ICT

Meer gebruik gezondheidsapps in ggz vergt ook ontwikkeling appwijzers

De ggz-appwijzer geeft een overzicht van verschillende apps die mensen mogelijk kunnen helpen met het verbeteren van hun psychische gezondheid. De site komt tegemoet aan de behoeften van zowel zorgvragers als zorgverleners. Deze behoeften zijn in de coronatijd nog verder toegenomen, doordat er meer apps gedownload zijn. Verdere ontwikkeling van de ggz-appwijzer is nodig om overzicht te kunnen blijven bieden in het snel groeiende aantal apps en in de snelle veranderingen die apps ondergaan.

Door Rimmert Brandsma, projectleider E-health bij MIND. Dit artikel maakt deel uit van de KiZ Special over de waarde van zorg op afstand na de coronacrisis. Naar de overzichtspagina.

In januari 2020 lanceerden MIND, het landelijke platform voor mensen met een psychische kwetsbaarheid, en de Nederlandse ggz de website www.ggzappwijzer.nl. Aan een dergelijk hulpmiddel voor de ggz was al lange tijd behoefte, zowel bij cliënten en hun naasten als bij zorgverleners. Tijdens de coronaperiode is deze behoefte verder toegenomen, omdat er meer gezondheidsapps gedownload worden.

Tijdens de coronaperiode is het gebruik van e-health sterk gestegen, geven verschillende ggz-organisaties aan. Vooral online communicatie in de vorm van beeldbellen en chatten heeft aan populariteit gewonnen. Soms is dit gebruik zelfs meer dan vertienvoudigd. Ook het aantal logins van cliënten in e-healthmodules is gestegen, maar dan gaat het ‘slechts’ om een verdubbeling.

Vrije keuze

Uit onderzoek van MIND in mei 2020 bleek dat het vanuit het perspectief van de zorgvrager belangrijk is dat online behandeling als vrije keuze wordt aangeboden en niet wordt afgedwongen. In gevallen waarin zorgvrager en zorgverlener gezamenlijk de beslissing hebben genomen voor een online behandeling, ervaren cliënten een grotere tevredenheid dan wanneer dit een eenzijdige beslissing is van de behandelaar of organisatie. Tegelijkertijd blijven mensen behoefte houden aan fysieke ontmoetingen. Uit vervolgonderzoek van MIND in december vorig jaar bleek dat, zodra de coronamaatregelen deze mogelijkheid weer boden, mensen weer meer face-to-facegesprekken gingen voeren. Bij mensen waarbij de behandeling is voortgezet gebeurde dit 53 procent  face-to-face en 32 procent deels face-to-face en deels online. Bij 15 procent bleef dit online gebeuren.

Ook het aantal downloads van gezondheidsapps is tijdens de coronaperiode gestegen. Orcha, een internationale organisatie die apps beoordeelt en adviezen geeft, signaleert in hun Covid-19 Report dat sinds maart 2020 veel meer gezondheidsapps zijn gedownload. Vooral het aantal downloads van apps die gericht zijn op het welbevinden van mensen is sterk gestegen.

Nu wil het nog niet altijd zeggen, dat iemand die een app heeft gedownload deze ook blijft gebruiken. Bij veel apps is de retentiegraad na een week minder dan 10 procent (Baumel et al., 2019). Toch is de verwachting dat steeds meer mensen gezondheidsapps zullen gaan gebruiken, omdat dit voor veel mensen extra perspectief kan bieden voor het werken aan hun gezondheid en om dit meer in eigen regie te doen.

Aanvulling

Gezondheidsapps zijn geen substituut voor het reguliere aanbod, maar vormen een aanvulling. Hierbij zijn er in de ggz mogelijkheden in alle fasen van herstel, dus ook in de fase waarin iemand begint vast te lopen, maar misschien nog niet doorverwezen hoeft te worden. En ook in de fase nadat iemand doorverwezen is, maar nog moet wachten op de behandeling.

Veel ggz organisaties werken aan een herinrichting van hun processen, zodat hun cliënten tijdens de wachttijd zelf al een begin kunnen maken en zich kunnen oriënteren op hun herstel. Hoewel er nog steeds onderzoek nodig is, begint er meer en meer bewijs te komen dat gezondheidsapps effectief kunnen zijn (Ebert et al., 2018; Lecomte et al., 2020). Dit zal leiden tot meer vertrouwen in gezondheidsapps en daardoor ook tot meer gebruik. Tegelijkertijd zal dit gebruik ook kunnen leiden tot een verdere doorontwikkeling van de kwaliteit en functionaliteit van deze apps. Gebruik en doorontwikkeling versterken elkaar.

Dataveiligheid, gebruiksvriendelijkheid en betrouwbaarheid

Belangrijk bij deze ontwikkelingen blijft echter dat mensen goede informatie krijgen over de mogelijke geschiktheid van gezondheidsapps, zodat zij een goede keuze kunnen maken. De stores van Apple en Google bieden hiervoor te weinig inzicht en overzicht (Larsen et al., 2019; Neary & Schueller, 2018). Uit de gesprekken die MIND heeft gevoerd met verschillende focusgroepen en een enquête gehouden onder de achterban bleek dat mensen vooral informatie willen hebben over de dataveiligheid (de bescherming van de privacy), gebruiksvriendelijkheid (de aantrekkelijkheid om de app te beginnen én te blijven gebruiken) en betrouwbaarheid (de onderbouwing van de effectiviteit).

