Handkliniek brengt VBHC-kennis in de praktijk

Xpert Clinic biedt nu tien jaar hand- en polszorg in Nederland. Dat was voor de kliniek aanleiding om KPMG te vragen het bedrijf kritisch door te lichten en onderzoek te doen naar de mate waarin value based healthcare vorm heeft gekregen en waar het nog te verbeteren valt.

Begin april werd het rapport overhandigd, bij de opening van een nieuwe Rotterdamse kliniek van Equipe Zorgbedrijven waar Xpert Clinic onder valt.

“Blije patiënten en blije medewerkers, daar draait het eigenlijk om”, zegt Jak Dekker, algemeen directeur van Equipe Zorgbedrijven. Samen met de handchirurgen Thybout Moojen en Reinier Feitz startte hij in 2008 met Xpert Clinic. “We redeneerden: anders dan ziekenhuizen bieden we alleen planbare zorg. Dat verplicht ons ook om het beter te doen dan de ziekenhuizen.”

Dekker had al opleidingen aan Harvard gedaan en was in contact gekomen met het gedachtegoed van Michael Porter. Uitgangspunt voor de zelfstandige kliniek was het inrichten van zorgpaden rondom de patiënt. Daarnaast het continu uitvoeren van verbeteringen in het proces op basis van het meten van uitkomsten van zorg.

Verbetercycli

Hoe dat in de afgelopen tien jaar in de praktijk heeft uitgewerkt, was de centrale vraag in het onderzoek onder leiding van David Ikkersheim, partner bij KPMG Health. “Xpert Clinic startte al vroeg met het meten van uitkomsten voor het verbeteren van kwaliteit”, zegt Ikkersheim. “Een van de voorwaarden daarvoor is een goed IT-design, geïntegreerd met het EPD. De kliniek werkt met het platform PULSE. Dit bevraagt patiënten periodiek over pijn en bewegen, maar ook over de ervaren zorg. De uitkomsten worden gebruikt om behandelingen en behandelaren onderling te vergelijken en te leren en verbeteren. Het systeem kan ook worden gebruikt om samen met de patiënt te beslissen: bijvoorbeeld ga je opereren of niet?”

Maar de cycli van onderling analyseren, evalueren en verbeteren mogen nog wel wat sneller, stelt Ikkersheim. “Leren en verbeteren moet je niet een paar keer per jaar doen, mar eens per week. Of nog liever: het moet een continu proces zijn.” Extern is er nog niet zo veel vergelijkingsmateriaal, zo laat Ikkersheim zien. “De normen voor het veld zijn nog te onduidelijk. Maar de kliniek wil zich graag vergelijken met andere aanbieders. Daarom heeft Xpert Clinic een ICHOM-werkgroep voor hand- en polszorg geïnitieerd om tot een internationale standaardset van uitkomstindicatoren te komen.”

Ketenzorg

KPMG wijst in het rapport op de multidisciplinaire ketenzorg die Xpert Clinic biedt volgens het zogenoemde ‘one-stop-shop’-principe en de integratie van eerste, tweede en anderhalvelijnszorg als belangrijke bouwstenen voor VBHC. “Wij richten de zorg niet rondom de arts in, zoals de meeste zorginstellingen doen, maar rondom de patiënt”, zegt Marieke Bernaards, Businessline manager Xpert Clinic.

Bernaards: “Een patiënt wordt gezien door een multidisciplinair team van chirurg, fysiotherapeut en ergotherapeut  en er is direct een röntgenfoto, echo of EMG beschikbaar. Op dezelfde dag is er duidelijkheid over de diagnose, zorgtraject of verwijzing.” Een eventuele operatie kan direct worden ingepland en een conservatieve behandeling kan meteen worden gestart op een locatie van het Xpert Clinic-netwerk zo dicht mogelijk bij de patiënt thuis.

Xpert Cliunics heeft daarvoor een zogenoemd ‘Hub en spoke model’: vijf grote locaties met een OK (de hubs) en meer dan twintig locaties (spokes) voor het bieden van zorg met een lagere complexiteit. Een volgende stap is de inzet van e-health toepassingen, waardoor het netwerk ook virtueel wordt.

Financiering

Dat systeem staat nu in Zuid- en Midden-Nederland, maar de kliniek wil nog uitbreiden in capaciteit en in spreiding. “Het aantal patiënten van Xpert Clinic groeit elk jaar met 15 procent”, aldus Dekker. In 2013 waren het er ruim 16.000. In 2017 telde de kliniek 27.404 patiënten. “We willen eigenlijk nog sneller groeien, want hoe meer patiënten hoe lager de kostprijs per patiënt. Zo kunnen we betere uitkomsten tegen lagere kosten realiseren.”

Aandachtspunt daarbij zijn de huidige financiële prikkels, zo schrijft KPMG in haar rapport. De gescheiden financiering van eerste- en tweedelijnstrajecten en daarmee een verschil in mogelijke kosten voor de patiënt, al of niet vergoed vanuit de basisverzekering, belemmert soms dat de juiste zorg op de juiste plek wordt geleverd. Jak Dekker: “Daarom zijn wij in gesprek met partijen over ketenfinanciering, bijvoorbeeld via bundels.”

 

 

 

 

 

 

Reacties