Validering / kennisdeling

Cordaan loopt voorop met VBHC in de care

De care blijft achter bij de cure als het gaat om VBHC. Toch zijn er goede voorbeelden, zoals Cordaan. Monique Slee-Valentijn over de winst van waardevolle zorg in de care.

Monique Slee-Valentijn, leider van Expertisecentrum Geriatrische Revalidatiezorg van Cordaan,  is van huis uit  internist met als specialisme ouderengeneeskunde.  Ze schreef een vlammend betoog over VBHC in de care. Op basis daarvan werd ze geselecteerd om een week een intensieve training te volgen bij Michael Porter in Boston.

Slee-Valentijn: “Care-instellingen doen eigenlijk al veel wat bij het gedachtegoed van Porter past, alleen claimen ze dat niet. Ze zijn al ver met het meten van uitkomsten. De revalidatiezorg gebruikt de Barthel Index om de algemene dagelijkse levensverrichtingen van patiënten bij opname en ontslag in kaart te brengen. CVerpleeghuizen meten kwaliteit van leven en patiëntervaringen.”

Verschil

Slee-Valentijn ziet wel een verschil met de aard van de indicatoren in ziekenhuizen. “Succesverhalen uit de cure zijn meer ééndimensionaal. Ziekenhuizen proberen iets wat kapot is weer beter te maken. Ouderen in de care bevinden zich op een hellend vlak. Het gaat niet om beter worden, maar om enig herstel, waardoor bepaalde functies behouden kunnen blijven. Doelen zijn dus in de care wat lastiger te formuleren. Moeten ouderen weer naar huis kunnen, weer zelfstandig kunnen traplopen of zich gelukkig voelen?’

Terugkoppeling

Wat de care vergeleken bij de cure nog niet zo goed doet, is de terugkoppeling van de uitkomsten aan de betrokken professionals. Artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten en ergotherapeuten moeten inzicht krijgen in de effecten van hun interventies. Van de professionals wordt een lerende houding verwacht. Door verschillen te vergelijken met andere aanbieders kunnen ze de zorg beter maken. Care-instellingen moeten er ook niet voor terugdeinzen open te zijn over hun uitkomsten. ‘Verscheidene revalidatiecentra publiceren nu hun ligduurcijfers. Bij sommige bedraagt die 36 dagen, bij andere 31. Van die verschillen kunnen we leren.”

Anders organiseren

Volgens de principes van VBHC behoren zorgorganisaties zich anders te organiseren. Ze moeten werken in multidisciplinaire teams, georganiseerd rond een bepaalde aandoening. De zorgprofessionals concentreren zich op een bepaalde aandoening. Bij Cordaan zijn er nu gespecialiseerde zorgpaden voor orthopedie, CVA, hart-falen en COPD.
“Ik heb me altijd verbaasd hoe slecht de zorg voor ouderen door de keten heen is. Bij VBHC gaat om de full cycle of care’, benadrukt Slee-Valentijn. “De reis van de patiënt langs de verscheidene zorgverleners moet echt centraal staan en niet het stukje zorg dat elke medische discipline doet. Het draait niet om de afzonderlijke uitkomsten van de orthopeed die er een nieuwe heup inzet en de specialist ouderengeneeskunde die een revalidatieprogramma opstelt. Bij VHBC moet je kijken wat al die interventies voor uitkomsten geven op de lange termijn.”

Schakels

Verpleeghuizen zullen volgens Slee-Valentijn veel meer schakels worden tussen ziekenhuizen en ouderen die thuis wonen. Soms zullen ouderen kortere tijd verblijven in een verpleeghuis als het thuis even niet meer gaat of als ze herstellen van een operatie. Voor een deel van de ouderen zal permanente opname nodig zijn.

Relevante uitkomsten

“Verpleeghuizen moeten veel scherper krijgen wat relevante uitkomsten zijn voor ouderen die worden opgenomen. Ze moeten in kaart brengen wat precies de zorgvraag is, verspreid over de dag, en welke inzet aan personeel daarvoor nodig is. Beslissingen over inzet van personeel kunnen zo veel meer data-gedreven zijn. Ik ben ervan overtuigd dat op die manier veel kosten kunnen worden bespaard.”

Bron: Zorgvisie

Reacties