De volgende generatie implementatieprofessionals

Tijdens het EIE is er speciale aandacht voor professionals – onderzoekers en praktijkmensen - die nog niet zo lang werkzaam zijn binnen het implementatiedomein. Wat drijft professionals om met implementatie aan de slag te gaan? Waar lopen early career professionals tegenaan en welke behoefte er is aan training en ondersteuning?

KiZ-redacteuren Peter van Splunteren en Barbara van der Linden spraken met drie early career professionals: Leah Bührman, wetenschappelijk secretaris Europees Implementatie Collaborative (EIC) en promovendus aan de Universiteit van Amsterdam en Vrije Universiteit Amsterdam, Esther Bisschops, scientist practitioner academische werkplaats ’s Heeren loo en Vrije Universiteit Amsterdam en Eva de Groot, onderzoeker en adviseur bij Berenschot, team Zorg.

Meer weten over de onderzoeken waar Eva de Groot en Esther Bisschops mee bezig zijn? Klik hier >>

Waar loop je zoal tegenaan als beginnend implementatie-onderzoeker?

Esther Bisschops: “Er is in de praktijk weinig kennis over wat werkt bij implementatie, en zeker geen wetenschappelijke kennis. Dus je bent, als je je verdiept in implementatie, al gauw de expert. Maar als beginnend onderzoeker moet je zelf ook nog op zoek naar bruikbare kennis. En dat was voor mij, toen ik aan het promotietraject (zie bovenstaande link voor beschrijving van het onderzoek) begon, een hele zoektocht om uit te vinden. Uiteindelijk is het wel gelukt, maar vaak stond ik er alleen voor. Ik ben op zoek gegaan naar een specifieke implementatieonderzoek opleiding en uiteindelijk vond ik die in Zweden bij de groep van Per Nilsen (Linköping University).”

Eva de Groot: “Bij Berenschot gebruiken we wetenschappelijk gefundeerde modellen of frameworks die wij vervolgens aanpassen zodat ze zo goed mogelijk aansluiten bij de praktijk van de opdrachtgever en de onderzoeksvragen. Het is altijd een zoektocht naar de juiste terminologie en passende analysekaders. Voor ons project in opdracht van Zorginstituut Nederland hebben we een model gebruikt van de Medical Research Council over evaluatieonderzoek en daarnaast CMO-configuraties (context, mechanism, outcome) onderzocht en geïntegreerd (zie kadertekst voor beschrijving van het onderzoek). Dit helpt de opdrachtgever maar ook andere professionele organisaties om verwachtingen over effecten van maatregelen helder te krijgen en te bepalen welke mechanismen de impact versterken of verzwakken. Het is specifiek relevant wanneer kwantitatieve metingen van implementatie en effecten lastig zijn. Ik heb veel geleerd van een collega die me wegwijs maakte over de verschillende manieren van zinvol evaluatieonderzoek.”

Eva de Groot

Esther Bisschops: “Je hebt als onderzoeker een dubbele focus, enerzijds de inhoud van je onderzoek, de interventie, methode of protocol waarvan je de effectiviteit gaat onderzoeken in de praktijk, anderzijds de manier van implementeren en het effect daarvan. Ik vond het soms lastig uit te leggen binnen mijn onderzoeksgroep dat beide onderwerpen van belang zijn. Het gaat om zowel het WAT als het HOE. Dat wordt niet altijd begrepen en vraagt uitleg en discussie.”

Leah Bührman: “De inbedding van beginnend onderzoekers is er meestal wel op de universiteit, maar specifiek op het gebied van implementatie is het lastig. Het vergt veel zoekwerk om daarin je weg te vinden. Daarom is er juist ook aandacht voor het thema Early Career tijdens de EIE.”

Wat heb je nodig als beginnen implementatie-onderzoeker/ professional?

