ICT

Lange termijnonderzoek brengt gevolgen introductie EPD beter in beeld

Een onderzoeksmethode die langere tijd voor en na de introductie van een nieuw elektronisch patiëntendossier het effect op de zorg meet en dit vergelijkt met controle-instellingen waar geen big bang plaatsvindt, geeft een beter beeld van de werkelijke impact van deze IT-interventie.

Dat blijkt uit onderzoek van de University of Salt Lake City dat is gepubliceerd in Annual Symposium Proceedings van de American Medical Informatics Association (AMIA)

Wisselend beeld

De onderzoekers waren niet tevreden over de evaluaties van IT-interventies in de Amerikaanse gezondheidszorg, zoals de invoering van een elektronische patiëntendossiers (EPD). Ondanks dat steeds meer ziekenhuizen en poliklinieken overstapten op een EPD, was er nog maar weinig notie van het effect op de zorg en de organisatie. Reviews toonden een wisselend beeld van positieve en negatieve gevolgen op de kwaliteit, productiviteit en veiligheid. Studies waren niet met elkaar te vergelijken omdat de onderzoeksmethoden verschilden. Bovendien vergeleken studies vaak eenmalig de situatie voor en na de invoering van het EPD, terwijl introductie veel sociale- en technische gevolgen binnen de organisatie heeft waardoor eindgebruikers een leercurve van minimaal twee jaar ervaren.

Nieuwe onderzoeksmethodiek

Tiago Colicchio, werkzaam op de afdeling biomedische informatica van de University of Salt Lake City, ontwikkelde een nieuwe onderzoeksmethodiek. Deze methode vergelijkt vanaf twee jaar voor tot twee jaar na de live-gang van het EPD 22 verschillende maten uit de registraties voor kwaliteit, productiviteit en patiëntveiligheid. De methode is getest in de staat Utah bij 22 ziekenhuizen en 185 poliklinieken die deel uitmaken van Intermountain Healthcare. Deze zorgorganisatie stapte gefaseerd over op een nieuw EPD. Vanwege de lange transitieperiode kon een groep klinieken waar het EPD was geïntroduceerd worden vergeleken met een groep waar dit nog niet was gebeurd.

Acute veranderingen

De methode bracht bij zeventien (77 procent) van de uitkomstmaten acute veranderingen in beeld. Enkele voorbeelden zijn een toename in opnameduur op de spoedeisende hulp, een toename van de wachttijd op de spoedeisende hulp en afname van de tijd die een radiologisch onderzoek kost en een afname van het aantal diabetespatiënten dat de glucosewaarde onder controle had. De metingen in de twee jaar na de big bang toonden bij veertien (61 procent) van de uitkomstmaten langetermijnveranderingen aan. Soms bleek een acute verbetering verder door te zetten, zoals de snellere doorloop in radiologisch onderzoek. Soms bleek een aanvankelijke verslechtering, zoals de langere wachttijd in de SEH, op termijn te normaliseren, en uiteindelijk zelfs beter uit te pakken dan in de controleklinieken.

De onderzoekers concluderen dat de nieuwe methodiek een goed beeld geeft van de werkelijke impact van IT-interventies in de gezondheidszorg.

Naar het onderzoek

Reacties