Validering / kennisdeling

Jan Hazelzet: ‘Laagopgeleide patiënt valt buiten de boot bij VBHC’

Vragenlijsten invullen en samen met artsen beslissingen nemen, gaat de hoogopgeleide patiënt gemakkelijker af dan de laagopgeleide. ‘Voor laagopgeleiden moeten we misschien de vragenlijsten aanpassen of gebruikmaken van beelden’, zegt Jan Hazelzet bij zijn afscheid.

Jan Hazelzet gaat per 1 januari 2021 met emeritaat. Na een loopbaan van 43 jaar heeft hij op 11 december virtueel afscheid genomen binnen het Erasmus MC. Zijn hoogleraarschap Healthcare, Quality and Outcome is verkaveld over collega’s van diverse vakgebieden in het Erasmus MC. Het klinisch leiderschap van het Centrum Waardegedreven Zorg draagt hij over aan chirurg Linetta Koppert. Zij wordt het nieuwe boegbeeld van het Erasmus MC als het gaat om waardegedreven zorg.

Adviseur Erasmus MC

Overigens was Hazelzet graag nog doorgegaan als hoogleraar. Maar hij merkte aan den lijve dat de (semi-)overheid de flexibiliteit heeft van een betonnen muur als het gaat om de leeftijdsgrens voor pensionering. Helemaal weg is Hazelzet overigens niet. Hij blijft verbonden aan het Erasmus MC als adviseur. “Ik zal mijn kennis, ervaring en contacten inzetten voor diverse VBHC-trajecten.”

Eerste CMIO

Hazelzet was in 2007 de eerste Chief Medical Information Officer (CMIO) van Nederland. Het was hem al vroeg duidelijk dat het voor kwaliteitsverbetering belangrijk was om het medisch-inhoudelijke domein te verbinden met het IT-domein. ‘Ze kunnen niet zonder elkaar. Voor het creëren van waarde voor patiënten moet je op een systematische manier uitvragen wat patiënten belangrijk vinden. De antwoorden koppel je aan medische uitkomsten. Daarvoor heb je goede IT nodig.”

Kinderarts op IC

Gevraagd naar het hoogtepunt van zijn loopbaan, gaat Hazelzet 33 jaar terug in de tijd. Toen startte hij als kinderarts op de intensive care. Met ouders van doodzieke kinderen voerde hij indringende gesprekken over orgaandonatie, over leven en dood. Dikwijls vroeg hij zich af of hij die gesprekken wel goed had gevoerd. “Heb ik wel de juiste vragen gesteld? Het was voor mij een belangrijke drijfveer om die gesprekken op systematische wijze te doen.”

Waarde voor patiënt

Een van de mooiste voorbeelden van het creëren van waarde voor patiënten deed zich voor toen hij als beginnend kinderarts te maken kreeg een doodzieke baby van veertien maanden op de IC. Het was de eerste keer dat hij zelfstandig samen met de ouders ingrijpende beslissingen moest nemen. Na enige tijd werd duidelijk dat de baby zou overleven, ook nog zonder hersenbeschadiging. Wel moesten haar voeten geamputeerd worden. “Het was een zeer kordate moeder. Ze stond erop dat haar kind snel protheses zou krijgen. Binnen een half jaar kon ze lopen.”

Twee jaar geleden kwam Hazelzet haar opnieuw tegen. Ze was nu een jonge vrouw van 27 jaar die nog steeds goed kon lopen op haar protheses. “Ze was getrouwd, had kinderen en een leuke baan. Een voorbeeld hoe je samen met patiënten ingrijpende beslissingen kunt nemen, die in dit geval erg goed zijn uitgepakt.”

Onverminderd actueel

Hazelzet omarmde het gedachtegoed van Michael Porter. De hoofdboodschap van Porters wereldberoemde boek ‘Redefining healthcare’ uit 2006 is volgens Hazelzet onverminderd actueel. “Alleen door de zorg echt te veranderen, kunnen we hem beter maken. We moeten de zorg echt anders organiseren, rondom patiënten, met expertise uit verschillende disciplines. Minder pillen en behandelen, meer inzet op gezonde leefstijl en preventie. Nu zijn de artsen en het geld nog te veel leidend voor de organisatie van zorg.”

