien keer per jaar gebruikt wordt, voldoet een Volkswagen  ook. Het gaat erom de cliënt zo goed mogelijk te bedienen. Hierdoor blijf je als organisatie financieel gezond en kun je duurzame zorg leveren.”

Te veel emotie

Het verbaast Piest niet dat het Slotervaart ziekenhuis failliet is.  “Het ziekenhuis was niet echt nodig. Alle patiënten kunnen prima op een andere plek terecht. Er zit veel te veel emotie in de discussie. Maar het is een verspilling van zorgbudget om een onrendabel ziekenhuis in de lucht te houden. Hij ziet een zorglandschap voor zich met veertig systeemziekenhuizen, een aantal academische centra en verder focusklinieken.

Nadeel van het poldermodel is dat ziekenhuizen veel te lang overeind worden gehouden en dat vervolgens heel abrupt ingrijpen nodig is. Dat geeft veel commotie en de emotie reageert. Piest: “Je hoort patiënten zeggen dat ze naar een ander ziekenhuis moeten en dat alle onderzoeken dan weer opnieuw gedaan moeten worden. Ze gaan er per definitie van uit dat ziekenhuizen logge en inefficiënte organisaties zijn waar je lang moet wachten. Dat is nog steeds de norm geworden en dat is natuurlijk raar.”

 

Reacties