Organisatie

Meer is niet value based

Er gaat weer een schokgolf door het land bij de kleine ziekenhuizen. Een vast omschreven aantal intensivisten moet in de avond en nacht verplicht in het ziekenhuis blijven. Deze verplichte norm lijkt in een aantal gevallen niet haalbaar. Daar bovenop mogen ze geen andere taken doen. Dat klinkt niet echt als waarde toevoegen.

Kwantiteit is geen kwaliteit. Helaas gelden er impliciet of expliciet veel normen voor veel beroepsgroepen in de zorg. Al die strenge normen over aantallen, of het nu zorgverleners betreft of ingrepen, missen in de meeste gevallen een wetenschappelijke onderbouwing en voegen dus veelal niets toe aan de kwaliteit. De waarde als kwaliteit gedeeld door de kosten daalt echter wel, want de kosten stijgen! Niet echt valuebased dus.

Verder remmen dit soort normen innovaties af. Zeker in een tijd waar dankzij een slimme iPad en een callcenter patiënten minder vaak opgenomen hoeven worden en radiologen vanuit hun bed de foto’s kunnen verslaan. Personeel is schaars en vormt gemiddeld 60 procent van de kosten van een ziekenhuis. We zijn zo enerzijds verplicht om gefixeerde aantallen hoogopgeleide mensen in dienst te houden. Anderzijds moeten we allerlei normen halen voor aantallen ingrepen. Hierdoor ligt een mindset voor  zinnige en zuinige zorg niet meteen voor de hand. Vooral doordat het financieringssysteem ook alleen maar aanzet tot meer omzet en niet tot betere zorg. Wederom niet echt value based.

Onzinnige zorg

Overigens zou ik er een groot voorstander van zijn om de uitdrukking ‘zinnige en zuinige zorg’ niet meer te gebruiken. Het gebruik van het woord ‘zinnig’ impliceert dat er vaak onzinnige zorg geleverd wordt. De arts heeft vanuit zijn expertise en ervaring bijna altijd hele goede redenen om bepaalde zorg te leveren. De verzekeraars heeft goede redenen om het zuinig aan te doen. Maar uiteindelijk bepaalt de patiënt wat zinnig is. En dat vereist een goed gesprek, waarin bepaald wordt wat voor de patiënt belangrijk is en uitgelegd wordt wat behandelingen te bieden hebben. Het maken van een goed behandelplan is het halve werk. Maar ook dat staat onder druk, omdat produceren meer oplevert dan de tijd nemen voor een goede afweging

Overtuigende meerwaarde

Als het over zuinig gaat zouden kleine ziekenhuizen een overtuigende meerwaarde kunnen hebben. Door het scheiden van de diagnostiek en het uitvoeren van de ingreep is er een meer evenwichtige afweging mogelijk. Is eenmaal gekozen voor een bepaalde behandeling,  dan kan die in een gespecialiseerde kliniek plaatsvinden. Dit gebeurt nu al in veel gevallen, met robotchirurgie voor de prostaat of hartinterventies. Het zou interessant zijn om eens te kijken wanneer verhoudingsgewijs het meeste wordt geopereerd; het kleine ziekenhuis dat doorverwijst of het grote centrum dat alles zelf doet.

Automatische piloot

Tot slot heb ik nog een alternatief vanuit de technologische hoek voor het verplicht stellen van bepaalde quota voor aanwezige  intensivisten. Vliegtuigen kunnen vliegen en landen met een automatische piloot. In de zorg is het met kunstmatige intelligentie op dit moment technisch ook mogelijk om de monitordata van de patiënt op de intensive care te analyseren en op basis van combinaties van trends diagnoses te stellen. Ook is het mogelijk om het aansturen van infuuspompen via een intelligente computer te laten doen. In een dergelijk systeem worden afwijkingen veel sneller gedetecteerd en geanalyseerd dan op de huidige ‘handmatige’ manier en worden therapieën daardoor veel sneller ingesteld. Dit is veiliger en kwalitatief beter, maar helaas nog niet uitontwikkeld.

Met zo’n ‘automatische intensivist’  kan de intensivist van vlees en bloed gewoon thuis op zijn computer kijken hoe het gaat en met gerichte signalen veel eerder anticiperen op problemen bij de patiënt. Maar waarschijnlijk durven we dit toch niet aan; het zou zo maar eens mis kunnen gaan door een fout van de computer. En dat terwijl op Schiphol iedere minuut een toestel landt dat het grootste deel van de vlucht op de autopilot gedaan heeft.

Kortom, we moeten eerst kijken hoe het proces optimaal ingericht kan worden en met welke technologie en dan pas bepalen hoeveel inzet van mensen en middelen daarvoor noodzakelijk is. En niet andersom.

Jaap van den Heuvel is voorzitter van de raad van bestuur van het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk.

Lees ook:
Lean is de oplossing

 

 

Reacties