Esther Bisschops: “Na 20 jaar als orthopedagoog in de praktijk, was alles nieuw voor mij: de taal, het jargon, de universiteit, het onderwerp implementatie. Ik heb het, zoals gezegd, allemaal moeten uitvinden. Terugkijkend zou ik erg veel gehad hebben aan iemand die mij wegwijs kan maken. Een ervaren collega, die vertelt waar ik belangrijke literatuur kan vinden, welke mensen mij verder kunnen helpen, welke relevante projecten er zijn, et cetera. Ik merk wel, nu ik wat verder ben en meer kennis heb over implementatie, dat ik zelf ook een doorgeefluik ben voor collega’s van Academische werkplaatsen die net beginnen aan  onderzoek naar implementatie.”

Eva de Groot: Bij ons werkt dat anders. In consultancy heb je minder tijd om bijvoorbeeld een uitgebreide literatuurstudie te doen, want opdrachten moeten binnen een beperkte tijd afgerond zijn. Ik heb, naast mijn collegiale steun, veel gehad aan de mensen van het Zorginstituut die op een wetenschappelijke manier kijken naar implementatievraagstukken. Ik heb zeker belangstelling om mijn netwerk op het gebied van implementatie verder uit te breiden en heb mij daarom ook opgegeven voor de verschillende programmaonderdelen van het EIE.

Leah Bührman: Voor zowel de onderzoeker als de praktijkprofessional is de opbouw van een netwerk, als je begint aan je carrière, van essentieel belang. Op het gebied van implementatie is dat  geen natuurlijk gegeven. Je begint meestal vanuit de inhoudelijke achtergrond van de vakgroep, bijvoorbeeld klinische psychologie of organisatieontwikkeling. De vakgroep heeft zijn eigen leernetwerken. Dan is er aan de andere kant de implementatiekunde. Een eigen implementatienetwerk is er niet vanzelf, je moet eigenlijk je eigen weg vinden, je eigen pad zoeken buiten de bubbel van je discipline. Je hebt als implementatiespecialist een eigen netwerk nodig die deuren voor je kan openen, en waar je met vragen en onzekerheden terecht kan. Het gaat om een leeromgeving waar zowel inhoudelijke als emotionele support aanwezig is. Een learning community waar je ideeën en ervaringen kan uitwisselen. Als jonge implementatie-onderzoeker ondervind je een speciale uitdaging , ten eerste oplossen van vraagstukken waar iedere jonge onderzoeker tegenaan loopt, en daarboven uitvinden van specifieke implementatievraagstukken.”

Zie het artikel van Chris Woolston in Nature voor een beschrijving van de turbulente situatie van promovendi >> 

Leah Bührman: “Er zijn implementatiegroepen en -netwerken verspreid binnen Europa, vooral in UK, Scandinavië en Nederland. Maar dat is te weinig, er is absoluut behoefte aan meer. Wij willen daarom tijdens de EIE een impuls geven aan de verdere ontwikkeling van leernetwerken voor early career implementatie professionals. Wij hopen daarmee een plek te realiseren voor de jonge professionals waar ze terecht kunnen met vragen en ervaringen over hun praktijk.”

Leah Bührman

Hoe krijg je in het algemeen je training als jonge implementatie-professional?

Leah Bührman: Dat verloopt in hoofdzaak langs twee wegen. De eerste is de meer algemene training over implementatie, wat is het eigenlijk, welke concepten zijn er, wat doe je aan implementatie als professional in de praktijk? Deze algemene training wordt niet standaard gegeven in elk masterprogramma, maar gelukkig is het aanbod groeiende. De tweede weg is de verdieping, het leren over implementeren. Er bestaat in Europa een aantal faciliteiten waar je opleidingen kan volgen specifiek op implementatie gericht.

De European Implementation Science Education Network (EISEN) (met co-financiering van het Erasmus+ Program van de EU) heeft een pilot gedaan met twee curricula over implementatie, een voor masters, de ander voor PhD studenten. Wij, als European Implementation Collaborative, willen ons graag verbinden met dit netwerk als voorbeeld van het ontwikkelen van een implementatie-onderwijs-infrastructuur. Wat we nodig hebben is continuïteit in leren en ontwikkelen op het gebied van implementatie.”

