Meten van uitkomsten en kosten

Joris van Eijck, Menzis: ‘Kwaliteitsverbetering voor de patiënt moet lonen’

Zes jaar geleden worstelde ik met een dilemma in het AMC Amsterdam. We namen deel aan uitkomstenregistratie rondom hartzorg. De eerste resultaten van het programma om de kwaliteit te verbeteren kwamen binnen. Eerlijk is eerlijk: veelbelovende cijfers.

Nieuwe werkwijzen leidden tot een kortere hersteltijd van patiënten. Daardoor was het gemiddeld verblijf op de Intensive Care met een dag verlaagd. Fantastisch nieuws dus voor de patiënt, maar niet voor het ziekenhuisbudget. Immers wordt per IC-ligdag betaalt. Dat contrast voelde niet goed. De kwaliteit van zorg verbeteren voor de patiënt moet juist lonen. Dat moest dus anders.

Waardevol

De drive voor die verandering draag ik vandaag de dag mee in mijn rol binnen Menzis. Hier kan ik kwaliteitsverbetering waardevol maken voor alle betrokken partijen. Niet in de laatste plaats in het belang van onze 2,3 miljoen verzekerden. Hier maken we de beweging van een volume-gebaseerd zorglandschap naar een waardegericht landschap. Zorgverzekeraars hebben daarin beslist een rol.

Meer dan meten

Onze rol verandert van een organisatie die declaraties uitbetaalt naar een die verandering faciliteert. Verandering in vele verschijningsvormen, niet in de laatste plaats de beweging van financiering op volume naar meerwaarde. Maar hoe? Wij vinden waardegericht werken meer dan het meten en verbeteren van zorguitkomsten. We analyseren de gehele zorgketen om daarbinnen de situatie voor patiënten te verbeteren. Hieronder zal ik twee voorbeelden uitlichten waar wij deze rol hebben gepakt.

Schotten doorbreken

De zorgketen is te veel verschot in onderdelen die weinig samenhang hebben. Tussen die schotten heen beweegt de patiënt, wiens pad zich lijkt te voegen naar de schotten in plaats van andersom. Zorgverzekeraars kunnen dit doorbreken en samenwerking in de gehele zorgketen realiseren.

Zorg op afstand

Samen met Naast, Sensire, Luscii en het Slingeland Ziekenhuis hebben we een contract vormgegeven dat COPD- patiënten helpt in hun thuissituatie. Deze longaandoening vraagt veel van patiënten, waaronder een geregeld bezoek aan het ziekenhuis, dikwijls de spoedafdeling. Door een innovatie is het mogelijk de meting van veel gezondheidsinformatie vanuit thuis te doen, gewoon met een tablet. Op afstand kunnen ze met zorgpersoneel bijvoorbeeld het aanpassen van medicatie bespreken. In plaats van de investering in deze innovatie direct op de kosten te laten drukken, hebben we de risico’s en de opbrengsten tussen de betrokken partijen gedeeld. Zodoende kunnen we tegen lagere gezamenlijke kosten elkaar belonen voor positieve verbetering van uitkomsten. De patiënt is daarbij de grootste winnaar.

Verbetercycli

Een tweede voorbeeld gaat over het inrichten van verbetercycli met patiënten en zorgaanbieders. Met Santeon hebben we ons eerste waardegerichte contract rondom borstkankerzorg vormgegeven. Daarin speelt de verbetercyclus een cruciale rol. De zeven betrokken ziekenhuizen leren van elkaar. Tevens loont kwaliteitsverbetering in het contract. Via ICHOM konden we ook internationale lessen betrekken bij deze ontwikkeling. Deze waardegerichte werkwijze is uitgebreid naar hartzorg, cataract, heup en knie-vervangingen en reumatologie.

Terugkoppelen

Centraal in het waardegerichte contract staat het terugkoppelen van kwaliteitsuitkomsten in bijeenkomsten om over deze data van gedachten te wisselen. Wat mij vooral opvalt, is hoe veel energie er vrijkomt tussen professionals en patiënten wanneer ze van elkaar leren en bondgenoten worden in het verbeteren van de zorgkwaliteit.

Veel discussie in GGZ

Uiteraard ging niet alles van een leien dakje en hebben we veel geleerd. Waar de ziekenhuizen de waardegerichte ontwikkeling bijvoorbeeld hebben omarmd, blijkt dat in andere zorgdomeinen nog een uitdaging. Denk daarbij aan de geestelijke gezondheidszorg (GGZ), waarbij er veel discussie is over het meten van uitkomsten.

