Haske van Veenendaal: ‘Samen beslissen moet geen flauw sausje worden’

Het implementatieprogramma Beslist Samen wordt in maart officieel afgerond. In totaal veertien ziekenhuizen en zeven UMC’s hebben hierin samengewerkt om samen beslissen versneld in te voeren. Programmaleider Haske van Veenendaal kijkt terug en vooruit.

Het programma Beslist Samen! startte in 2016 en in 2018 startte het vervolg Beslist Samen!-II. De twee programma’s samen hebben dus vijf jaar gelopen als 22 maart het slotcongres plaatsvindt.

Is het programma een succes geweest is?

“Ik denk dat we veel bereikt hebben. Er is eigenlijk geen ziekenhuis meer dat niet op een of andere manier bezig is met samen beslissen. Dat is natuurlijk niet alleen de verdienste van dit programma, maar het heeft er wel aan bijgedragen dat samen beslissen overal op de agenda staat. Ik vind het heel mooi dat het ministerie van VWS geld voor de stimulering van samen beslissen heeft uitgetrokken. En dat alle partijen erachter zijn gaan staan, patiënten, zorgverleners, zorgorganisaties én verzekeraars. Daarin is Nederland echt uniek. Als je naar de individuele ziekenhuizen kijkt die hebben deelgenomen, zijn er wel grote onderlinge verschillen. Er zijn best ziekenhuizen bij die nog niet zo hard aan het samen beslissen geslagen zijn. Er zijn ook ziekenhuizen die hele grote stappen gemaakt hebben. Die er veel aan gehad hebben dus en die nu echt ziekenhuisbreed aan het opschalen zijn.”

Gaat het echt stoppen in maart?

“We hebben een verzoek lopen om het programma een paar maanden door te laten lopen om nog wat extra dingen te kunnen doen op het gebied van verspreiding van resultaten. Er zijn bijvoorbeeld nog ziekenhuizen die filmpjes of materiaal willen maken of een webinar willen organiseren om hun ervaringen te delen. We willen bovendien kijken of we de resultaten nog wat beter kunnen overdragen aan Uitkomstgerichte zorg, het programma van VWS en andere initiatieven. We proberen zoveel mogelijk van wat we hebben opgehaald en geleerd ook weer door te geven aan andere partners en projecten.”

Uit onderzoek blijkt dat patiënten niet vinden dat er nu meer samen beslist wordt dan vijf jaar geleden. Heeft het programma wel effect gehad of ligt het aan het onderzoek?

“Het onderzoek van Nivel is gebaseerd op de SDM-Q9. Dit instrument is specifiek ontwikkeld om de perceptie van patiënten over de betrokkenheid in besluitvorming te meten, maar het is de vraag of het in de praktijk in staat is om die perceptie goed te meten. Het meten hoe veel samen beslissen de patiënt ervaart, blijkt zowel in onderzoek als praktijk ingewikkelder dan we dachten. Dat is jammer, want ondertussen zegt men ‘dat kan toch niet, samen beslissen bevorderen en dan de effecten niet kunnen meten bij de patiënt’. Dus blijven we toch meetinstrumenten inzetten waarvan we weten dat ze de door patiënten ervaren mate van samen beslissen minder goed in beeld brengen. Dan meet je dus wel een effect in de observaties van consulten, maar de patiënt rapporteert niet dat hij of zij een effect ervaart.  Er worden nog steeds pogingen gedaan om vragenlijsten te maken om beter te kunnen meten.”

Hebben jullie patiënten gevraagd wat ze vinden van samen beslissen?

“Ja, dat doen we wel, maar daar zijn tot nu toe wisselende resultaten uitgekomen. Het probleem is dat veel patiënten niet weten wat samen beslissen eigenlijk is, totdat ze het ervaren of dat het ze goed wordt uitgelegd. En hoe ga je goed toetsen bij patiënten of ze iets hebben ervaren waarvan ze niet precies weten wat het is? Dan zou je eerst moeten uitleggen wat een patiënt volgens de theorie van samen beslissen mag verwachten. En dan kun je vragen of het heeft plaatsgevonden of niet. Ik weet niet of dat onderzoek al gebeurd is, zou heel interessant zijn. Verder is mijn advies  een observatie-instrument te gebruiken om het effect goed te kunnen vaststellen.”

Zien jullie wel effect van het programma?

