Meten van uitkomsten en kosten

Catharina Hartcentrum: kleine verbetering kan veel impact hebben

Inzicht is de basis voor zorgverbeteringen. Dat is in het kort gezegd hoe het Catharina Hartcentrum praktische invulling geeft aan waardegedreven zorg. En dan blijkt dat kleine verbeteringen grote impact kunnen hebben.

Tim Simmers, cardioloog en voorzitter van het Catharina Hartcentrum in Eindhoven, vindt dat VBHC nooit een bezuinigingsvehikel mag worden. “Het bestaansrecht ervan is waarde voor de patiënt. Dus daarin moet je inzicht hebben.” Eigenlijk is dat de reden waarom het Catharina Hartcentrum sinds 2012 werkt aan het transparant maken van de zorg door het meten en verbeteren van uitkomsten. Daarnaast moeten ook de kosten transparant zijn.

Meten

‘Je kunt alleen beïnvloeden als je inzicht hebt’, het is niet alleen het motto voor Simmers, het is ook de leidraad voor de Commissie Kwaliteit binnen het Catharina Hartcentrum. Daarin zijn alle ‘bloedgroepen’ vertegenwoordigd, zoals onder andere interventiecardiologen, elektrofysiologen, chirurgen en onderzoekers, om samen te komen tot zo goed mogelijke uitkomstresultaten. Dat betekent: meten wat er gebeurt en de resultaten volgen en spiegelen aan eigen historische data en aan landelijke data, zoals die van de Nederlandse Hartregistratie (NHR).

De cijfers worden gebruikt om tweewekelijks te benchmarken en te bespreken. Tim Simmers: “Het is de basis voor openhartige discussies, soms in negatieve, soms in positieve zin. Dat kan alleen als er vertrouwen is en je vrijuit kunt spreken.”

“Zo kunnen we op basis van uitkomsten de zorg op concrete punten verbeteren, bijvoorbeeld door te kijken naar trends en waar zich eventuele stijlbreuken voordoen. Dat gebeurde toen het aantal re-do’s in 2018 en 2019 begonnen te stijgen na ablatie bij boezemfibrilleren. Het aantal operaties bleef hetzelfde en de populatie ook. Toen we gingen kijken wat er veranderd was, kwamen we uit op de duur waarmee we weefsel bevroren om geleiding te onderbreken. We waren naar drie in plaats van vier minuten gegaan. Dat hebben we teruggedraaid. Tegelijkertijd verscheen er in de VS een studie die het verband tussen vriesduur en re-do’s aantoonde. We waren dus wat voor de troepen uitgelopen. Dat kan alleen als je heel vaak, bijna continu, aan het monitoren bent.”

Iets soortgelijks gebeurde met het aantal keer dat een borstkas weer open moest na een omleiding, vertelt Simmers. Dat bleek op te lopen tot 3 procent van de gevallen. “Om trendbreuken te voorkomen gingen we de zogenoemde ‘Cleveland-check’ toepassen, dat is een check om risico op nabloeding te verminderen. Dat bracht het aantal gevallen met de helft terug tot 1,5 procent. Zo kan een eenvoudige ingreep grote impact hebben.”

Preventief

Dat meten en verbeteren met inzicht in uitkomsten niet alleen wordt ingezet als er ‘een vlaggetje op gaat’ dat vraagt om verandering, maar ook preventief wordt toegepast, blijkt uit de sterk verminderde mortaliteit bij ingrepen aan de aortaklep, een zogenoemde TAVI behandeling die vaak bij oudere patiënten wordt uitgevoerd.

Simmers: “Om de cijfers lager te krijgen, zijn we begonnen met een standaard geriatrische screening vooraf op de poli. Hoog-risico-procedures voeren we voortaan uit met twee operateurs in plaats van één. Een extra paar handen en ogen kan heel nuttig zijn. We hebben het proces nauwlettend gevolgd en maandelijks besproken in het multidisciplinair overleg. En wat bleek na een tijd? De mortaliteit was gehalveerd.”

 

Cost Per Procedure

“Geld lijkt op het eerste gezicht niet het domein van de medisch specialist, maar eerder van de financiële afdeling of de raad van bestuur”, legt Simmers uit. “Het is voor een arts misschien heel makkelijk om niets te willen weten over de kosten van behandelingen, maar dan houdt de zorg snel op. Vergelijk het maar met iemand die zonder portemonnee wordt losgelaten in een supermarkt zonder prijskaartjes, met de boodschap: ‘koop maar wat je wilt’. Dat gaat niet lang goed. Je moet inzicht hebben in wat je uitgeeft.”

Dat is – kort door de bocht – de reden dat het Catharina Hartcentrum in 2018 het CPP-board heeft ingevoerd, zegt Tim Simmers. CPP staat voor Cost Per Procedure. “Dat geeft ons inzicht in de kosten van de ‘knoppen’ waar we aan kunnen draaien: welke behandelingen we kunnen inzetten, hoe vaak en wanneer en wat de prijs is van die behandelingen. Het CPP-board monitort kort cyclisch, per maand, zaken als type ingreep, materiaalverbruik en prijsontwikkeling. Je ziet van instellingsniveau tot op het niveau van specialist wat er nodig is aan middelen en wat de verschuivingen daarin zijn, hoe subtiel ook soms. Zo wordt het geen bodemloze put. Én je hebt gerichte informatie waarmee inkopers op pad kunnen om een goede prijs te bedingen. Artsen vonden dat eerst best griezelig, maar het instrument is juist niet bedoeld om te bestraffen en te wijzen: ‘jij bent een te dure dokter’. Het dient juist als aanjager van zorginhoudelijke discussies. Bijvoorbeeld: als er steeds meer stents nodig zijn per dotterbehandeling, dan kun je nagaan waarom dat is.”

Het CPP-board is in eerste instantie ontwikkeld voor cardiologie, maar mogelijk wordt dat uitgebreid naar andere specialismen, zegt Simmers.

Vertrouwen en cultuur

Doe inzichten op en dóe daar iets mee. Volgens Simmers is dat de ‘geest’ van value based healthcare. Dat het Catharina Hartcentrum en haar partners hierin koplopers zijn, heeft volgens hem te maken met onderling vertrouwen en de cultuur in de groep. “We zijn een ambitieuze, perfectionistische groep. Het is hier nooit goed genoeg. We willen altijd verbeteren en staan open voor nieuwe ideeën en inzichten.”

Reacties