ICT

HIPS: uitdagingen en kansen van een dataplatform in de zorg

Zorg verbeteren begint met data vergelijken. Maar dan wel betrouwbare data die voor alle betrokkenen beschikbaar zijn. Santeon zet stappen met het Health Intelligence Platform Santeon (HIPS), het gezamenlijke dataplatform van de zeven aangesloten ziekenhuizen dat eind dit jaar operationeel moet zijn. Welke kansen en uitdagingen komen Jos Hendrikx (klinisch data scientist) en Renske Veenstra (programma-manager) in de praktijk tegen bij de ontwikkeling van dit platform?

Binnen Santeon draaien inmiddels voor vijftien aandoeningen verbetercycli. Programma-manager Renske Veenstra: “Per aandoening en per cyclus verzamelen we data in de ziekenhuizen. Die brengen we samen en dat vergelijken we met elkaar. De verbeterteams, bestaande uit artsen verpleegkundigen en patiënten, kijken hoe er gepresteerd wordt en waar de mogelijke verbeteringen zitten. Dat is een heel arbeidsintensief proces. HIPS is bedoeld om daar een versnelling in te brengen en om andere doelen zoals samen beslissen te ondersteunen.”

Twee aandoeningen

Met HIPS kunnen de zeven Santeon ziekenhuizen snel informatie met elkaar uitwisselen en vergelijken om te onderzoeken, te verbeteren en te innoveren. In de loop van 2021 moet het klaar zijn voor de eerste twee aandoeningen, borstkanker en heupartrose. Omdat Santeon een generiek informatiemodel heeft ontwikkeld, kunnen daarna snel meer aandoeningen aansluiten.

Wat je ook met de data wilt doen: HIPS wordt de databasis van waaruit je in verschillende behoeften kunt voorzien. Patiënten van informatie voorzien, helpen met samen beslissen, ook samen verbeteren en leren. Veenstra: “Wat wij hebben gemerkt, is dat het heel belangrijk is om op verschillende niveaus en tussen verschillende disciplines goede afspraken te maken. Nictiz heeft daar bijvoorbeeld het vijflagenmodel voor. Daar gaan wij ook vanuit als wij met HIPS bezig zijn.”

Afspraken maken

Het gaat daarbij om zaken automatiseren, maar de invoering van HIPS is breder. Klinisch data scientist Jos Hendrikx: “We maken ook afspraken met elkaar. Hoe we die data goed kunnen ontsluiten uit de bronsystemen in het ziekenhuis. Alles wat je bijvoorbeeld vastlegt in een EPD en hoe je daarmee omgaat om data te verwerken tot zinvolle inzichten.”

Volgens Veenstra en Hendrikx zitten er veel verschillen tussen de ziekenhuizen. Dat maakt de invoering van HIPS niet eenvoudiger. Veenstra: “Je wilt dat de zeven ziekenhuizen de data op dezelfde manier in hun datawarehouse plaatsen zodat wij er gemakkelijk data uit kunnen halen om die met elkaar te verbeteren en om die data eventueel nog op een andere manier te kunnen gebruiken in Santeon-verband.”

Minder registratielast

HIPS moet uiteindelijk voor minder registratielast gaan zorgen. Hendrikx: “Maar in welke mate dat zo is, verschilt per ziekenhuis. Als je al heel gestructureerd en gestandaardiseerd data vastlegt, kun je die makkelijker ontsluiten en voor verschillende doeleinden gebruiken. Als je eigen codestelsels hanteert en/of veel ongestructureerd vastlegt, moet je nog met elkaar afspraken maken van wat je op een andere manier gaat vastleggen. Ons doel is niet om meer vast te gaan leggen, maar wel om slimmer vast te gaan leggen zodat data beter (her)bruikbaar wordt. “

Kennis uitwisselen

HIPS is in eerste instantie bedoeld voor de zeven Santeon ziekenhuizen. Veenstra: “Maar we maken natuurlijk wel gebruik van de zorginformatiebouwstenen van Nictiz en andere landelijke ontwikkelingen op het gebied van gegevensuitwisseling. We willen graag kennis uitwisselen met andere ziekenhuizen en partijen, als mensen daar voor open staan kunnen we onze ervaringen verder verspreiden. Daarnaast leren wij ook graag van andere partijen en hun ervaringen. Als het platform eenmaal staat, zouden we op den duur ook nog kunnen denken aan connecties met andere platforms waar data verzameld worden, bijvoorbeeld op onderzoeksgebied.”

