Validering / kennisdeling

‘Geef patiënt grotere rol bij keuze kwaliteitsprojecten’

Als het gaat om het verbeteren van de patiëntervaringen zijn kwaliteitsprojecten die gericht zijn op communicatie of de interactie met de patiënt het meest succesvol. Dit ontdekte promovendus Carla Bastemeijer in een review van kwaliteitsverbeteringsprojecten in ziekenhuizen.

De review is gepubliceerd in Patient Related Outcome Measures. Bastemeijer zag dat veel kwaliteitsprojecten onzorgvuldig waren onderzocht. Zij pleit voor een betere financieringsstructuur en grotere betrokkenheid van patiënten, ook bij de selectie van kwaliteitsprojecten.

Ze heeft voor haar promotietraject ‘Kwaliteit van zorg vanuit patiëntperspectief’, bij de afdeling Public Health van het Erasmus MC de internationale wetenschappelijke literatuur doorzocht op studies naar het effect van kwaliteitsprojecten binnen ziekenhuizen op de ervaringen van patiënten.

Persoonsgerichte zorg

Daarbij definieerde zij patiëntervaring als ‘het totaal van interacties binnen een organisatie, die de perceptie van patiënten van het gehele zorgcontinuüm beïnvloeden.’ Meer specifiek betreffen de patiëntervaringen de acht domeinen van persoonsgerichte zorg van het Picker Institute, zoals de toegankelijkheid van de zorg, effectieve behandeling door betrouwbare professionals, continuïteit van zorg  en familiebetrokkenheid.

De studies in de review zijn Engelstalige artikelen die na 2006 in de wetenschappelijke literatuur zijn gepubliceerd.Het zijn kwaliteitsinterventies in een ziekenhuis die gericht zijn op verbetering van patiëntervaringen. De studies moesten zowel voor als na de interventie patiëntervaringen meten. Van de aanvankelijk bijna 1.700 onderzoeken die bij de zoekopdracht te voorschijn kwamen, bleven er na beoordeling op bovenstaande criteria slechts 21 over.

Onzorgvuldig uitgevoerd

Bastemeijer was verbaasd dat er zoveel onderzoek afviel. “Veel onderzoek was onzorgvuldig uitgevoerd. Er waren geen voor- of nameting gedaan of er liepen binnen één ziekenhuis veel projecten door elkaar heen. Daardoor was niet meer duidelijk welk resultaat waar het gevolg van was.”

Kwaliteitsprojecten opzetten en onderzoeken blijkt lastig uitvoerbaar, ontdekte ze. “Ook al kunnen we met gezond verstand bedenken dat netjes onderzoek een voormeting, nameting en een controlegroep moet hebben, zijn we blijkbaar niet in staat om dit in de hectiek van de dagelijkse praktijk te realiseren.”

Verbetering

De studies die wel goed van kwaliteit waren, waren zo divers van aard dat een vergelijking van de resultaten erg lastig was. Sommige studies beoogden een verbetering van processen zoals wachttijden, anderen richten zich op een verbetering van de interactie tussen de zorgverlener en de patiënt door communicatie en het tonen van compassie en respect. Een derde groep van studies richtte zich op beide aspecten.

Ondanks de diversiteit van de studies vond Bastemeijer betekenisvolle resultaten. Zij constateert dat interventies die gericht zijn op de interactie met de patiënt in meer dan de helft van de gevallen de patiëntervaring verbeterden. Terwijl van de projecten die processen of zowel processen als interacties aanpakken, nog geen 20 procent succesvol was. Bovendien zag zij dat projecten die slechts één aspect aanpakken, zoals de ervaren wachttijd of de compassie in de zorg, doorgaans meer succes hebben. Als derde vond ze bij drie studies die als Randomized Controlled Trial waren opgezet, een succesvolle verbetering van de communicatie tussen de patiënt en zorgverlener

Succes- en faalfactoren

De studies die Bastemeijer analyseerde, beschreven diverse factoren die het succes van de interventie in de weg stond of juist het succes faciliteerden. Zo is scepsis over de nut en noodzaak van de voorgestelde interventie de belangrijkste drempel onder zorgprofessionals. Daarnaast zijn wisselingen in de staf, en dan vooral het management en gebrek aan tijd voor een succesvolle implementatie belangrijke belemmeringen van succes. Op organisatieniveau zijn gebrek aan engagement en het ontbreken van een verandercultuur de belangrijkste barrières.

De succesfactoren zijn vaak de tegenovergestelden van de barrières.  “Een kwaliteitsinterventie slaagt alleen als de organisatie de systeemverandering ondersteunt en er geëngageerd leiding aan geeft”, schrijft Bastemeijer.  Verder is de betrokkenheid van de staf bij zowel de dataverzameling als de interpretatie ervan, van groot belang.

Hardnekkig probleem

De moeilijkheden bij het initiëren en onderzoeken van kwaliteitsinitiatieven waren allesbehalve nieuw voor Bastemeijer. Maar belangrijk is dat het wijst op een hardnekkig probleem. “Het is niet zo dat mensen niet willen. Juist zorgprofessionals zijn heel erg betrokken bij kwaliteitsverbetering. Vanuit gedrevenheid ontstaan initiatieven. Zoals in de review blijkt, lopen door gebrek aan tijd of faciliteiten initiatieven spaak of kan men het initiatief niet afmaken. Voor kwaliteitsverbeteringen is overhead nodig.”

Toekomstvisie

Bastemeijer geeft meer adviezen voor succesvolle kwaliteitsverbeteringen. Allereerst staat kwaliteit boven kwantiteit: liever één project dat ook door het management breed gedragen wordt, dan drie doelen tegelijk nastreven. Verder zijn volgens haar ervaringen van patiënten beter te benutten bij onderzoek naar kwaliteitsprojecten.

Idealiter moeten zorginstellingen een structurele aanpak hebben om feedback van patiënten voor kwaliteitsverbetering te gebruiken en om clinici in dit proces te betrekken. In de praktijk ontbreekt die vaak, merkt ze. Bovendien is een structureel volgsysteem nodig om de ervaring van patiënten na een interventie bij te houden.

Nieuw meetinstrument

Bastemeijer werkt binnen haar promotietraject aan een nieuw meetinstrument voor patiëntervaringen. Daaraan stelt ze een belangrijke eis: het invullen van een vragenlijst mag niet langer dan vijf tot tien minuten duren. “Bij een vragenlijst met tachtig items weet je niet of een patiënt vraag zestig nog wel adequaat heeft beantwoord.”

Ze vindt het tot slot interessant om patiënten nog verder mee te nemen in het proces van kwaliteitsverbetering. Bijvoorbeeld door hen ook te betrekken bij de selectie van projecten. “De lijst van te verbeteren zaken komt misschien wel tot stand door de betrokkenheid van patiënten. Maar vervolgens denken wij als hulpverleners wel te weten wat we daadwerkelijk moeten verbeteren. Dat wordt nog heel weinig teruggevraagd aan de patiënt. Wij zien in toenemende mate dat wanneer patiënten ook betrokken zijn bij initiatieven tot kwaliteitsverbetering er sneller een positief resultaat is. Omdat we de goede items verbeteren. Vooral initiatieven rond communicatie en interactie met de patiënt komen dan als beste uit de bus.”

 

Reacties