Patiëntperspectief

Een nieuwe kijk op de second opinion

© Blue Planet Studio / stock.adobe.com

"Ik wil een second opinion." Wat gebeurt er met de relatie tussen patiënt en arts als de patiënt deze wens op tafel legt? En welke beweegredenen hebben patiënten voor een second opinion? Universitair docent medische communicatie Marij Hillen onderzocht het.

Onder artsen en zorgverzekeraars is veel discussie over de second opinion. Het aantal aanvragen zou de pan uitrijzen. “Het beeld bestaat dat patiënten het steeds vaker aanvragen, maar dat kunnen we niet hardmaken”, aldus Hillen.

Medische meerwaarde

Toch blijft het de vraag of dat wel vergoed moet worden. “Te meer omdat in ruim 90 procent van de gevallen de tweede mening hetzelfde bleek als de eerste, in de patiëntenpopulatie die ik onderzocht”, vertelt Hillen. Zij onderzocht samen met haar collega dokter Vicky Lehmann second opinion-gesprekken met patiënten met vergevorderde kanker, die de mening van een tweede arts hadden aangevraagd.

“Bij die 10 procent waarin andere adviezen werden gegeven, kan het bijvoorbeeld gaan om een nuanceverschil in het type of de volgorde van behandeling. Een enkele keer kan een tweede specialist een experimentele behandeling aanbieden, maar ‘dit moet anders, ik kan u genezen’ komt maar zelden voor.”

Toch zinvol

Er is binnen deze groep patiënten dus weinig “medische meerwaarde” voor een second opinion. Toch zou Hillen niet zeggen dat deze exercitie zinloos is. “Er zijn vele redenen voor patiënten om een second opinion aan te vragen”, ontdekte ze. “Veel patiënten willen het gevoel hebben dat ze alles geprobeerd hebben. Soms hopen patiënten dat ze kunnen overstappen naar die andere arts – wat in veel gevallen niet de bedoeling is.” Er zijn ook patiënten die vooral behoefte te hebben aan meer informatie. Een enkele keer vraagt een patiënt een second opinion aan omdat er iets niet goed zit in het vertrouwen met de arts.”

Die behoefte aan meer informatie vindt Hillen interessant. Soms moeten patiënten hetzelfde verhaal gewoon nog een keer horen, bleek uit haar onderzoek. “In zulke gevallen is een second opinion niet de enige oplossing; mogelijk kan een extra consult met de behandelend arts ook helpen.”

Doorvragen

In de analyses van de second opinion-gesprekken zag Hillen dat artsen de beweegredenen en verwachtingen van patiënten vaak niet voldoende in kaart brengen. Daarom adviseert ze een nascholingsprogramma in gespreksvaardigheden. “Artsen vertelden in interviews dat ze altijd uitvoerig ingaan op de motivatie van de patiënt voor een second opinion. Maar toen we de gesprekken analyseerden, zagen we dat ze het meestal wel kort aanstipten, maar zelden doorvroegen. Doorvragen is in dit geval heel belangrijk. Alleen op die manier kom je achter de werkelijke beweegregen van de patiënt en als je die weet kan je de zorg en begeleiding geven die de patiënt nodig heeft.”

Maar Hillen wil benadrukken: “Artsen doen echt heel erg hun best voor patiënten.” Haar adviezen over bijscholing zijn dan ook vooral bedoeld om artsen te ondersteunen. Zo’n second opinion komt, hoewel steeds vaker, niet elke dag voor en vraagt toch een net andere aanpak dan de reguliere behandeling.

Vertrouwensband

Ook het vertrouwensissue zit complexer in elkaar dan mensen vaak denken. Veel patiënten vinden het spannend om een second opinion te berde te brengen. Terwijl artsen daar over het algemeen heel goed op reageren. “De meeste artsen hebben daar veel begrip voor. Sommigen geven ze zelfs aan dat ze het zelf ook zouden doen”, vertelt Hillen. “Pas als de patiënt achter de rug van de arts om een second opinion aanvraagt, doet het soms pijn. Helemaal als de arts het gevoel heeft dat hij alles uit de kast heeft gehaald voor de patiënt.”

Een second opinion zou in de ogen van medici schade kunnen toebrengen aan de vertrouwensband tussen arts en patiënt. Maar het tegendeel blijkt waar, zag Hillen. Het kan het vertrouwen tussen de behandelend arts en patiënt zelfs vergroten. De second opinion-arts helpt vaak bewust of onbewust met het verstevigen van het vertrouwen tussen de patiënt en behandeld arts. Als de patiënt bijvoorbeeld negatieve dingen zegt over de behandeld arts, valt de second opinion arts zijn collega vaak bij. “Dan zeggen ze dingen als: ‘het klopt wat mijn collega heeft gezegd. Dat heeft zij juist heel goed aangepakt.’ Patiënten gaan dan vaak met meer vertrouwen terug naar hun behandelend arts.”

“Second opinion artsen zijn zich meestal bewust van de relatie die de patiënt met de behandeld arts heeft”, zag Hillen. “Dat is ook goed. Bij een second opinion spelen relaties tussen minimaal drie verschillende betrokkenen: twee artsen en de patiënt.”

Acceptatieproces

Die complexe dynamiek kan ingewikkeld zijn. Maar het kan volgens Hillen ook bijdragen aan het acceptatieproces van de patiënt. “Deze patiënten zitten in een zeer kwetsbare situatie. Het is eng om je over te geven aan een arts, maar je zult uiteindelijk je vertrouwen in iemand moeten leggen. Een tweede specialist kan daarbij helpen.”

Reacties