Gecoördineerde collegiale steun kan niet zonder anders verantwoorden

Een sterke focus op meetbaarheid levert vaak een te eenzijdig beeld van de geleverde kwaliteit. Een betere balans is nodig tussen kwantitatief en kwalitatief verantwoorden. Dit blijkt in voor de professional kwetsbare situaties, zoals na een ernstig patiëntveiligheidsincident, niet zo eenvoudig.

Door E.H.M. Leferink en dr. M.P. Heringa

Anders verantwoorden in de zorg. Dat is de ambitie die spreekt uit het recente rapport ‘Blijk van vertrouwen’ van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving en uit het meerjarenplan ‘Meer waarde voor de patiënt’ van het NFU-consortium Kwaliteit van Zorg. In lijn daarmee verkenden USBO advies & Nivel de mogelijkheden om die ambitie concreet vorm te geven.

Knelpunten

Als één van de belangrijkste knelpunten bij het verantwoorden wordt de sterke focus op meetbaarheid genoemd. Deze focus levert vaak een eenzijdig en te beperkt beeld van de geleverde kwaliteit op.

Als kans om dit te veranderen, wordt daarom voorgesteld om een betere balans te zoeken van kwantitatief (meetbaar) en kwalitatief (merkbaar) verantwoorden.  Om dit te realiseren, moet meer op het reflecterend en lerend vermogen van zorgprofessionals worden vertrouwd, om een cultuur te laten ontstaan waarin men zelf voortdurend wil verbeteren. Dit sluit aan bij de intrinsieke motivatie, maar is juist in voor de professional kwetsbare situaties, zoals na een ernstig patiëntveiligheidsincident, niet zo eenvoudig.

Urgente hulpvraag

Eerdere onderzoeken tonen aan dat zorgprofessionals incidenten meemaken en deze als aangrijpend kunnen ervaren1-2. Zij hebben dan steun nodig, het liefst van een gelijkwaardige collega3-5. Het eerder genoemde meerjarenplan van het NFU-consortium Kwaliteit van Zorg en een invloedrijk artikel van vier inspecteurs voor de Gezondheidszorg (thans: IGJ, voorheen: IGZ) benadrukken de urgentie van deze hulpvraag naar collegiale opvang6.

Naar verwachting leidt collegiale steun tot een sneller emotioneel herstel3-5,7 en dat is noodzakelijk om essentiële vervolgstappen te kunnen zetten, zoals het goed blijven zorgen voor de betrokken patiënt en het reflecteren op en het leren van het voorgevallen incident.

Collegiale steun

Het Erasmus MC, het LUMC, het UMCG, het UMCU en het VUmc startten in de periode tussen 2014 en 2018 met het aanbieden van gecoördineerde collegiale steun, ook wel peer support genoemd.

Deze steun heeft op hoofdlijnen als volgt vorm gekregen:

  • Zorgprofessionals krijgen na een (ernstig) patiëntveiligheidsincident actief collegiale steun aangeboden, het liefst zo snel mogelijk na het voorval.
  • Coördinatoren hebben zicht op de incidenten die zich voordoen en koppelen steunverleners aan zorgprofessionals die hulp nodig hebben.
  • Steunverleners hebben een korte opleiding gevolgd om zorgprofessionals in één of enkele gesprekken te kunnen helpen met het herstellen van hun emotioneel welzijn.

Tijdens het implementatieproces in die huizen werd een drietal focusgroepen georganiseerd met de coördinatoren van de deelnemende ziekenhuizen. In de eerste sessie werd gesproken over de gekozen werkwijze in elk huis en over onderlinge verschillen en overeenkomsten in de aanpak daarvan. Vervolgens werden op basis van korte vragenlijsten en interviews in de deelnemende huizen eerste praktijkervaringen met elkaar gedeeld. Daarbij bleek dat er geen enkele weerstand werd ervaren tegen collegiale opvang en dat zorgprofessionals heel blij waren met de gecoördineerde steun.

De steunverleners voelen zich voldoende toegerust om steun te bieden, maar zouden graag beter willen kunnen informeren over de leercyclus na een incident in elk huis. In de daaropvolgende bijeenkomst gaven de coördinatoren aan een aantal uitdagingen te zien voor het vervolg.

Uitdagingen

De voorliggende uitdagingen hebben betrekking op verantwoording en borging. Zo blijkt ten eerste dat het kwantificeren van de effecten van gecoördineerde collegiale steun lastig is. Het vaststellen van de tevredenheid van de aanbieders en de gebruikers lukt wel, maar het geïsoleerd meten van de directe impact van de geleverde steun op het welzijn van de zorgprofessional en uiteindelijk zijn functioneren, lijkt onmogelijk.

