Validering / kennisdeling

Neuroloog Sander van Schaik: ‘Betere CVA-zorg dankzij Santeon-verbetercyclus’

Ziekenhuisgroep Santeon brengt binnenkort verslag uit van het verbetertraject dat de afgelopen twee jaar heeft plaatsgevonden op het gebied van beroerte (CVA). Medisch leider Sander van Schaik vertelt.

Cerebro vasculair accident (CVA) is de medische term voor een probleem van  de vaten van de hersenen. Hierbij kan het gaan om een hersenbloeding of een herseninfarct. In ‘normaal’ taalgebruik spreken we ook wel van een beroerte. Jaarlijks zijn er ruim 40.000 nieuwe CVA-patiënten in Nederland.

Zo snel mogelijke adequate behandeling en goede nazorg zijn van groot belang om de gevolgen van CVA zo beperkt mogelijk te houden. In 2016 startte Santeon een verbetercyclus met betrekking tot de zorg voor CVA-patiënten, waarover het binnenkort de eerste resultaten wil presenteren. Eerder dit jaar zijn deze resultaten al gepresenteerd voor borstkankerzorg en heupartrose.

Data-analist

“Wat we in feite hebben gedaan”, vertelt Sander van Schaik, “is het creëren van een speelveld waarbinnen je met behulp van de spelregels voor value based healthcare de kansen op zorgverbetering groter maakt.”  Van Schaik is neuroloog in het OLVG en Zaans Medisch centrum, medisch leider voor het CVA-verbetertraject van Santeon en een groot voorstander van het gebruik van data ter verbetering van patiëntzorg.

“Het leuke aan dit traject vind ik dat je vanuit meerdere disciplines met de data aan de slag gaat. Een neuroloog, een projectleider, verpleegkundigen, een fysiotherapeut, een verpleeghuisarts of andere relevante professionals en tegenwoordig dus ook een data-analist. Die laatste is essentieel in het project. Als ik enkele jaren geleden iemand vroeg om in het ziekenhuissysteem iets voor me op te zoeken, duurde dat bij wijze van spreken maanden. Tegenwoordig zijn onze data-analisten zo getraind dat ze vaak nog dezelfde dag de gevraagde gegevens boven hebben.”

Verbeterpotentie

Van Schaik benadrukt dat die data an sich niet nieuw zijn. “Die verzamelden we al in ons EPD en we leverden ze al aan de verschillende kwaliteitsregistraties. Maar het werkelijk met meerdere ziekenhuizen structureel zoeken naar waar de verbeterpotentie zit en daarmee aan de slag gaan, dat was er nog niet. En dat is het mooie van dit traject.”

Een ander voordeel noemt Van Schaik de Santeon-brede bijeenkomsten waar ook zijn collega-neurologen uit de andere ziekenhuizen aanwezig zijn.  “Daardoor kunnen we veel voortvarender stappen maken in innovatietrajecten en andere uitdagingen. Zaken als het thuis monitoren van patiënten op hartritmestoornissen bijvoorbeeld komen sneller van de grond.”

Ligduur

Over de resultaten van het traject wil Van Schaik nog niet te veel zeggen, maar één wapenfeit uit zijn eigen ziekenhuis wil hij wel delen. “Wij waren bij het OLVG al langer niet helemaal tevreden over onze ligduur. Dat is de belangrijkste parameter voor deze aandoening en die lag bij ons rond de vijf dagen, terwijl dat bij het MST in Twente  vier dagen was. Als we het daarover hadden, kwamen we altijd uit op een externe oorzaak: patiënten die bij ons lagen te wachten op plaatsing naar een revalidatie-instelling. Daar was te weinig plaats en daardoor was onze opnameduur langer dan nodig, dachten wij.”

Analyse van de data wees echter uit dat juist patiënten die naar huis werden ontslagen, gemiddeld een langere ligduur lieten zien. Het bleek niet alleen een extern probleem  te zijn, maar ook het gevolg van het eigen ontslagmanagement. Van Schaik: “Daar hebben we veranderingen in aangebracht en nu ligt onze ligduur op hetzelfde niveau als die van het MST, wat een aanzienlijke besparing oplevert.”

Samen beslissen

Naar de toekomst ziet Van Schaik nog volop verbeterpotentieel. “Bij het bepalen van de optimale behandelwijze voor patiënten zien we verbetermogelijkheden en gaan we aan de slag met het thema samen beslissen tussen arts en patiënt. Daartoe denken we onder andere aan de inzet van een PROM voor CVA-patiënten. Die is er al wel, vanuit ICHOM, maar daar is zeker op deze schaal in Nederland nog niet mee gewerkt. Inspirerend, want nu weten we wel dat goed scoren op procesindicatoren goede zorgresultaten oplevert in een patiëntpopulatie. Maar wat dat op individueel niveau voor de patiënt betekent, komt dan echt binnen handbereik.”

 

 

Reacties