Minister neemt concrete maatregelen richting uitkomstgerichte zorg

Minister Bruno Bruins voor Medische Zorg gaat het komende jaar met organisaties uit het veld concrete maatregelen nemen om de ‘kanteling richting uitkomstgerichte zorg’ in gang te zetten. Zo komt er een nieuwe organisatie die de regie heeft op kwaliteit, beheersing en doorontwikkeling van kwaliteitsregistraties én op dataverzameling en -verwerking ten behoeve van kwaliteitsregistraties.

Dit valt op te maken uit de Voortgangsrapportage Ontwikkeling Uitkomstgerichte Zorg 2018-2022, die Bruins op de laatste dag voor het zomerreces naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Een belangrijke stap naar uitkomstgerichte zorg zet de minister door de aanbevelingen van de commissie Governance van kwaliteitsregistraties over te nemen. Deze commissie, onder leiding van voormalig topambtenaar André van der Zande, heeft zich gebogen over de vraag hoe te komen tot een efficiënt en effectief werkende governance ten behoeve van kwaliteitsregistraties en de daarmee gemoeide dataverzameling en -verwerking. Eén van de conclusies uit het advies: partijen in de medisch specialistische zorg ervaren ‘een heel aantal knelpunten’ in het huidige landschap van kwaliteitsregistraties en de dataverwerking.

Aparte entiteit

Als oplossing voor de knelpunten adviseert de commissie Van der Zande minister Bruins om te zorgen voor een duurzaam en gestroomlijnd informatiestelsel in de zorg waar kwaliteitsregistraties integraal onderdeel van zijn. Een belangrijke aanbeveling betreft de oprichting van een aparte entiteit die de regie heeft op kwaliteit, beheersing en doorontwikkeling van én dataverzameling en -verwerking ten behoeve van kwaliteitsregistraties.

Volgens Bruins onderschrijven de partijen van het bestuurlijk akkoord medisch specialistische zorg, waaronder de ziekenhuizen, zorgverzekeraars en de patiënten, de aanbevelingen van de commissie governance van kwaliteitsregistraties ‘en committeren zich aan de uitwerking daarvan’. VWS heeft, in overleg met partijen van het bestuurlijk akkoord, besloten om de aanbevelingen van de commissie op te volgen, te beginnen met het starten van een programmaorganisatie.

Kwartiermaker

In lijn hiermee gaat het ministerie zo snel mogelijk een kwartiermaker/beoogd programmamanager werven. Deze persoon gaat, met ondersteuning van de bureaus van de partijen uit het bestuurlijk overleg medisch specialistische zorg, aan de slag met het opstellen van het programmaplan. ‘De planning is het programmaplan in december 2019 voor akkoord voor te leggen aan de partijen van bestuurlijk akkoord, zodat de uitvoering van het programma in 2020 en 2021 plaatsvindt’. Verder stelt VWS een klankbordgroep in met daarin de voormalige commissieleden, die desgevraagd de kwartiermaker/ beoogd programmamanager kunnen adviseren over de uitwerking van de aanbevelingen van de commissie.

Bestuurlijk overleg

“Een verschil tussen zijn voornemens en onze aanbevelingen is dat de minister wil dat de entiteit van start gaat over twee jaar, terwijl wij adviseerden er drie jaar voor uit te trekken”, constateert commissielid Hugo Keuzenkamp, in het dagelijks leven bestuurder van het Dijklander Ziekenhuis. “Prima dat de minister vaart wil maken.”

Bruins wijkt ook op een ander punt af: hij plaatst de programmaorganisatie onder het bestuurlijk overleg medisch specialistische zorg, ‘maar in goede aansluiting op het Informatieberaad Zorg’. Het advies van de commissie was om het opdrachtgeverschap van de programmaorganisatie bij het Informatieberaad Zorg te leggen.

Standaardisatie tegen redelijke kosten

Verder beveelt de commissie aan om een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheid om wettelijke verplichtingen aan ict-leveranciers op te leggen ‘tot standaardisatie tegen redelijke kosten’. Sowieso is standaardisatie een belangrijk begrip in het advies van de commissie; tot de taken van de nieuwe entiteit behoort bijvoorbeeld regie op het maken van landelijke afspraken over standaarden en uniformering van zorgdata. Het gaat dan onder meer om zorgen voor gestandaardiseerde contracten in de zogeheten kwaliteitsdataketen met alle betrokken partijen; het bevorderen van implementatie van standaarden voor uitwisseling van zorgdata door landelijke afspraken; en het maken van afspraken met softwareleveranciers voor inrichting en releasemanagement van software op basis van de standaarden en tegen redelijke tarieven.

Keuzenkamp heeft bij de fusie van het Westfriesgasthuis en Waterlandziekenhuis gemerkt hoe lastig uitwisseling van gegevens is. Hoewel beide ziekenhuizen het Chipsoft-epd gebruikten wordt veel anders gecodeerd en geregistreerd. Er is in ziekenhuisland nog geen standaard van taal en codering. Overigens ligt het niet alleen aan de software-leveranciers dat standaardisatie en uitwisseling van gegevens in de zorg nog niet geregeld is, volgens Keuzenkamp. “Alle ziekenhuizen zijn inmiddels gedigitaliseerd, maar dat heeft wel tien jaar geduurd”, stelt hij vast. “We zijn collectief aan het aanmodderen maar hopelijk komt daar verandering in als de plannen worden uitgevoerd.”

Minimale administratieve lasten

Het einddoel van alle voorgestelde maatregelen moet volgens de commissie zijn om te komen tot een ‘goed en efficiënt werkend systeem van kwaliteitsregistraties met minimale administratieve lasten’. Hiervoor moet een omslag gemaakt worden van meer dan 90 procent handmatige invoer voor kwaliteitsregistraties, naar meer dan 90 procent automatische en betrouwbare gegenereerde registratie uit het elektronisch patiëntendossier of het ziekenhuisinformatiesysteem.

Meest optimale zorg

Minister Bruins toont ambitie met betrekking tot uitkomstgerichte zorg door de aanbevelingen van de commissie vrijwel geheel over te nemen, maar daar blijft het niet bij. Hij beschrijft in de eerder genoemde Voortgangsrapportage dat het ministerie van VWS, zorgverleners, patiënten en veldpartijen zich via vier lijnen gaan inspannen om de meest optimale zorg aan de patiënt te bieden. Zij gaan de uitkomsten van behandelingen voor patiënten in kaart brengen voor 50 procent van de ziektelast; zorgen dat patiënten en artsen samen beslissen over de best passende behandeloptie; de patiënt centraal stellen in de organisatie en financiering van zorg; en de informatie van en voor de patiënt eenvoudig op de juiste plek beschikbaar stellen.

Bruins wil dat over een jaar, in de zomer van 2020, het Platform Uitkomstgerichte Zorg om informatie te delen in de lucht is, en dat de aftrap van een ‘leerplatform’ plaatsvindt waarin veldpartijen van elkaar kunnen leren. Verder moet er in 2020 ‘een brede conferentie’ plaatsvinden met uiteenlopende
belanghebbenden over de sterke kanten en mogelijke dilemma’s rond uitkomstgerichte zorg. ‘We helpen patiënten en artsen om weloverwogen keuzes te maken in de zorg, die recht doen aan de individuele patiënt en zijn of haar kwaliteit van leven.’

Reacties