Definities

Bij het bouwen van HIPS komen Veenstra en Hendrikx ook zaken tegen waar nog winst te halen is. Veenstra noemt als voorbeeld data die ongestructureerd worden vastgelegd in vrije tekstvelden, zoals de aantekeningen van een arts in een dossier. Die zijn nu lastig terug te halen uit de data en te interpreteren. “Dan ben je afhankelijk van een arts om na te kijken of er bijvoorbeeld daadwerkelijk sprake is geweest van een complicatie. Dat vind ik een mooi voorbeeld van waar we nog op kunnen verbeteren en leren van elkaar. Samen afspraken maken over hoe te registreren zodat je data er gemakkelijker uit kunt halen. Je moet dus nadenken over de definities die je hanteert én nieuwe manieren om deze data beschikbaar te krijgen, zoals text-mining.”

Volgens Hendrikx is er ook nog winst te behalen door meer te denken in zorgpaden en ketenzorg. Data die op een andere afdeling of buiten een  organisatie ook al geregistreerd zijn, zijn ook vaak te hergebruiken in het ziekenhuis. “Als dat beter gebeurt, hoef je niet bij de huisarts, in het ziekenhuis en in revalidatiecentrum dezelfde vragen aan de patiënt te stellen. Of metingen te herhalen. “

Integratie

Wat merkt een arts van het nieuwe platform? Veenstra: “Hopelijk meer integratie. Nu staat informatie vaak verspreid over verschillende systemen in het ziekenhuis en is vergelijkingsdata van andere ziekenhuizen of gelijksoortige patiënten (Patients-like-me) niet direct toegankelijk. Dit vertraagt het van elkaar leren en verbeteren en de implementatie van beslissingsondersteuning in de spreekkamer. Wij hopen voor de toekomst een meer geïntegreerde manier van aanbieden van informatie. Dus dat de informatie gemakkelijker beschikbaar en toepasbaar in de praktijk is.”

“We zitten nu nog maar met een relatief klein clubje artsen om tafel. Dat zijn de voorlopers. Die hebben nog wel wat vragen. Kan ik straks mijn data wel vertrouwen? Zit alles er wel in? Interpreteren we dat wel op de goede manier?  Er zijn ook nog wel wat vragen over datakwaliteit en beschikbaarheid.”

Alle disciplines

Het gaat volgens Veenstra niet alleen om de techniek. “Het gaat ook ook over informatie vastleggen, harmoniseren, wat mag je wel, wat mag niet, hoe moet je de data interpreteren. HIPS gaat over alle disciplines heen. De IT, dataverwerking door de data-analisten, maar ook de medische inhoud en het patiënten perspectief. Het is een hele brede groep van disciplines.  Technisch gezien is het misschien niet zo spannend, maar juist omdat we iedereen betrekken bij elke fase van het project, dat maakt het uniek. Denk ik ook meer succes zal hebben.”

HIPS is dus niet alleen een technisch feestje. Hendrikx: “Wij willen weleens technisch praten, maar juist die verbinding tussen alle disciplines is belangrijk om samen te bepalen wat echt belangrijk is. Er moet focus zijn om stappen te maken, dan kun je niet zonder de inhoud. Zorgverleners en patiënten bepalen wat wel en niet belangrijk is. Als we ergens besluiten over moeten nemen om bepaalde zaken niet mee te nemen in de data, dan zullen de uiteindelijke gebruikers hier wat van moeten vinden.”

“We begrijpen elkaar niet altijd, maar dat kost ook tijd. Je moet elkaar leren kennen en je moet weten waarom zaken zijn zoals ze zijn. We hebben veel overleg , juist om elkaar te leren begrijpen en te weten wat belangrijk is voor elkaar. “

Visie en commitment

Een nieuw dataplatform bouwen is binnen één ziekenhuis al lastig, laat staan binnen zeven ziekenhuizen. Veenstra: “We noemen het weleens polderen, maar aandacht voor het proces is belangrijk om te komen tot goede én gedragen resultaten Daarbij is het belangrijk om het met alle zeven ziekenhuizen vorm te geven en te ontwikkelen. Het moet van iedereen zijn. We moeten nu nog heel veel investeren, we moeten hard werken om dit allemaal voor elkaar te krijgen.”

“Dat we dit nu kunnen doen hebben we te danken aan de roep van onze artsen om snelle en gemakkelijke toegang tot data en informatie voor de klinische praktijk en een bestuur dat gelooft dat waardegedreven zorg alleen een succes kan worden als we ook gezamenlijk investeren in een duurzame infrastructuur dat dit mogelijk moet maken. Er is dus op alle lagen sprake van draagvlak en motivatie om HIPS tot een succes te maken.”


Op 11 februari organiseerde Linnean een online werkbezoek aan Santeon. Daar kwam ook de ontwikkeling van HIPS aan de orde. Bekijk hier het werkbezoek terug. 

Reacties