Meten van uitkomsten en kosten

Drie do’s and don’ts van VBHC volgens Santeon

Voormalig Santeon-directeur Leonique Niessen formuleert de drie belangrijkste do’s and don’ts van VBHC.

De Santeon-ziekenhuizen zijn in 2012 begonnen met het opstellen van uitkomstindicatoren. De eerste waren voor prostaat- en longkanker. Later kwamen daar borst- en darmkanker bij. Sinds 2016 loopt er een structurele verbetercyclus om de uitkomsten die patiënten van belang vinden te verbeteren. Voormalig Santeon-directeur Leonique Niessen formuleert de drie belangrijkste do’s and don’ts rond VBHC.

Wel doen

1. Wees transparant over uitkomsten en kosten

Het begint allemaal met openheid over medische uitkomsten en kosten. Er is een verschil tussen interne en externe data. De interne data moeten wel gevalideerd zijn, maar hoeven niet gecorrigeerd te zijn voor casemix. Het doel is om aanknopingspunten voor kwaliteitsverbetering te vinden door te zoeken naar variatie in uitkomsten. Voor de data die naar externe partijen gaan, ligt de lat hoger. Die informatie moet gecorrigeerd zijn voor casemix en gevalideerd zijn, zodat duidelijk is wat de waarde voor patiënten is. Patiënten moeten op basis daarvan keuzes kunnen maken.

2. Creëer een veilig speelveld

Het begint allemaal met vertrouwen. VBHC levert informatie op waarmee zorgaanbieders hun eigen prestaties kunnen vergelijken met andere. Dat lukt alleen als medisch specialisten erop kunnen vertrouwen dat er geen misbruik wordt gemaakt van de kwaliteitsdata. Artsen moeten erop kunnen vertrouwen dat ze er niet op worden afgerekend. Het draait om samenwerken, niet om concurreren. De medisch specialisten valideren de data zelf voordat ze worden opgestuurd naar de centrale Santeon-database. Zo ontstaat er weinig discussie of de data wel kloppen.

3. Laat patiënten meepraten

Patiënten nemen deel aan de verbetercyclus. Alleen als de patiënten bij de discussies over uitkomsten aan tafel zitten, komt boven water wat patiënten echt belangrijk vinden. Dat heeft Santeon verrassende inzichten opgeleverd. Voor patiënten met borstkanker bleek de periode dat ze in onzekerheid verkeren na de diagnose tot aan het behandelplan van cruciaal belang, maar dit werd nog niet geregistreerd, noch was het opgenomen als kwaliteitsindicator.

Niet doen

1. Het wiel opnieuw uitvinden

Gebruik de uitkomstindicatoren die voorhanden zijn. Toen Santeon in 2012 begon, waren er nauwelijks bruikbare uitkomstmaten voor prostaat- en longkanker. De ziekenhuizen hebben toen aan den lijve ervaren hoe ingewikkeld en tijdrovend dat is. Inmiddels komen er steeds meer uitkomstindicatoren van andere partijen, zoals ICHOM. In Nederland hebben Dutch Institute for Clinical Auditing (DICA), dat ook mee doet in ICHOM, en het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) bruikbare registraties. Ook als het e rom gaat een beeld te krijgen van de kosten, houdt Santeon het simpel. Geen ingewikkelde kostprijzen met complexe toerekening, maar de zaken in beeld krijgen die de kosten opdrijven, zoals het aantal mri-scans en de tijd op de operatiekamer.

2. Het er even bij doen

VBHC is niet iets dat je er even bij doet. Het vereist een andere manier van denken en verbeteren. Dat vraagt veel tijd en inzet van medisch specialisten, patiënten en andere betrokkenen. Het is cruciaal om goede ondersteuning te organiseren voor de teams en de medisch specialisten, onder meer op het gebied van dataverzameling en -analyses. Santeon zoekt naar manieren om VBHC beter te integreren in het dagelijkse werk. Zo gebeurt de dataverzameling nu nog veelal handmatig. Als die deels geautomatiseerd kan worden, scheelt dat veel tijd.

3. Het vertrouwen van artsen beschamen 

De artsen hebben het voortouw bij VBHC. Niet voor niets staat ‘creëer een veilige omgeving’ bij de do’s. Als artsen worden afgerekend op interne data die bedoeld zijn voor kwaliteitsverbetering, valt de basis onder VBHC weg. VBHC is een artsgedreven patiëntgeorienteerde manier van werken. Beschaam dus nooit het vertrouwen van de medisch specialisten.

Bron: Zorgvisie

Reacties