Wat is de rol van het Nederlands Implementatie Collectief (NIC) voor de early career professional?

Esther Bisschops: “Het onderzoeksgebied voor implementatie is nog klein, dus ik pleit zeker voor een Europees netwerk omdat dan de kans dat je meer gelijkgezinden vindt wat groter is. Aan de andere kant is het ook fijn om bij wijze van spreken op de deur van je buurman te kunnen kloppen als je een vraag hebt. Dus ook het Nederlands Implementatie Collectief moet hierbij een belangrijke rol spelen. Iedereen moet het NIC kennen en hen kunnen raadplegen. Daar ligt zeker een uitdaging voor het NIC.”

Eva de Groot: “Ik zou het breder willen maken. Niet alleen een netwerk voor onderzoekers maar ook voor implementatie experts in de praktijk, bijvoorbeeld beleidsadviseurs en zorgprofessionals. Bij die laatste twee groepen spelen ook relevante vragen over effectief opzetten en implementeren van beleid of veranderingen, merk ik in mijn praktijk. Het gaat toch vaak om een verbinding tussen onderzoek, praktijk en beleid. Die trilogie zou ook tot uiting moeten komen in de ondersteuningsstructuur.

En laten we naast alle uitdagingen die voor ons liggen ook aandacht geven aan wat implementatie zo boeiend en belangrijk maakt, namelijk de verbinding leggen tussen wetenschappelijke inzichten en de praktijk. Wetenschap bij de praktijk brengen en vice versa, dat is waar het om gaat en daarmee kun je veel waarde toevoegen aan beide. Alles wat je hierover aandraagt en bijbrengt wordt dankbaar aangenomen. Laten we dat niet vergeten!”

Hoe ziet het speciale programma voor de early career professional op het event eruit?

Esther Bisschops

Leah Bührman: “Het programma bestaat uit vier onderdelen. Ten eerste is er een keynote gereserveerd. We hebben professionals opgeroepen een abstract in te dienen. Tot nu toe zijn er 20 abstracts ingediend, daaruit wordt de beste gekozen: die mag op de tweede dag van de conferentie een keynote geven van 30 minuten.

Ten tweede is er een ontbijtsessie op de eerste dag, waarin we ruimte geven voor uitwisseling en contact tussen de verschillende professionals. Er is geen programma, we geven ze vrije ruimte om met elkaar uit te wisselen. Alles mag!

Ten derde de scavenger hunt, een rally waaraan groepen met professionals kunnen deelnemen. De groepen worden tijdens de twee dagen uitgedaagd om allerlei implementatievragen en -uitdaging op te lossen. Zo ontstaat uitwisseling en interactie tussen de jonge professionals.

En tot slot is er op 18 mei (pre-conference!) een gratis interactieve workshop over implementatieconcepten, vooral over onderzoek, maar ook de relatie met praktijksituatie komt aan bod. De workshop is bedoeld voor zowel onderzoekers als praktijkprofessionals. Opgeven hiervoor kan na registratie bij het event.

Wij hebben inmiddels al 160 aanmeldingen van ECIP’s. Daarvan komt ongeveer 50 procent uit de praktijk. Dat hoge aantal aanmeldingen uit de praktijk van implementatie (beleid, praktijk en overheid) vind ik én verrassend én bemoedigend. We hopen dat het EIE een impuls kan geven voor het ontwikkelen van nationale en internationale netwerken op het gebied van implementatie. Uiteindelijk willen we als EIC toe naar het realiseren van een infrastructuur voor netwerken waar early career implementatie onderzoekers en praktijkprofessionals terecht kunnen voor uitwisseling, leren en ontmoeten.”

Ga naar de volledige special van KiZ over implementatie >>

Reacties