Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

De zorg vernetwerkt. In gesprek met Marius Buiting

We worden steeds ouder en chronische aandoeningen stapelen zich. Nu burgers zich bovendien geëmancipeerd hebben door de brede toegang tot onderwijs en informatie via bijvoorbeeld internet en epd’s, wordt van de organisatie van zorg iets anders verwacht.

We ondervinden steeds meer last van een systeem van doorgeschoten differentiatie en ongebreidelde marktwerking, waardoor de complexe opgaven van deze tijd niet meer goed hanteerbaar zijn. Oude structuren van doorontwikkelde organisaties die gericht zijn op zelfbehoud, verantwoording en efficiëntie voldoen niet meer: de vernetwerking zal daarom onherroepelijk doorzetten, aldus Marius Buiting, arts, directeur van de Nederlandse Vereniging voor Toezichthouders in Zorg en Welzijn (NVTZ) en voorzitter programmacommissie Juiste Zorg op de Juiste Plek van ZonMw.

Het fenomeen van het werken in netwerken zoals we nu zien is te duiden als een uiting van ‘vernetwerking’ van de samenleving. Het steeds verder door-professionaliseren van de zorg heeft ertoe geleid dat de zorg in steeds verfijndere silo’s is georganiseerd.

Opkomst van netwerken in de zorg

Buiting ziet steeds vaker nieuwe vormen van netwerkzorg ontstaan waarmee op kleine schaal geëxperimenteerd wordt: de vraag van de patiënt of burger is daarin het uitgangpunt en niet het ingerichte systeem van aanbod van producten of diensten De kern bestaat uit generalisten die de toegang vormen, intakes kunnen doen en platforms beheren waardoor een flexibele schil van deelspecialisten kunnen worden ingeschakeld voor de dienst of het product waar zij goed in zijn. Als ze tegen vragen aanlopen die niet kunnen worden opgelost, dan pogen ze nieuwe deelspecialisten aan het netwerk te koppelen. Mensen komen losser van organisaties en bewegen zich tijdelijk tussen steeds permeabelere muren van organisaties heen.

Buiting noemt het voorbeeld van de Utrechtse Taxi Centrale die zich van een ouderwetse monopolist heeft omgevormd tot een platform die het contact tussen klanten en een groot netwerk van chauffeurs faciliteert en een grote mate van vrijheid van inrichting van het werk mogelijk maakt, door allerlei verschillende soorten reisproducten aan te bieden. Ook in de gezondheidszorg zorg zie je een groeiende vernetwerking: hospices, palliatieve zorg netwerken, Austerlitz-zorgt, Parkinsonnet en ‘intensieve-samenwerking-afdelingen (ISA)’ zijn voorbeelden waarbij je ziet dat ‘de te leveren klus’ voor de patiënt centraal staat. Er is één duidelijk aanspreekpunt en de andere benodigde expertises van professionals vormen zich daaromheen.

In deze vormen is er meer mogelijkheid om te fluctueren bij variaties in de vraag, terwijl medewerkers zelf ook meer invloed hebben op waarvoor en wanneer zij ingezet worden dan in klassieke dienstverbanden. Er zijn verschillende vormen van verbondenheid met de organisatie mogelijk (vast contract, ingezet als zzp’er etc.). Met meer ruimte voor professionele vrijheid. Hoe mooi zou het zijn als je vanaf het moment dat je een chronisch diagnose krijgt zoals een hartaandoening, je een zorgprofessional als ‘maatje’ krijgt aangewezen. Hij of zij helpt je bij het gros van de vragen en haakt waar nodig specialisten aan om specifieke problemen op te lossen.

Verschil met transmurale en ketenzorg

Waar transmurale zorg en ketenzorg nog bestond uit het aan elkaar knopen van losse achter elkaar aan werkende professionals die elkaar niet ontmoeten, bestaat netwerkzorg uit allerlei ogenschijnlijk willekeurige maar zeer effectieve verbindingen en zinvolle ontmoetingen. Met daarin een vast contactpunt dat weliswaar generalistisch is, maar door het lerende karakter van netwerken, steeds meer problemen kan oplossen.