Tevens zijn potentiële gebruikers geïnteresseerd in het oordeel van mensen die de app al eerder gebruikt hebben. Meer nog hechten potentiële gebruikers waarde aan het oordeel van verwijzers/behandelaren over een app. Een en ander sluit aan bij de resultaten uit een enquête in 2018 onder Australia’s Healthpanel. Hieruit blijkt dat mensen het minste vertrouwen hebben in de aanbeveling van Apple of Google en het meeste vertrouwen hebben in het advies van de arts/behandelaar. Professionals zijn echter terughoudend in het geven van advies, omdat zij onvoldoende overzicht hebben van het beschikbare aanbod aan apps en onvoldoende inzicht hebben in de mogelijke geschiktheid van deze apps (Byambasuren et al., 2019).

Actualiteit

De ggz-appwijzer komt tegemoet aan de behoeften van zowel zorgvragers als zorgverleners en geeft overzicht van gezondheidsapps en inzicht in hun geschiktheid. De waarde die MIND en de Nederlandse ggz specifiek toevoegen, is dat gebruikers van de appwijzer recensies kunnen lezen over verschillende apps. Deze recensies zijn gebaseerd op gestructureerde testverslagen van mensen die de app enige tijd gebruikt hebben. Deze apptesters zijn deels mensen die het perspectief van de zorgvrager en deels mensen die het perspectief van de zorgverlener betrachten.

Eén van de uitdagingen voor de ggz-appwijzer is om de informatie over apps actueel te houden, want er komen steeds meer apps en deze veranderen voortdurend. Sommige apps verdwijnen of worden inactief. Onderzoek wijst uit dat na een jaar 10 respectievelijk 25 procent van de mental health apps niet meer in de appstore van Apple (IOS), respectievelijk Google (Android) aanwezig waren (Larsen et al., 2016).

Goede indicatie

Al deze ontwikkelingen in de markt van gezondheidsapps zijn moeilijk bij te houden voor gebruikers en verwijzers/behandelaren. MIND is daarom de samenwerking aangegaan met Orcha. Zij stellen na een uitgebreid assessment vast hoe apps scoren op dataveiligheid, gebruiksvriendelijkheid en betrouwbaarheid. Ook zijn zij gespecialiseerd in het beoordelen van actuele wijzigingen van apps en het eventueel verdwijnen of inactief worden van apps. Sommige apps verbeteren zich. Dit kan leiden tot een herziene test en beoordeling. De scores over de dataveiligheid, gebruiksvriendelijkheid en betrouwbaarheid en de recensie over een app geven samen een goede indicatie van de geschiktheid van een app.

Verdere verbetering

Voor de toekomst is, door de snelheid waarmee gezondheidsapps zich ontwikkelen en het toenemend gebruik van deze gezondheidsapps, belangrijk dat MIND en de Nederlandse ggz de ggz-appwijzer verder kunnen ontwikkelen. Dit betekent dat we meer apps willen gaan beoordelen. Bovendien willen we graag extra filters maken waarop apps te selecteren zijn. We denken hierbij aan filters op taal en op functie, zoals bijvoorbeeld ontspannen, concentreren, of structuur aanbrengen. Ook willen we graag nog andere e-healthtoepassingen, zoals interventies die het gebruik van wearables combineren, beoordelen.

De huidige versie van de ggz-appwijzer is tot stand gekomen met een subsidie van VIPP-GGZ. Voor de doorontwikkeling is het van belang dat we zicht krijgen op duurzame financiering. Hierover zijn we met verschillende partijen in gesprek. Deze partijen onderkennen steeds meer het belang van een bibliotheek als  zoals de ggz-appwijzer die onafhankelijke informatie biedt over de functionaliteit en kwaliteit van de gezondheidsapps. Uitdaging is vooral om met deze partijen tot een duurzaam ondernemingsmodel te komen.

Geen eiland

De ggz-appwijzer richt zich op de ggz, maar wil geen eiland zijn. Daarom is het van belang dat MIND en de Nederlandse ggz goed contact blijven houden met andere vergelijkbare initiatieven, zoals www.onlinehulp-apps.be en www.ggdappstore.nl, en op initiatieven in Europa, die toewerken naar een ISO-normering om gezondheidsapps mee te kunnen certificeren. Hopelijk kunnen de  ggz-appwijzer en de genoemde andere initiatieven dichter naar elkaar toe bewegen en elkaar versterken.

Dit kan de basis vormen voor één bronbibliotheek met gecontroleerde en actuele basisinformatie over gezondheidsapps, aangevuld met specifieke informatie die voor bepaalde doelgroepen relevant is. Een andere ontwikkeling die hiermee samenhangt is de bekostiging van de apps zelf. In Duitsland en België kunnen zorgverleners gevalideerde apps op recept voorschrijven en komen deze voor vergoeding in aanmerking. Een ontwikkeling die kan bijdragen aan de verbetering van het zorgstelsel en die hopelijk ook in Nederland zichtbaar wordt.

 

 

Reacties