Dennis van Veghel: ‘Beloon ziekenhuizen voor optimale uitkomst voor patiënten’

Dennis van Veghel deed de afgelopen jaren onderzoek naar de implementatie en invloed van uitkomstindicatoren bij hartziekten. Hieruit blijkt dat value based healthcare kan leiden tot betere zorg. Van Veghel ziet ook dat er bij veel ziekenhuizen nog veel moet gebeuren om het optimaal ingebed te krijgen.

“Er moeten modellen worden ontwikkeld die het vanzelfsprekend maken dat ziekenhuizen op uitkomsten sturen. Mogelijk kan dat door een verbinding met de financiering te maken”, vindt Van Veghel. Op donderdag 29 augustus verdedigt hij zijn proefschrift op de Technische Universiteit Eindhoven (TUe).

Van Veghel onderzocht ten eerste de implementatie van uitkomstindicatoren binnen hartcentra binnen Nederlandse ziekenhuizen. Ook onderzocht hij in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven in hoeverre het gebruik van inzichten in uitkomsten kan leiden tot verbetering ervan.

Trigger

Het blijkt dat inzichten in patiëntgerelateerde uitkomsten op twee manieren bijdragen aan een verbetering van de hartzorg. Discrepantie in uitkomsten fungeert als een trigger voor individuele hartcentra om hun huidige zorgproces te herzien. Inzichten in de uitkomsten bieden ziekenhuizen ook stimulans om van elkaar te leren. Het maakt de stroom van best practices tussen individuele hartcentra mogelijk.

Integreren van zorgketens

In zijn onderzoek nam Van Veghel ook andere dimensies van de VBHC-strategie onder de loep, onder  andere het integreren van zorgketens rondom uitkomsten. De samenwerking tussen het Catharina Ziekenhuis, het St. Jans Gasthuis Weert en de ontwikkeling van het Nederlands Hart Netwerk worden in artikelen beschreven en geëvalueerd.

VBHC blijkt er binnen die samenwerking toe te leiden dat de zorg beter wordt. In de samenwerking tussen SJG Weert en Catharina werd in een nulmeting gekeken naar patiënttevredenheid, uitkomsten en naar in hoeverre aan de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC) werd voldaan.

Verbeterprojecten

Op onderdelen waar verbetering mogelijk was, zijn verbeterprojecten gerealiseerd. Van Veghel legt uit dat het gaat om een verscheidenheid aan verbeteringen. Die varieert het afstemmen van patiënteninformatiemateriaal tot het verbeteren van bepaalde processen. “We hebben er bijvoorbeeld voor gezorgd dat cardiologen met een bepaalde gesubspecialiseerde expertise naar Weert kwamen voor de wekelijkse bespreking over complexere patiënten.”

Verbeteringen

De resultaten van de verbeterprojecten in het Catharina Ziekenhuis zijn volgens Van Veghel indrukwekkend. De sterfte binnen binnen 120 dagen na een bypass-operatie daalde van 2,3 naar 1 procent.  “Bij de hartklepvervanging via een katheter daalde de sterfte binnen 30 dagen van 8,6 naar 2,9 procent”, aldus Van Veghel. “Ook het aantal complicaties na een ablatie, een behandeling bij hartritmestoornissen, daalde sterk van 1,8 naar 0,4 procent. Het verbeterprogramma werkt, dat laten deze cijfers wel zien.”

Nieuwe inzichten

De verbeteringen in het Catharina Ziekenhuis laten zien dat er veel potentie zit in VBHC. “Er zijn nieuwe inzichten op tafel gekomen door te kijken naar de uitkomsten die voor patiënten relevant zijn”, aldus Van Veghel. “In het algemeen was men het in de hartzorg gewend om naar in-hospital uitkomsten te kijken. Nu is op gestructureerde wijze naar de langetermijneffecten van bijvoorbeeld een bypass-operatie gekeken, dat is in het belang van de patiënt.”

Eerste voorbeelden

Van Veghel blijft wel bescheiden en benadrukt dat de diverse verbeterprojecten eerste voorbeelden zijn van hoe VBHC zou kunnen werken.De schaal waarop is geïmplementeerd, is nog lang niet volledig. Het Catharina werkt samen met meer ziekenhuizen dan het St. Jans Gasthuis en de ziekenhuizen in het Nederlands Hart Netwerk, en zijn er meer zorgverzekeraars die overeenkomsten hebben met het Catharina/ Er is nog een hoop te doen en te ontdekken. Het wil ook niet zeggen dat het overal gaat lukken.”

