ICT

NVZ: ‘Betrokken patiënt onmisbaar bij goede zorg’

Zorginstellingen voeren samen met dokters intensief gesprekken met cliëntenraden en richten patiëntenpanels in om te horen wat zij belangrijk vinden in een portaal, aldus Sander Gerritsen, directeur van de NVZ.

Dit schrijft Sander Gerritsen, directeur van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) in een brief aan Dianda Veldman van de Patiëntenfederatie in reactie op haar oproep aan de ziekenhuizen met de patiënt in gesprek te gaan over patiëntenportalen.

Gerritsen onderschrijft het belang van het gesprek met de patiënt en meldt dat dit uitgebreid gebeurt in de instellingen. Ziekenhuizen en categorale instellingen maken na overleg met cliëntenraden en patiënten een zorgvuldige afweging om medische gegevens direct toegankelijk te maken, of om daar een vertragingstijd van maximaal zeven werkdagen voor in te richten.

Regels

De meeste instellingen die nu patiëntenportalen inrichten, doen dit volgens de regels die zijn opgesteld binnen het VIPP-programma. De termijn van maximaal zeven werkdagen komt voort uit VIPP, met als aanvulling dat waar het kan de gegevens zonder vertraging beschikbaar gesteld moeten worden, ‘realtime’ dus. ‘Als er na een onderzoek reden is tot zorg, dan neemt de arts altijd snel contact op met de patiënt, om iemand niet langer dan nodig in onzekerheid te laten’, aldus Gerritsen.

Voorbereiden

NVZ-leden werken er binnen VIPP aan dat informatie tussen de dokter en de patiënt online uitgewisseld kan worden, bijvoorbeeld via een patiëntenportaal. Zo kan de patiënt zich thuis goed voorbereiden op de volgende afspraak met de dokter door bijvoorbeeld na te denken over de vragen die hij wil stellen. Arts en patiënt spelen beide een belangrijke rol in deze ontwikkeling, het is aan beide om het patiëntenportaal te gaan gebruiken. Deelnemers aan VIPP maken zich hard voor online inzage omdat zij zien dat goede informatie-uitwisseling en een betrokken patiënt onmisbaar zijn bij het leveren van goede zorg.

Reacties