Nationale en internationale implementatienetwerken

De rol van netwerken en recente ontwikkelingen daarin zijn aanleiding voor een gesprek met Pauline Goense, implementatiemedewerker bij ZonMw en Bianca Albers, directeur van het Centre for Evidence and Implementation in Denemarken.

Door Barbara van der Linden
Naar de themapagina over implementatie

De laatste jaren zijn in Nederland en daarbuiten netwerken ontstaan die een rol spelen in het uitwisselen van implementatiekennis en het bij elkaar brengen van expertise. De netwerken zijn van waarde voor implementatie experts zelf én voor diegenen in de zorg die gebruik willen maken van hun kennis en expertise. Pauline Goense is actief in het Nederlands Implementatie Collectief (NIC), bestuurslid van het European Implementation Collective (EIC)  en is te vinden op de nieuwe expertisevindplaats van Zorg voor Innoveren.  Bianca Albers  is voorzitter van de EIC.

Pauline, in 2016 schreef jij met vijf mede-auteurs over nationale en internationale netwerken op het gebied van implementatie. Recent maakten jullie voor TSG een update. Wat zie jij als belangrijke ontwikkelingen als het gaat om internationale en nationale netwerken sinds 2016?

“In het algemeen zie ik een toenemende belangstelling voor implementatie en ook implementatie expertise. De vraag om de bestaande implementatiekennis te verzamelen en te delen is daardoor groot. Netwerken spelen op die vraag in door het organiseren van onder andere bijeenkomsten en congressen. Zowel nationaal als internationaal zie ik verder dat de interesse voor implementatie zich steeds meer verspreidt over wetenschap, praktijk en beleid.”

“Ook dat zie je terug in de implementatienetwerken. Sommige netwerken, zoals SIRC, richten zich bijvoorbeeld heel sterk op implementatie onderzoek en daarmee de (onderzoekstechnische) aspecten die spelen in en bij implementatieprocessen (denk aan fidelity metingen, het ontwikkelen van meetinstrumenten voor behandelintegriteit en de invloed van verschillende strategieën op bepaalde determinanten). Andere netwerken, zoals GII/GIC, richten zich meer op de praktijk en wat daar speelt aan implementatievraagstukken en hoe daaruit geleerd kan worden. Er zijn ook netwerken die alle drie de domeinen bij elkaar trekken en daarmee voor een breed publiek interessant zijn. Naast congressen en bijeenkomsten zijn steeds meer netwerken ook aan het nadenken en uitwerken wat ze verder aan middelen of producten kunnen ontwikkelen en delen met hun netwerkleden.”

Bianca: “Waar de EIC eerst vooral bestond uit individuele leden, zien we nu lidmaatschappen van groepen of hubs in verschillende landen zoals Kings College in Engeland  of bijvoorbeeld de UK-IS in Groot Brittannië en het Nederlands Implementatie Collectief. Er lijkt meer politieke belangstelling en erkenning te komen voor het vakgebied van implementatie. Er is meer actieve kennisuitwisseling en uitwisseling van instrumenten en materialen via landelijke en internationale vindplaatsen. Het zou goed zijn als er een overzicht komt van hoe implementatie per land is georganiseerd. Wat ik nog niet echt zie, zijn formele opleidingen en trainingen. En er zijn nog geen sterke wetenschappelijke structuren bij universiteiten voor het vakgebied implementatie.”

Welke functies zien jullie dat netwerken hebben?

Pauline: “Netwerken als ontmoetings- en uitwisselingsplaats voor implementatie experts én als vindplaats voor innovatoren, zorgprofessionals en kwaliteitsmedewerkers zijn wel de belangrijkste functies. Internationale samenwerking op projecten gebeurt wel, maar internationaal zijn netwerken vooral ook interessant om meer kennis op te doen over implementatie dan in je eigen land in je eigen domein beschikbaar is. Sommige onderzoeken worden bijvoorbeeld veel grootschaliger uitgezet in de VS en daar komt dan veel kennis uit over implementatieprocessen. Door internationale uitwisseling kan je dan kijken of het ook relevant is in je eigen land.”

Bianca: “Soms zie je vormen van intervisie plaatsvinden in netwerken zoals gebeurt tijdens de SIRC conferenties en het Nederlandse Leernetwerk. Netwerken zijn ook van belang voor het doorontwikkelen van het vakgebied. Er is tegenwoordig meer nadruk op adaptieve implementatie ofwel het lerende perspectief in plaats van werken met strakke frameworks. Ik zie wel twee kampen ontstaan: die van de open innovatie tegenover de meer systeem en outcome gerichte school.”

Wat is de meerwaarde van bijvoorbeeld het NIC? Wat heb jij zelf eraan om daar lid van te zijn?

Pauline: “Meerwaarde is dat je verschillende mensen met verschillende achtergronden bij elkaar hebt die samen veel kennis over implementatie hebben. Je kan zelf niet alle kennis in huis hebben en je hebt vaak een bepaalde interesse of specialisatie. Het is dan heel fijn om met een ander over de ‘ontbrekende’ stukjes in je implementatiepuzzel uit te wisselen. Door de vereniging van krachten is het NIC ook in staat om implementatie echt op de kaart te krijgen (zie bijvoorbeeld www.weekvandeimplementatie.nl) en hele relevante bijeenkomsten te organiseren. Het NIC wordt steeds meer de paraplu waaronder verschillende initiatieven plaatsvinden voor implementatie experts maar ook voor zorgwerkers die daarvan gebruik willen maken.”

Hoe zien jullie de functie van internationale netwerken als EIC en GII?

Pauline: “Wat ik net al aangaf: internationale netwerken bieden onder andere de kans om kennis op te doen die in eigen land niet beschikbaar is en daarover uit te wisselen. Door tevens gezamenlijke projecten te doen of replicatiestudies brengen we gezamenlijk de kennis over effectieve implementatie naar een hoger niveau.”

“Interessant is verder dat nationale netwerken in Europa zich naar mijn idee sterker gaan positioneren in het internationale veld. Deze netwerken zijn met elkaar verbonden door het EIC en  er zijn gesprekken ingepland om de verbinding en uitwisseling nog sterker te maken. Zo zijn we aan het praten om het tweejaarlijkse voornamelijk Scandinavische implementatie congres op termijn een tweejaarlijks Europees Implementatie Congres te laten zijn.  We gaan kijken of het lukt dit Europese congres in 2020 naar Nederland te halen.”

 

Reacties