GGZ in coronatijd: doorbraak videobellen, cliënten willen echt contact

De reacties in de ggz op de coronacrisis zijn divers. Er zijn berichten dat ggz-cliënten zichzelf lijken te hervinden en door de crisis nieuwe uitdagingen zien. Maar uit onderzoeken blijkt dat veel ggz-cliënten face-to-face contacten missen.

Door Peter van Splunteren, redacteur Kwaliteit in Zorg. Dit artikel maakt deel uit van de KIZ-special over zorg in tijden van corona. Naar de overzichtspagina

Op de website van de Nederlandse ggz staat dat ggz-organisaties een forse daling in het aantal nieuwe aanmeldingen hebben. Ze vragen zich af waar cliënten blijven en zijn bang dat er straks een stuwmeer aan mensen met psychische problemen op hen afkomt.

Of is de teruggang in aanmeldingen een normale reactie in de zin dat de eigen zorgen minder zwaar wegen bij al het leed dat van buiten over je heen komt?  Het is nog te vroeg om alle veranderingen te duiden en op hun waarde te schatten. KiZ gaat in gesprek met verschillende ggz-hulpverleners en cliëntenorganisatie MIND over hun ervaringen met het geven van hulp in crisistijd en over hun verwachtingen voor de nabije toekomst.

RIVM-maatregelen

Na de toespraak van premier Rutte worden op 12 maart in allerijl de RIVM-maatregelen ingevoerd. Geen handen schudden, handhygiëne, geen face-to-face contacten maar videobellen, meer schoonmaken, zo veel mogelijk thuiswerken.

Voor mensen die zijn opgenomen in een kliniek verandert er relatief weinig. Johan Havenaar, psychiater en werkzaam op een gesloten afdeling van een High Intensive Care Unit met zestien bedden bij Altrecht in Utrecht: “Wat betreft contact met patiënten veranderde er niet veel, de regels werden in acht genomen en het gesprek vond plaats op een grotere kamer. Patiënten met corona-gerelateerde klachten werden overgeplaatst naar een aparte unit en getest. Tot nu toe is er nog niemand positief getest.”

Gemiste kans

Anders ligt het voor de groep kwetsbare mensen, vaak zorgmijders, die hulp nodig hebben. Zij zijn lastig te bereiken, komen niet gemakkelijk op afspraken en de hulpverlener moet vaak actief op hen afstappen. Harry Gras, sociaalpsychiatrisch verpleegkundige, werkt in het Flexibel Integraal Team van Lister in Utrecht. Hij heeft met deze groep te maken. FIT-hulpverleners gaan naar de mensen toe en bieden integrale hulp, vaak in samenwerking met verslavingszorg, huisvesting, justitie en psychiatrie.

Gras: “De belangrijkste merkbare verandering na de corona-uitbraak is dat de reguliere zorg zich terugtrok. Opeens waren er geen huisbezoeken meer. Videobellen is voor onze doelgroep geen alternatief. Wij stonden er alleen voor. Maar met inachtneming van de regels is het naar mijn mening nog steeds goed mogelijk hulp te bieden met echt persoonlijk contact. Ik zie dit als een gemiste kans van de reguliere zorg.”

Videobellen

De andere behandelaars melden dat ze gelijk vanaf het begin van de crisis zijn overgegaan op videobellen of ‘gewoon’ bellen. En dat ging eigenlijk zonder al te veel problemen, omdat de applicaties meestal al in huis waren. Videobellen werd niet alleen ingezet voor contact met cliënten, maar ook voor collegiaal contact en overleg.

Met name tijdens het begin van de uitbraak is sprake van vraaguitval. Ineke Demmenie, systeemtherapeut en seksuoloog, met een eigen praktijk en daarnaast parttime werkzaam in een maatschap in de basis-ggz: “In het begin werden op grote schaal afspraken afgezegd. Razendsnel is toen videobellen ingevoerd. Zo’n 60 procent van cliënten koos hiervoor, de rest zette de hulp liever on-hold.”

Ook Havenaar heeft die ervaring met vraaguitval: “De eerste weken daalde het aantal opnamen enorm, vermoedelijk omdat ambulante teams minder goed signalen opvingen. Wellicht ook omdat mensen bang waren om besmet te worden. Na die initiële daling van opnames zagen we vervolgens een stijging van mensen met licht verstandelijke beperkingen en autismestoornissen. Die werd veroorzaakt door het wegvallen van sociale steun. Je ziet vaak bij crises of rampen dat wel het gedrag van mensen verandert en niet het onderliggend psychisch lijden.”