Voor de patiënt is de meerwaarde onder meer dat er veel meer overzicht ontstaat, en dat er geen keten van afspraken nodig is waarbij telkens het verhaal opnieuw moet worden gedaan en geen garantie bestaat dat opnieuw doorverwijzing nodig is. Nu de meerwaarde in experimenten is aangetoond, is de tijd aangebroken voor radicalere verandering waarbij de gevestigde orde deze nieuwe inzichten over het werken in netwerken over gaat nemen. Onder gevestigde orde rekent Buiting bestaande professionele domeinen, financieringsgrondslagen (DBC’s, DOT’s) en traditionele zorgorganisaties. Marius Buiting wijst op het boek ‘Changing the Game[1]’, dat aangeeft dat we voor deze opschaling van vernetwerking over de schaduw van concurrentie, domeinen en belangen moeten heenstappen.

Transformatie

Bestaande organisaties hoeven volgens Marius Buiting niet afgebroken te worden maar moeten zich als het ware binnenstebuiten keren: zich transformeren om tegemoet te komen aan opgaven zoals bijvoorbeeld het zorgen voor toegankelijkheid van goede, passende zorg in tijden van steeds schaarser wordend personeel.

Het groeiende personeelstekort is deels een gevolg van vergrijzing, maar wordt verergerd door overbelasting en  onaantrekkelijkheid van het werk  door te veel standaardisatie van zorg, bureaucratie en wantrouwen jegens zorgprofessionals. Dit zal de drijver zijn van deze transformatie. Er zijn genoeg mensen die in de zorg willen werken als door meer leiderschap het werk aantrekkelijker wordt en door nieuwe organisatievormen ook flexibeler wordt, maar daarvoor is het loslaten van onze bestaande praktijken noodzakelijk.

Kern van het uitgaan van het leiderschap in de zorg is het op de juiste plaats neerleggen van verantwoordelijkheden met bandbreedtes waarbinnen beslissingen samen met de patiënt en familie genomen kunnen worden. Richtlijnen en protocollen als toetsend in plaats van leidend. Daarbij moet het mogelijk zijn om ‘aan de bel te trekken’ als een probleem niet op dat niveau opgelost kan worden of als er onwenselijke effecten optreden.

Dialoog over vernetwerking

Buiting stelt dat we met hetzelfde geld veel betere zorg kunnen leveren met veel minder bureaucratie. En dat is ook nodig, omdat er in de toekomst relatief minder handen beschikbaar zijn. Ook hard nodig is een veranderende focus van bestuurders en toezichthouders van beheersing en controle naar meer vertrouwen en het experimenteren met nieuwe vormen die improvisatie op basis van de vraag van de patiënt en het vakmanschap van zorgprofessionals ondersteunen. Marius Buiting hoopt dat bestuurders en toezichthouders hierin de rol van hoeder van een betekenisvolle dialoog willen spelen en vernetwerking niet primair vanuit risico’s voor de eigen organisatie benaderen.

Marius Buiting, arts, is directeur van de Nederlandse Vereniging voor Toezichthouders in Zorg en Welzijn (NVTZ) en voorzitter programmacommissie Juiste Zorg op de Juiste Plek van ZonMw. Hij richt zich al decennia op innovatie en kwaliteit van zorg. Hij werkte bij het kwaliteitsinstituut CBO en was president van de ESQH (European Society for Quality in Healthcare). Tevens werkte hij mee aan de bestsellers ‘Verdraaide Organisaties, terug naar de bedoeling’ & ‘Anders vasthouden’ van Wouter Hart.

[1] Changing the Game. Sustainable Market Transformation Strategies to Understand and Tackle the Big and Complex Sustainability Challenges of Our Generation. L. Simons, A. Nijhof, Routledge 2021 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.