Geïntegreerde zorg

‘Je kunt geen mandaat geven voor integrated care’

Een van de grote puzzels rond geïntegreerde zorg is hoe de theorie in de praktijk toe te passen. Dat blijft een uitdaging in alle landen, zo blijkt tijdens de International Conference on Integrated Care.

Door  Wouter van den Elsen
Onderdeel van het themanummer Ketenzorg van KIZ. Naar de overzichtspagina

De internationale academische top in het veld van geïntegreerde zorg kwam afgelopen mei drie dagen bij elkaar in Utrecht. Onder de noemer ‘Value for People and Populations: Investing in Integrated Care’, werd de 18e International Conference on Integrated Care (ICIC) georganiseerd door de International Foundation for Integrated Care (IFIC), in samenwerking met kenniscentrum Vilans, het RIVM en ZonMw.

Cultuurgebonden 

Het integreren van zorg en hoe ver landen daar mee zijn, is sterk cultuurgebonden.” Aan het woord is Nick Goodwin, CEO en medeoprichter van de International Foundation for Integrated Care (IFIC). “Je kunt geen mandaat geven voor integrated care. Je kunt wel roepen dat iedereen zijn zorgaanbod moet gaan integreren, maar in de praktijk is dat vaak heel complex. In ieder land zijn er belangen en systemen die het écht organiseren van zorg rondom de mens en niet rondom de aandoening of de ziekte belemmeren. Zo wordt een land als Nederland internationaal geroemd voor haar hoge raad van integratie.”

En inderdaad, er is hier een hoge organisatiegraad en er zijn prachtige eerstelijnsvoorzieningen als huisartsenposten en dergelijke. Heel veel landen hebben dat soort laagdrempelige toegang niet omdat dit historisch gezien niet zo gegroeid is. Maar de Nederlandse hoge organisatiegraad kan volgens Goodwin ook belemmerend werken bij het op elkaar aansluiten van zorgverlening. “Het hebben van veel organisaties en beroepsgroepen betekent ook veel gevestigde belangen waar je tegenaan kunt lopen bij de integratie. De professionaliteit kan bij wijze van spreken in de weg gaan zitten. In een land als Spanje, waar die professionalisering veel minder ver ontwikkeld is, kan men hierdoor in sommige gevallen veel makkelijker projecten opzetten voor geïntegreerde zorg dan hier en sneller doorpakken.”

Sterker nog, zelfs binnen landen culturele verschillen tussen regio’s al invloed hebben op de mate van integratie. “Mensen zijn overal anders. Je kunt in een wijk in Utrecht een perfect lopende pilot hebben voor wijkgerichte zorg en populatiegerichte bekostiging. Precies hetzelfde concept kan vijftig kilometer verderop in Rotterdam al helemaal niet van de grond komen. Door een verschil in de bereidheid van de populatie om mee te werken bijvoorbeeld of andere onbekende factoren.”

Vergelijkbaar

Een concreet voorbeeld hiervan geeft professor Tine Rostgaard. De wetenschapper van het Deense kennisinstituut VIVE doet onderzoek naar de geïntegreerde zorgmethode van ‘reablement’. Reablement heeft als doel mensen zelfredzaam maken. Aan het begin van de interventie krijgen mensen een  zorgtraject waarbij het leren van weer zelf traplopen of het zelf uit bed stappen de insteek is. Hierna kunnen mensen zelfstandiger leven met minder tot geen professionele hulp over de vloer.

“In 2007 startte een gemeente in Zweden hier een experiment mee. Hoewel in die gemeente mooie resultaten werden geboekt, nam de nationale overheid het concept niet over. In Denemarken zijn we er echter wel mee begonnen. En hier is het ongelofelijk populair. Het is onderdeel van het overheidsbeleid geworden. Waarom er zo’n verschil is tussen Zweden en Denemarken wat betreft de acceptatie en implementatie, is onduidelijk. De zorgstelsels zijn vergelijkbaar en ook de populaties verschillen niet veel van elkaar. We moeten dit nog onderzoeken en willen een mogelijk antwoord op deze vraag binnenkort publiceren.”