Verrassing

De ggz gaat dus letterlijk van de ene op de andere dag over op videobellen. Terwijl de ggz niet echt hoog scoort in innovatief gedrag, lukt het deze keer zonder al te grote hobbels een innovatie breed in te voeren.

Over de effecten van videobellen is overigens nog weinig bekend. Het is van groot belang om daar onderzoek naar te doen. Voor nu valt op dat behandelaars goed te spreken zijn over videobellen. En soms tot hun eigen verrassing. Dick Kroon, psycholoog bij het Helen Dowling Instituut voor psychologische hulp aan kankerpatiënten: “Vanaf dag 1 na de toespraak van Rutte werd bij ons videobellen ingevoerd. Wij hebben een applicatie daarvoor gecombineerd met e-health modules. Nagenoeg al mijn patiënten wilden de hulp zo voortzetten, slechts een paar mensen wilden dit niet of wilde even afwachten.”

Uit onderzoek van het Helen Dowling Instituut blijkt dat veel cliënten blij zijn dat er een alternatief is voor persoonlijk contact, maar ook dat ruim een derde aangeeft zich eenzamer te voelen dan voor de crisis. Verder geeft 71 procent van de cliënten aan deels te willen blijven videobellen. Behandelaars willen ongeveer een derde van hun tijd beeldbellen, vooral als er al een goede behandelrelatie aanwezig is.

Kleine groep

De hulpverleners die aan de slag zijn gegaan met videobellen zien het als aanvullend op hun aanbod. Nu er meer mogelijkheden komen voor face-to-face contact willen steeds meer mensen dat liever dan digitaal contact.

Audry Kenter, POH-ggz in een huisartsenpraktijk in Driebergen: “In het begin van de crisis konden we niet anders aanbieden dan bellen. Later konden we ook videobellen, maar de meeste mensen wilden liever bellen zonder beeld. Nu er weer meer mogelijkheden zijn voor face-to-face contact merk ik dat mensen dat toch het liefst willen. Een hele kleine groep wil blijven bellen omdat men dat veiliger vindt.”

Overgang

De hulpverleners hadden in het begin soms moeite met de overgang. Zes tot negen cliënten per dag digitaal behandelen vraagt veel concentratie en is vermoeiend. Ze missen het collegiale contact. Na een paar maanden raakt men er meer gewend aan. Kenter: “In het begin was het erg wennen, omdat ik vaak uitleg geef door iets te tekenen of informatie toon op papier. Maar gaandeweg vond ik daarvoor oplossingen, bijvoorbeeld door opdrachten en informatie (vooraf) per mail te versturen. Ik geloof niet dat mijn kwaliteit door bellen achteruit is gegaan.”

Nadelen van videobellen worden ook genoemd, omdat behandelaars soms non-verbale informatie missen, ze onderdelen van de behandeling niet kunnen uitvoeren en ook minder naar buiten treden waardoor hulp te lang uitblijft. Sommige cliënten weigeren videobellen omdat ze niet met de computer kunnen omgaan.

In overleg

MIND is hier duidelijk over.  Woordvoerder Mariëlle van den Berg: “Videobellen is zeker een waardevolle toevoeging aan het aanbod, in het begin van de crisis waren er ook weinig goede alternatieven. Nadeel is wel dat er nog geen goed onderzoek is naar de impact van videobellen op de behandeling. Wat betekent het voor de relatie tussen cliënt en hulpverlener, hoe groot is weerstand tegen videobellen, doen mensen zich niet beter voor dan in werkelijkheid, wat is het effect op de psychische problemen? Dat zijn belangrijke vragen waarop we nu alleen een casuïstisch antwoord hebben. We zien videobellen absoluut als meerwaarde, maar het moet wel passen en in overleg met cliënten worden aangeboden.”

Impact  

De impact van de coronacrisis op de ggz op de langere termijn blijft natuurlijk gissen. Komt er een tweede golf, hoe zal het gaan met de economie, hoe staan de ggz-instellingen er over een jaar financieel voor? Gaat de vraag naar ggz-zorg krimpen of juist toenemen? Veel is nog onzeker. Toch geven de hulpverleners wel een paar duidelijke signalen af.

Gras:” De grote vraag is hoe de ggz financieel door de crisis komt. Positief aan deze tijd is dat er bij de gemeente een urgentiebesef is om voor de meest kwetsbaren meer te doen. Bijvoorbeeld het regelen van huisvesting zodat mensen niet op straat hoeven te leven. Je moet maar afwachten of dat urgentiebesef blijft als in de loop van de tijd het gewone leven terugkeert. En ik blijf me verbazen over de terugtrekkende beweging van de reguliere ggz, ik zie dat als een gemiste kans.”