“Als we in onze trainingen consulten laten bekijken en laten scoren door experts met een gevalideerd observatie-instrument, zien we een verbetering, Professionals zijn echt vooruit gegaan door ons implementatieprogramma. Ze denken vaak oprecht dat ze al samen beslissen en ze doen inderdaad ook allerlei dingen al goed. Maar als we dan feedback geven op een consult, valt het kwartje. Ze zien het eigen communicatiegedrag objectief gespiegeld ten opzicht van de theorie. Dan beseffen ze bijvoorbeeld dat ze niet zo neutraal zijn als ze dachten. Dat ze niet weten of de patiënt de uitleg echt begrepen heeft. Of ze zien waar ze de patiënt meer ruimte kunnen en moeten geven om in te brengen wat voor hem of haar echt belangrijk is. Je ziet een opmars in het gebruik van consult-opnames voor het verbeteren van samen beslissen in Nederland, dat geeft zinvolle verdieping!”

Jullie hebben je met het programma gericht op professionals. Moet je de patiënt niet juist trainen in samen beslissen?

“Op verschillende plekken zijn ook initiatieven gestart om patiënten beter voor te lichten over samen beslissen. Dirk Ubbink bijvoorbeeld, heeft voor het Citrienfonds een e-learning gemaakt voor patiënten. NFK en de Patiëntenfederatie Nederland hebben animaties. De Patiëntenfederatie heeft ook de drie goede vragen, Pharos heeft mooi materiaal voor mensen met lage gezondheidsvaardigheden en er zijn keuzehulpen en consultkaarten. Je ziet dus wel middelen om de patiënt te empoweren. Dat doe je het liefst zou vroeg mogelijk. Als iemand patiënt wordt, kunnen de drie goede vragen en keuzehulpen goed werken. Je wilt iemand dan niet leren samen beslissen, maar wel zeker weten dat hij de goede vragen stelt zodat hij de zorg krijgt die hij zelf wil.”

Moet je niet gewoon iedereen trainen in samen beslissen? Iedereen wordt toch vroeg of laat patiënt?

“Het zou heel interessant zijn om bijvoorbeeld middelbare scholieren hierin al te trainen.  En dan heb ik het niet alleen over de zorg. De wereld is nooit van A naar B, maar altijd van A naar B of C of D. Daar speel je zelf een rol in, in wat de juiste keuze is.”

Hoe gaat het nu verder met samen beslissen, moet er een nieuw programma komen?

“Er zijn dingen waar nog steeds winst te halen is en waar via een programmatische aanpak voordeel te halen is. Dan denk ik bijvoorbeeld aan samen beslissen over de keten heen. Dat is ook iets dat het Zorginstituut als speerpunt heeft gemaakt voor het komende programma. Dat vind ik heel mooi om te zien. Daarnaast is er bijvoorbeeld nog genoeg te doen op het gebied van samen beslissen bij lage gezondheidsvaardigheden.”

“Maar er hoeft misschien niet nog een programma te komen. Het wordt tijd voor netwerkachtige vorm. De ziekenhuizen hebben het wel op de agenda staan. Het gaat er nu vooral om dat we landelijk opschalen. Tools en expertise voor het geven van trainingen en feedback moeten breed beschikbaar komen. En we kunnen onze zorgpaden, samenwerking, omgang met tijd, financiering en ICT veel beter op samen beslissen gaan inrichten. ”

“We moeten nu allemaal doorpakken. Het is de kunst om er scherp op te blijven en niet te snel te vinden dat we het goed doen. Samen beslissen moet echt geïntegreerd worden in de zorg, dat je als zorgverlener ook voelt en vindt dat samen beslissen tot je vak behoort en voortdurend onderhoud behoeft. We moeten het echt omarmen zonder dat het gaat verwateren tot een flauw sausje over wat we toch al goede communicatie vinden.”

————————————————————————————————————————-

Op 22 maart vindt het online congres ‘Samen beslissen met uitkomstinformatie: een koel hoofd en een warm hart’  plaats. Het is de afsluiting van het programma Beslist Samen! en daarnaast een tussentijds verslag van het Santeon programma over samen beslissen met uitkomstinformatie. Ook is het congres het begin van Uitkomstgerichte zorg, het programma van het Ministerie van VWS samen met het veld, dat is net gestart. Meer informatie en opgeven

 

 

 

Reacties