Verschillen in inbedding

Uit het onderzoek van Van Veghel blijkt ook dat er grote verschillen zijn in de mate van inbedding van uitkomsten in een organisatie. Hij ziet dat uitkomsten bij de meeste ziekenhuizen bijvoorbeeld nog geen onderdeel uitmaken van maandrapportages en kwartaalgesprekken. “Die gaan over productie, kosten en soms IGJ-indicatoren.”

De hypothese is dat er veel te winnen valt. Maar het ideale model van hoe VBHC geïmplementeerd zou moeten worden, moet nog ontwikkeld en onderzocht worden, legt Van Veghel uit.

Bekostiging

De onderzoeker pleit ervoor om eerst te kijken naar de baten in de vorm van resultaten voor de patiënt en daarna te kijken of de gemaakte kosten in balans zijn met wat het oplevert. “Bekostiging zou een sleutel kunnen zijn om uitkomsten belangrijker te maken”, denkt van Veghel.

Hij zou graag zien dat er meer modellen worden ontwikkeld die het mogelijk maken dat ziekenhuizen niet voor volume worden beloond, maar voor optimale uitkomsten voor patiënten. Het model dat Catharina en zorgverzekeraar CZ samen hebben ontwikkel,  zou als een voorbeeld kunnen dienen.

“Tussen het Catharina en CZ is een afspraak gemaakt. Als de uitkomsten van zorg verbeteren, wordt het Catharina daarvoor beloond. Die beloning komt ten goede van kwaliteitsverbetering, gericht op uitkomsten.”

Hij is er van overtuigd dat dit ook een prikkel is om afspraken te maken over kwaliteitsverbetering in de gehele zorgketen.

Dennis van Veghel werkt als zorgmanager op het Hart- en Vaatcentrum in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven en als bestuurder bij de Nederlandse Hart Registratie, waar een volledige registratie van alle hartinterventies en hartoperaties in Nederland plaatsvindt. Het onderzoek dat Van Veghel deed, is opgestart vanuit het Hart- en Vaatcentrum van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven en heeft inmiddels landelijke navolging.

Reacties

Comments

  1. Frank Conijn

    Ook ik ben voorstander van het gebruik van uitkomstindicatoren. En de constatering van dhr. Van Veghel dat uitkomsten bij de meeste ziekenhuizen nog geen (enkel?) onderdeel uitmaken van maandrapportages en kwartaalgesprekken is een zorgelijke.
    .

    Temeer daar een bijna unanieme Tweede Kamer al eind 2011 de motie-Smilde c.s. aannam, die om uitkomstfinanciering vroeg, nadat men uitgebreid overleg had gehad met deskundigen op het gebied van kwaliteit en financiering.
    .

    En vrij kort daarna kwam mijn systeem gereed dat realisatie daarvan mogelijk maakt. Een systeem dat daar waar mogelijk, fair en werkbaar het pathologieverloop meet, en altijd de cliënttevredenheid. Daarin dienen nog wel per (differentiaal)diagnose of -groepen de medische/psychologische indicatoren (MPI’s) vastgesteld te worden, door de beroepsgroepen.
    .

    Maar die MPI’s zijn zaken die in het curatieve zorgtraject toch al bepaald (moeten) worden, dus dat is geen hogere wiskunde. Zie voor meer informatie over het bovenstaande https://gezondezorg.org/assessmentwerkwijze. Waarin tevens het m.i. ideale model van hoe VBHC geïmplementeerd zou moeten worden beschreven staat.
    .

    Verder is er nog wat op te merken over de stelling dat volumefinanciering niet goed zou zijn. De stelling zou moeten zijn dat uitkomstfinanciering de voorkeur geniet boven verrichtingsfinanciering, wat iets anders is. Want de volumeprikkel helemaal weghalen brengt het risico met zich mee dat de specialisten om 15.00 uur naar huis gaan en de wachtlijsten (verder) groeien.
    .

    Zorgaanbieders zouden dus wel per cliënt betaald moeten worden, maar binnen die methode voor de uitkomsten. (Uiteraard gecorrigeerd voor confounders, inclusief zorgzwaarte/pathologie-ernst bij aanvang.)