In de tweede plaats zien patiënten zelf niet altijd hoe waardegerichte zorg juist in hun belang is. Ze voelen zich bedreigd door het concept dat de uitkomsten van zorg belangrijk worden. “Moet ik dan zelf opdraaien voor een behandeling als die niet aanslaat?” of “Kiest de zorgverlener dan niet die patiënten uit met de meeste kans van slagen?”

Hele keten

Daar is dus nog veel verduidelijking nodig. Op de derde plaats is er nog veel werk te verrichten op het gebied van spreiding. Het lukt om waardegerichte contracten vorm te geven met een aantal partijen, maar dat moet stevig worden opgeschaald. Dan worden nog meer partijen in de zorg verbonden in meerwaarde voor de patiënt langs de gehele keten.

Deze lessen geven ons focus richting de toekomst: opschalen naar meer domeinen, de zin van waardegerichte zorg uitdragen richting patiënten en zorgverleners in de zorgketen achter het gemeenschappelijke doel scharen. We zullen nog vaker waardegerichte financiering in de eerste lijn, tweede lijn en in de GGZ moeten introduceren. Het is onze ambitie om meer dan 50 procent van de contracten waardegericht te maken.

Waardegericht financieringsmodel

Laat ik afronden door bij mijn opening over het AMC Amsterdam stil te staan. Vorig jaar zijn we met de Nederlandse Hartregistratie (NHR) een waardegericht financieringsmodel gestart. Het kan dus wel. Daar ben ik trots op. Samen kunnen we de gezondheidszorg echt weer om de patiënt laten draaien.

Joris van Eijck is directeur zorg bij Menzis. Hij is spreker op het Jaarcongres De Qruxx van kwaliteit van 5 november.

 

 

 

Reacties

Comments

  1. Frank Conijn - GezondeZorg.org

    De laatste twee zinnen hadden moeten lezen:
    .

    “Door die paar consument-twitteraars die zich achter de invalide argumentatie stelden van een groepje behandelaars in de GGZ dat uitkomstfinanciering in de GGZ niet mogelijk of oneerlijk zou zijn? Dan is de remedie tamelijk eenvoudig: duidelijk maken dat eerlijke uitkomstmeting wel degelijk goed mogelijk is in de GGZ, en dat uitkomstfinanciering/kwaliteitsfinanciering iets wezenlijk anders is dan ‘no cure, no pay’.”

  2. Frank Conijn - GezondeZorg.org

    Basaal-inhoudelijk ben ik het eens met dhr. Van Eijck, maar ik zou hem aanraden om zijn basisterminologie bij te stellen, ter voorkoming van verwarring.
    .

    Hij schrijft: “de beweging van een volume-gebaseerd zorglandschap naar een waardegericht landschap”. Ik zou aanraden: “de beweging van verrichtingsfinanciering naar kwaliteitsfinanciering.” Immers, meer patiënten behandelen zou meer geld op moeten leveren, dus je moet wel een patiëntenvolumeprikkel behouden. Ik negeer daarbij even de opgelegde omzetplafonds, wat die getuigen van bestuurlijke armoede.
    .

    En waardegericht = uitkomstgericht, maar de uitkomsten in termen van pathologieverloop zijn niet altijd (goed/werkbaar) meetbaar. Zo is in de SEH de benodigde nulmeting niet (goed) werkbaar, en pathologieverloopmeting in de huisartsenzorg is dat evenmin, en niet fair — huisartsen moeten vaak verwijzen.
    .

    Je zult dus bepaalde structuur- en procesindicatoren (SEP~) moeten behouden. En de combinatie van uitkomsten — vaak zijn die wel goed meetbaar — en de benodigde overblijvende SEP-indicatoren levert een goed beeld van de kwaliteit op. Waar de zorginkopers/financiers naar zouden moeten kijken.
    .

    Verder ben ik benieuwd naar hoe hij erbij komt dat patiënten zich bedreigd voelen door het concept dat de uitkomsten van zorg belangrijk worden. Door die paar consument-twitteraars die zich achter de invalide argumentatie van een groepje behandelaars in de GGZ stelden dat uitkomstmeting in de GGZ niet mogelijk zou zijn?
    .

    Dan is de remedie tamelijk eenvoudig: duidelijk maken dat uitkomstfinanciering/kwaliteitsfinanciering iets wezenlijk anders is dan ‘no cure, no pay’.