Decentraliseren

Naast het vraagstuk van cultuurgebonden integratie zijn er nog honderden andere kwesties die internationaal onderzocht worden. Daarom groeit het internationale onderzoeksveld van integrated care dan ook ieder jaar met sprongen. Dat was zeker ook zichtbaar op de ICIC-top in Utrecht, waar meer dan 800 academici en beleidsmakers elkaar drie dagen lang ontmoetten.

Directeur-generaal Kees van der Burg van VWS: “Als wij op het ministerie beleid maken, noemen we dat niet letterlijk geïntegreerde zorg. Maar de maatschappij verandert op zo’n manier dat heel veel van wat wij doen daar in feite wél onder valt. We decentraliseren het zorgstelsel en leggen verantwoordelijkheden bij de gemeente en de zorgverzekeraars. Dit met het doel om gezamenlijk tot een persoonsgericht aanbod van zorg voor mensen thuis in de wijk maar ook elders te komen.”

Andere invalshoek

Machteld Huber houdt de term ‘persoonsgerichte zorg’ van Van der Burg tegen haar concept van positieve gezondheid aan. “Beleidsmakers focussen nog altijd op de aandoeningen als problemen die opgelost moeten worden. Maar in onze visie zijn mensen niet hun aandoening. Toch fixeren we daar in de zorg doorgaans wel op. Alle aandacht gaat uit naar hun klachten en gezondheidsproblemen en hoe we die op een medische manier kunnen oplossen. Positieve gezondheid kiest echter een andere invalshoek. Het accent ligt niet op ziekte maar op mensen zelf, op hun veerkracht en op wat hun leven betekenisvol maakt. Als we met elkaar op basis van dit principe de zorg zouden inrichten, krijg je perfect geïntegreerde zorg.”

Drie grote opgaven

Mirella Minkman, vicevoorzitter van IFIC en bijzonder hoogleraar van Vilans, richt zich er in haar presentatie op hoe het concept van Machteld Huber te realiseren is in de harde werkelijkheid. In haar onderzoek ziet ze hierbij drie grote opgaven: “Ten eerste stellen wij dat het écht zien van de mens, de persoon, de wezenlijke opgave is. Niet wat iemand heeft of wat hij niet kan, maar wat de behoeften zijn en wat hij of zij belangrijk vindt. De tweede opgave is integration at the next level. Daarmee bedoelen we dat het niet alleen gaat om het organiseren van zorg rondom mensen en hun behoeften, maar ook om daarbij passende (lokale) governance in samenwerkingsrelaties- en constructies. Daarmee bedoel ik het samenspel van leiderschap, verantwoording en toezicht. De derde opgave ten slotte is het dichter bijeen brengen van de werelden van beleid, wetenschap, en de praktijk van belang voor innovatie.”

Minkman ziet dat hier een aantal hoofdtrends zichtbaar worden: “Deze trends zijn bijvoorbeeld benoemd als ‘mensen zijn zelf aan zet’, ‘zorg wanneer en waar jij het wilt hebben’. Ook zullen we gaan zien dat leven, werken, zorgen en leren terreinen zijn die steeds meer in elkaar overlopen. Ook ‘meer focus op duurzaamheid’ en leven in ‘een compatibele netwerksamenleving’ zijn toonaangevende trends die op verschillende plekken doorbreken. Hiermee bedoelen we dat alles met alles meer verbonden is. Diensten die niet op elkaar zijn afgestemd en niet aansluiten bij de verschillende behoeftes van mensen, zullen niet kunnen overleven.’

Aan het einde van de conferentie kijken alle aanwezige academici en beleidsmakers uit meer dan dertig  landen terug op een geslaagde top. In april 2019 zal de negentiende editie van de top plaatsvinden in de Baskische stad San Sebastian.

Wouter van den Elsen is senior communicatie adviseur bij Vilans

 

Reacties