Geen verwijsmogelijkheden

Havenaar ziet dat ambulante teams zijn overgegaan tot videobellen en minder regulier contact. Met als nadelig effect dat de mensen op zijn afdeling te lang moeten blijven omdat er geen verwijsmogelijkheden zijn. Hij verwacht dat de vraag naar ggz-zorg zal verminderen, hoewel dat niet betekent dat er minder psychische problemen zullen zijn. De economische recessie die zal komen zal ook zorgen voor toename van psychische problemen onder de bevolking, bijvoorbeeld het aantal suicides.

Persoonlijk contact

De behandelaars verwachten dat videobellen na de snelle opmars weer zal afnemen. Cliënten willen toch persoonlijk contact, ook de mensen met minder ernstige problemen. Aan de andere kant is videobellen doorgebroken en verwacht men dat het een nieuw onderdeel wordt van het aanbod, mits in goed overleg met de cliënt.

Martje van der Wielen, gezondheidszorgpsycholoog in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis: “Ik verwacht dat videobellen een hoge vlucht gaat maken. Het biedt echt meerwaarde en scheelt de cliënt en ons tijd. Maar je moet het wel gericht inzetten, bijvoorbeeld bij nazorg en meer steunende gesprekken. Ook voor collegiaal overleg is het voor ons erg geschikt gebleken, omdat we op drie locaties zitten.”

Goede aanvulling

Ook Kroon verwacht dat videobellen in combinatie met face-to-face contact en e-health meer gebruikt zal worden. “Videobellen zal zeker in ons aanbod blijven. Het is een goede aanvulling en we hebben er door corona nu veel ervaring mee opgedaan. Je moet wel uitzoeken wie dat graag wil en wie liever niet. Uiteindelijk vind ik dat de cliënt moet kunnen kiezen, en videobellen kan je ook goed afwisselen met persoonlijk contact.”

Sommige hulpverleners signaleren een risico dat de financier meer videobellen gaat opleggen, omdat het efficiënter is en bijvoorbeeld het probleem van wachtlijsten kan helpen oplossen. Dat hun inschatting reëel is, blijkt uit een recent artikel op NRC.nl waarin verzekeraars zeggen dat ze de digitale ggz-zorg willen verdriedubbelen (van 5 naar 15 procent). Dit terwijl in een onderzoek van UMC Utrecht onder honderd psychologen en psychiaters is gebleken dat de behandelaars in grote meerderheid echt contact de voorkeur geven boven videobellen.

Stress en angst

MIND verwacht niet dat videobellen de ggz op z’n kop gaat zetten. Mariëlle van den Berg: “De meeste mensen willen persoonlijk contact. Dat zal blijven.” Ze verwacht een stijging van psychische problemen door de economische recessie met als gevolg toenemende stress en angst bij mensen die het toch al moeilijk hebben.

Van den Berg: “We zijn in overleg met VWS om ons voor te bereiden op de toekomst. We verwachten een grote vraag naar hulp de komende tijd. Onder meer van mensen uit de zorg, door werkeloosheid en toenemende schuldenproblematiek. We willen graag meer doorzettingsmacht om beslissingen te forceren bij lange wachtlijsten. Maar we zoeken ook naar oplossingen buiten de ggz zoals lotgenotencontacten en herstelwerkplaatsen.”

Uit de gesprekken rijst het beeld op dat de ggz noodgedwongen en versneld videobellen heeft ingevoerd. Met de versoepeling van de maatregelen komt er weer meer ruimte voor (aangepast) persoonlijk contact en veel cliënten willen dat ook het liefst.

Behandelaars en MIND zien videobellen, mits in goed overleg met de cliënt, als een goede aanvulling in het aanbod, liefst gemixt met e-health en persoonlijk contact.

Minder rooskleurig

Het genoemde onderzoek van het UMC Utrecht geeft echter een minder rooskleurig beeld. En er is ook een groep mensen met ernstige psychische problemen voor wie videobellen juist geen goed alternatief is, eenvoudig omdat de behandelaar daarmee geen contact met ze krijgt.

De vraag is of de verzekeraar genoegen neemt met de eigen regie van cliënt en behandelaar inzake videobellen, zodat er mogelijkheden ontstaan om, in gesprek met de cliënt, een op maat gesneden mix gemaakt ontstaat van persoonlijk contact, e-health en digitaal contact. De tijd zal het leren.

 

Reacties