Dit maakt het uitdagend om verantwoording af te leggen over de doeltreffendheid van die geleverde steun. Als gevolg van deze beperking staat ook de borging van deze relatief nieuwe aanpak van steunverlening onder druk. Om middelen vrij te maken voor coördinatie en evaluatie, worden vragen gesteld over effectiviteit en doelmatigheid van de aanpak. Als niet voldoende kan worden aangetoond dat het werkt, is het dan toch waardevol om op deze arbeidsintensieve manier steun te blijven bieden? Het blijkt lastig in alle huizen om de prioriteit te handhaven boven andere die ook om personele inzet vragen.

Wij menen dat de kosten in deze voor de baat uitgaat en experts in het veld zijn het daarmee eens3-8. Gecoördineerde collegiale steun zien wij daarom als een geschikte casus om aan de slag te gaan met de concrete suggesties uit de recente rapporten over anders verantwoorden.

Open dialoog

Zo geeft het aanleiding voor zorgprofessionals en -organisaties om een open dialoog te voeren over hoe goede zorg tot stand komt. In dit geval betreft het niet de directe zorg voor patiënten, maar de voorwaarde van steun aan de zorgprofessionals die de zorg moeten leveren. Die steun, en vooral het ontbreken ervan, heeft een onmiskenbare invloed op de kwaliteit van zorg voor patiënten vooral als het incidenteel niet goed gaat6. Om die reden is het relevant het gesprek aan te gaan, over hoe die steun in elk huis met een andere cultuur, het beste kan worden geboden. In de open dialoog kunnen verzamelde kengetallen over aanbod en waardering dienen als startpunt, om vervolgens te spreken over casuïstische ervaringen en mogelijke verbeteringen. Op deze manier biedt ‘gecoördineerde collegiale steun’ een kans om de balans te verbeteren tussen kwantitatief meetbare en kwalitatief merkbare verantwoording, en dus om te oefenen met en leren van anders verantwoorden .

Beter merkbare balans

De ambitie om anders te verantwoorden is groot en de urgentie eveneens. Uit recente rapporten blijkt dat de sterke focus op alleen meetbaarheid los moet worden gelaten om toe te werken naar een beter merkbare balans tussen kwantitatieve en kwalitatieve verantwoording over kwaliteit van zorg. Wij menen dat dit relevant is voor de zorg voor patiënten, door aanhoudende steun aan zorgprofessionals te leveren vooral na een patiëntveiligheidsincident. Als de gestelde ambitie serieus wordt genomen, dan zou gecoördineerde collegiale steun, zeker gezien de voorliggende uitdagingen, een goede casus zijn om een dialoog te starten tussen zorgprofessionals en -organisaties over nieuwe, betekenisvolle manieren van verantwoorden en ook belangrijke slag te slaan om die steun te borgen. Om die reden betogen wij dat gecoördineerde collegiale steun niet kan zonder anders verantwoorden.

E.H.M. Leferink, Universiteit Utrecht (UU), Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap, dr. M.P. Heringa Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU), Gynaecoloog en Medisch Adviseur Directie Kwaliteit en Patiëntveiligheid. De auteurs danken de andere deelnemers aan het NFU-consortium Kwaliteit van Zorg, Verbetercluster Peer Support, te weten dr. Loes Schouten, Anneke Tiemersma, Ankie Groenenboom, dr. Philomeen Weijenborg en prof. dr. Jan Jaap Erwich, voor de discussies die ten grondslag liggen aan deze opinie.

Referenties

  1. Wu, A.W., (2000). Medical error: the second victim. The doctor who makes the mistake needs help too. BMJ Quality and Safety, 320(7237): 726-727.
  2. Newland, J. (2011). Medical errors snare more than one victim. The Nurse Practitioner, 36(9): 5.
  3. Van Pelt, F. (2008). Peer support: healthcare professionals supporting each other after adverse medical events. BMJ Quality and Safety, 17(4): 249-252.
  4. Shapiro, J., Galowitz, P. (2016). Meer steun nodig voor arts bij medische fout. Nederlands Tijdschrift voor de Geneeskunde, 160:D181.
  5. Leferink, E.H.M., Bos, A., Heringa, M.P., Van Rensen, E.L.J., Zwart, D.L.M. (2018). The need and availability of support systems for physicians involved in a serious adverse event. Journal of Hospital Administration, 7(2): 23-30.
  6. Leistikow, I., Mulder, S., Van der Wilden, E., Schoo, H. (2016). Ook arts verdient nazorg na calamiteit. Grote impact op professionals is bedreiging voor zorgkwaliteit. Medisch Contact, 23(7): 18-19.
  7. Hu, Y.Y., Fix, M.L., Hevelone, N.D., Lipsitz, S.R., Greenberg, C.C., Weissman, J.S., Shapiro, J. (2012). Physicians’ needs in coping with emotional stressors: the case for peer support. Archives of Surgery, 147(3): 212-217.
  8. Shapiro, J., Whittemore, A., Lawrence, C.T. (2014). Instituting a culture of professionalism: the establishment of a center for professionalism and peer support. Joint Commission Journal on Quality and Patient

Reacties