Patiëntperspectief

Man of vrouw als patiënt, verschil in de zorg moet er zijn

Sekse en gender beïnvloeden ziekte en gezondheid van mannen en vrouwen. Bij urologische en gynaecologische klachten is het verschil duidelijk. Dat sekse en gender ook voor andere aspecten van de zorg van belang zijn, laten de auteurs aan de hand van een casus zien.

De heer Jan Dirksen is 59 jaar, automonteur van beroep, getrouwd, en vader van twee zelfstandig wonende dochters. Hij weet sinds enkele weken dat hij longkanker heeft en de komende maanden zullen in het teken staan van chemokuren, mogelijk gevolgd door een operatie. In het dossier lees je dat hij 3 jaar geleden een hartinfarct doormaakte. Toen is hij met roken gestopt en sindsdien is zijn gewicht fors toegenomen. De heer Dirksen maakt op een vriendelijke manier contact met je en lijkt niet erg gebukt te gaan onder de diagnose. Hij is er vol van dat NEC weer in de eredivisie mag voetballen en verheugt zich op het nieuwe seizoen. Hij wil beslist dat je hem met Jan aanspreekt. Het informatieve gesprek over wat hem te wachten staat verloopt soepel. Hij heeft geen vragen. Zijn vrouw daarentegen heeft veel vragen. Ze maakt zich zorgen over hoe het nu allemaal verder moet, en wil veel meer samen met haar man hierover praten.

De rol van sekse

De heer Dirksen is chromosomaal een man. Sekse verwijst naar biologische, chromosomale en hormonale eigenschappen die bepalen of iemand man (XY) of vrouw (XX) is. De sekse van Jan maakt dat atherosclerose bij hem als man heeft geleid tot een afsluiting in de grote kransslagaders. Bij vrouwen uit atherosclerose zich vaker als een endotheel probleem in de microvasculaire vaten (Snijders DM, Lagro-Janssen AL. Hartinfarct bij vrouwen, een diagnose met vertraging. Huisarts Wet 2021;64:34-8.). De klachten bij een hartinfarct verschillen daarom tussen man en vrouw.

Verschillende kwetsbaarheid

Gender is de term die wordt gebruikt voor eigenschappen, die binnen een bepaalde cultuur en tijd als mannelijk en vrouwelijk worden gezien. Dat Jan niet veel vragen stelt over zijn ziekte heeft mogelijk te maken met gender, hoe Jan geleerd heeft hoe mannelijk gedrag eruit ziet. Kenmerken van mannelijkheid hangen onder andere samen met doelgerichtheid. Bij mannen is presteren belangrijk voor hun identiteit (Bekker M. Genderidentiteit, gehechtheid, autonomie en psychische stoornissen. In Handboek Psychopathologie bij vrouwen en mannen, 43-55. Red: Therese van Amelsvoort, Marrie Bekker, Janneke van Mens-Verhulst en Miranda Olff. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2019.). Jan houdt van zijn werk, het bepaalt zijn eigenwaarde, ook vanwege de inkomsten voor zijn gezin. Mannen zijn kwetsbaar op het moment dat ze de door henzelf gewenste prestaties niet kunnen leveren. Kenmerken van vrouwelijkheid hangen samen met een nadruk op inlevingsvermogen en gevoeligheid voor de ander (Bekker MHJ, Assen MALM van. Autonomy-connectedness mediates sex differences in symptoms of psychopathology. PlOS ONE, 12(8):e0181626.). Vrouwen die de vrouwelijke sekserol in hun ontwikkeling als identiteit hebben aangenomen zijn kwetsbaar op het moment dat die rol minder goed vervuld kan worden. De kwaliteit van de persoonlijke relaties is cruciaal voor haar identiteit en eigenwaarde.

Omgaan met problemen

Mannen en vrouwen kunnen van elkaar verschillen in het omgaan met problemen. Die verschillen komen vanwege hun verschil in socialisatie. Een mannelijke manier van omgaan met problemen is om klachten en problemen te negeren, te bagatelliseren en te ontkennen (Mansfield A, Addis M, Mahalik J. Why won’t he go to the doctor? The psychology of men’s help seeking. International J Men’s Health; 2003: 93-110.).Mannen proberen zelf een oplossing te vinden om zo ook controle te behouden over het probleem. Ze hebben meer moeite om hulp te zoeken. Bij problemen zoeken veel mannen afleiding in er niet aan denken, er niet over praten, harder werken, in dingen doen dus (Keohane A, Richardson N. Negotiating gender norms to support men in psychological distress. Am J Men’s Health. 2018; 12: 160-71.).

Longkankerpatiënten, zo wees onderzoek uit, die feiten en gevoelens over hun ziekte ontkennen, er dus niet mee bezig willen zijn of erover willen nadenken, voelen zich beter (Martina Vos. Denial and quality of life in lung cancer patients. Dissertate. Universiteit van Amsterdam, 2009). Die ontkenners zijn in hoofdzaak mannen. Ze zijn minder moe, hebben minder pijn, en zijn minder angstig en somber dan de groep die erover praat met familie en vrienden, op het internet informatie verzamelt of een second opinion zoekt. Ontkennen is dus niet per definitie inferieur gedrag en kan zelfs een betere strategie zijn dan erover praten.

Een vrouwelijke manier van omgaan met problemen is sociale steun zoeken, verdriet delen, contact maken. Erover praten, hulp zoeken bij de dokter horen bij deze manier van coping.

Tot slot

De heer Dirksen heeft kanker. Het is belangrijk om te respecteren hoe iemand, man of vrouw, met bedreigende situaties omgaat. Als Jan zich inderdaad beter voelt om er niet al teveel over te praten is dat zijn manier. En zijn vrouw heeft haar manier. Een hulpverlener kan mensen goed helpen door die verschillen te benoemen en te streven naar acceptatie daarvan. Het gaat niet om beter of slechter, het gaat om anders. Kortom, om gendersensitieve hulp te kunnen geven moeten zorgverleners biopsychosociale kennis hebben over man-vrouw verschillen en die kennis weten toe te passen in de praktijk.

Toine Lagro-Janssen, emeritus hoogleraar Vrouwenstudies Medische Wetenschappen en Doreth Teunissen, hoofd Kenniscentrum Sekse en Diversiteit in het Medisch Onderwijs, Radboudumc

Op 25 november vindt ter gelegenheid van de uitgave van het boek ‘Gendersensitieve huisartsgeneeskunde, een handboek voor de praktijk’ een symposium plaatst ‘Gender in de spreekkamer, durf het verschil te maken’. Congres Gender in de spreekkamer – Radboudumc.

Het congres is bestemd voor (huis)artsen, verpleegkundigen en iedereen die werkt in de zorg.

Reacties