Financiering

Heldere kostprijzen helpen zorg verbeteren

Het berekenen van kosten van zorg is in Nederland niet geliefd. Het veroorzaakt al jaren veel discussies. Hoe vaak horen we niet dat patiënten rekeningen krijgen die niet in verhouding staan met de zorg die zij hebben ontvangen?

Door Pien Naber

Sinds 2012 verschijnen aan het einde van ieder jaar in toonaangevende dagbladen of van onafhankelijke instituten[1] dat de tarieven tussen ziekenhuizen enorm verschillen. Een groot deel van de ziekenhuizen baseert tarieven op integrale kosten. Hoe komen die verschillen tot stand?

De kostprijsberekeningen blijken nog te vaak verplichte nummers van de financiële afdelingen, die te weinig gestaafd zijn op de werkvloer en (mede daardoor) niet altijd een realistisch beeld geven van de werkelijkheid. Controllers die in hun eentje voor een enorme puzzel staan en hulpverleners en managers die zich vervolgens niet kunnen vinden in de uitkomsten.

Een vicieuze cirkel die doorbroken moet worden, willen we zicht krijgen op wat een behandeling kost. Pas dan kunnen we kostprijzen als effectief middel inzetten in de bedrijfsvoering van ziekenhuizen en ten behoeve van VBHC. Maar hoe?

Waardevolle inzichten

Professor Robert Kaplan komt met een antwoord. In zijn masterclass op VBHC in de praktijk   van 5 april, vertelt hij gepassioneerd hoe Time Driven Activity Based Costing de brug kan slaan tussen financials en medici. Het kan waardevolle inzichten geven voor het optimaliseren van de zorgprocessen.

Door het toerekenen van kosten aan personeel per minuut en vervolgens de koppeling te maken naar de verschillende diagnosegroepen, ontstaat er een helder beeld van de inzet en kosten die gemoeid zijn met het leveren van een bepaalde vorm van zorg. Een systematiek die herkenbaar en transparant is voor de mensen in de praktijk.

Nederlands model

Volgens Holger Wagenaar, COO bij Performation, kan het kostprijsmodel dat we in Nederland hanteren gezien worden als een Activity Based Costing (ABC) systematiek, deels ‘Time Driven’ ingericht. We rekenen tenslotte al in tijd bij veel van de verrichtingen die we vastleggen en berekenen ook hoeveel personeel er hoe lang wordt ingezet bij die verrichtingen. Denk bijvoorbeeld aan de OK.

Ook Koen Perik, partner van SIS Finance Consulting, geeft aan dat de ABC-structuur in de  kostprijstooling goed lijkt te zijn in Nederland, en dat feitelijk TDABC mogelijk is. Hij geeft ook aan dat het juist inschatten van de tijdsbesteding door dokters en ondersteuners op zorgafdelingen essentieel is. Zo’n échte tijdsinschatting is belangrijk voor draagvlak en begrip bij artsen en raden van bestuur. Nu vertroebelt het gebruik van benchmarks soms het inzicht in de echte kostprijs van een DOT-DBC.

Eenvoudigere  benadering

Waar het ABC-model kosten toerekent aan activiteiten, wordt bij TDABC kosten toegerekend aan een type hulpverlener per minuut. Het is een eenvoudigere benadering. Door vervolgens de hulpverlener te laten bepalen hoeveel minuten hij/zij besteedt aan de zorg voor de patiënt en dit te vermenigvuldigen met de berekende kosten per minuut ontstaat er een helder beeld van de inzet en kosten die gemoeid zijn met het leveren van een bepaalde vorm van zorg. Hiermee zorg je in feite voor een meer ‘bottom-up’ benadering waarbij de zorgverlener zelf aangeeft hoeveel tijd hij besteedt aan de behandeling.

Diversiteit van kosten

Deze methodiek biedt de mogelijkheid om inzicht te krijgen in de diversiteit van kosten tussen de verschillende type zorgverleners en geeft ook de mogelijkheid om te bepalen of er activiteiten zijn die een zorgverlener uitvoert, die eigenlijk niet tot zijn kerntaak behoren en wellicht beter door aan andere, minder dure kracht gedaan kunnen worden. Kaplan neemt als voorbeeld de instructies die een patiënt krijgt en informatie over een behandeling. Vaak ligt deze taak nu nog bij de arts, maar kan dit ook door een verpleegkundige gedaan worden.

Beperkte groepen

Een keerzijde van de methodiek is dat deze alleen nog wordt gebruikt voor beperkte groepen en niet toepasbaar lijkt te zijn voor alle zorg van het ziekenhuis. Hij ziet het vooral als een methodiek om voor specifieke behandelmethodieken periodiek te bepalen wat het kost en waar de verbetermogelijkheden liggen. Hoe we het in Nederland aanpakken, is dus nog niet zo slecht.

Of we vervolgens de in Nederland gehanteerde kostprijsmodellen ook in kunnen zetten voor VBHC, bijvoorbeeld om te analyseren waar zorgprocessen efficiënter of goedkoper kunnen, hangt af van de accuraatheid van de gebruikte rekenschema’s. Die accuraatheid moet van de werkvloer komen. Bepalend voor succes is dus de mate van validatie van de kostprijzen, of er nu voor ABC of TDABC wordt gekozen.

Hele klus

Goede kostprijzen zou de Nederlandse ziekenhuiszorg enorm kunnen helpen om de efficiëntieslag te maken die zo hard nodig is. Dat kan door de kostprijzen te integreren in de planning en control cyclus van resultaatverantwoordelijke eenheden, die bij voorkeur georganiseerd zijn rondom een specifieke patiëntengroep. Zo kan een krachtige bijdrage worden geleverd aan  waardegedreven zorg. Maar dan moeten de kostprijzen dus wel eerst op orde zijn. En dat is een hele klus in de meest complexe organisaties die we hebben in het land.

[1] Recent voorbeeld ontleend aan CPB Discussion Paper 378, 29 maart 2018: “Voor ongeveer de helft van alle DBC’s zijn er minimaal twee ziekenhuizen te vinden waarvan de DBC-contractprijs meer dan een factor 3 tot 6 verschilt. De analyse laat zien dat de prijsvariatie vrij willekeurig is en dat er geen goedkope of dure ziekenhuizen zijn.”

Pien Naber is senior adviseur in de gezondheidszorg met specialisatie in de ziekenhuiszorg

Reacties