Toekomst VBHC

Maar zijn mensen in de zorg inmiddels niet verzadigd en raken ze uitgekeken op VBHC? Nee, meent Hazelzet. Hij constateert dat na de koplopers juiste de grote meerderheid aan de slag gaat met het gedachtegoed.

Voor de toekomst van VBHC zijn drie zaken essentieel. In de eerste plaats is dat ‘patient engagement’. De betrokkenheid van de individuele patiënt moet bij beslissingen in behandelingen beter uit de verf komen. In de tweede plaats moeten verbeteringen in de werkprocessen data- en waardegedreven zijn. Daarvoor is een koppeling nodig tussen uitkomsten die patiënten relevant vinden met de medische uitkomsten. Die vormen de basis voor aanpassingen in de werkprocessen en continu leren en verbeteren.

Duurzaamheid en VBHC

In de derde plaats gaat het om duurzaamheid in de zin van duurzame resultaten op de lange termijn. Daarvoor zijn meerjarige contracten nodig, over de zorgdomeinen heen. “Voor goede uitkomsten van zorg moet je niet alleen kijken naar de ziekenhuiszorg, maar ook naar interventies in de Wmo en Wlz. Bij ons experiment met beroertezorg gaan we ook afspraken maken met huisartsen en de gemeente. We zitten nu in de fase dat er voor de financiering één zorgbundel komt. De bekostiging is dus domeinoverstijgend en het zijn meerjarige contracten over verbetering.”

Laagopgeleide patiënt en VBHC

Een risico is dat mensen met een lage sociaal-economische status (ses) buiten de boot vallen bij VBHC, waarschuwt Hazelzet. Vragenlijsten invullen en samen met artsen beslissingen nemen, gaat hoogopgeleide patiënten makkelijker af. Maar ook voor mensen met een lage ses is VBHC belangrijk, benadrukt Hazelzet.

“Voor hen moeten we misschien de vragenlijsten aanpassen of gebruikmaken van beelden. Mensen met een lage ses hebben vaak een kleiner sociaal netwerk. Dat beïnvloedt hun kwaliteit van leven negatief. Dat zien we in de uitkomsten bij beroertezorg. Ook als ze een minder ernstig infarct hebben, is hun kwaliteit van leven lager. Het is al erg genoeg dat laagopgeleide mensen in arme stadswijken zes jaar korter leven. De tweespalt in de samenleving wordt alleen maar groter. Dat vraagt om een actieve rol vanuit het behandelteam.”

 

Reacties

Comments

  1. Frank Conijn

    Veel van de huidig gebruikte vragenlijsten zijn inderdaad te moeilijk voor de laag opgeleiden, soms zelfs veel te moeilijk. Maar om voor hen aparte vragenlijsten te maken, dat lijkt me geen goed idee. Ten eerste ontstaat dan het probleem wie je welke vragenlijst geeft. En ten tweede kun je dan de resultaten niet meer met elkaar vergelijken.
    .

    Ze zullen dus gewoon eenvoudiger moeten. En vooral ook sneller in te vullen, ook vanwege de enquêtemoeheid die steeds vaker voorkomt als gevolg van dat steeds meer bedrijven en diensten vragen om er een in te vullen. De door mij ontwikkelde vragenlijsten, de Universele Ziektelastschaal en de Universele Consumenttevredenheidsschaal, voldoen m.i. wel aan de eisen van eenvoud en korte invultijd, terwijl ze toch dekkend zijn.
    .

    Ze zijn te vinden op gezondezorg.org/ziektelastmeting en gezondezorg.org/ctm. Voor hoe en wanneer ze gebruikt zouden moeten worden, zie gezondezorg.org/assessmentwerkwijze. Een bijkomend voordeel van het universele karakter van beiden is dat als men er toch nog moeite mee heeft, dat de volgende keer al minder zal zijn.