Meten van uitkomsten en kosten

Organisatiecultuur is lastig onderwerp voor medici

Wat voor cultuurverandering moeten ziekenhuizen doormaken als ze data over uitkomsten daadwerkelijk willen omzetten in meetbare verbetering van de zorg? Op het DICA-congres van 21 juni is een heel dagdeel gereserveerd om hierover te praten. Geen gemakkelijk onderwerp, zo blijkt

Veel wordt verteld over hoe ziekenhuizen en klinieken met value based healthcare aan de slag zijn gegaan en over de resultaten die hier en daar al geboekt worden. Maar wat dat nou vraagt van de betrokken medici en medewerkers, wat voor impact dat heeft op hun manier van werken en hoe er een appèl wordt gedaan op hun leiderschapskwaliteiten, daar wordt niet op ingegaan. Er lijkt sprake van een grote, gedeelde, blinde vlek.

Managementrapportages

Luc Demoulin is lid van de raad van bestuur van het St. Antonius ziekenhuis in Utrecht, dat al sinds 2012 actief bezig is met value based healthcare. Hij vertelt dat het St. Antonius volop in haar organisatiecultuur investeert en dat sinds enkele jaren alle managementrapportages beginnen met de kwaliteit van zorg en eindigen met de kosten in plaats van andersom. Maar inzicht in hoe die investeringen plaatsvinden, wat ermee beoogd wordt en waar ze toe leiden, krijgen de toehoorders niet.

De andere bestuurder die aan het woord komt, is Mark Kramer, lid van de raad van bestuur bij het nieuwbakken Amsterdam UMC. Volgens Kramer zijn de Nederlandse ziekenhuizen het aan hun stand verplicht om rigoureus aan waardeverbetering te werken en hebben ze nog een lange weg te gaan.

“Anno 2018 weten wij niet hoeveel patiënten er in Nederland rondlopen met Diabetes type I”, vertelt hij. En even later: “Tussen de Nederlandse ziekenhuizen is er een variatie van 30 procent op de kans dat iemand een Oesofaguscarcinoom (slokdarmkanker) overleeft. Dat is een veel te groot verschil en dat krijgen we alleen omlaag als we zorgketens aaneen weten te smeden op basis van goede afspraken.”

Groeiend verzet

Kramer heeft dan mondjesmaat toch iets over cultuur te zeggen: hij gaat in op het groeiende verzet onder medici tegen de hoge administratielast die zij ervaren. “Enkele jaren geleden hebben we bij AMC en VUmc het accreditatiesysteem van JCI ingevoerd ter borging van onze zorgkwaliteit. Wat vragen die nou eigenlijk van onze professionals? Eigenlijk alleen dit: ‘maak onderlinge afspraken en houd je eraan’. En op dat laatste wordt gecontroleerd. In feite weet je dat als de JCI-registratie positief is, al het werk goed wordt gedaan. En wat blijkt:  in de week waarin JCI zijn audit komt doen, gaat onze mortaliteit meer dan 0,5 procent omlaag!”

Wat Kramer betreft is het systematisch werken aan kwaliteitsverbetering dan ook nog maar net begonnen. Hij noemt enkele zaken die wat hem betreft van kardinaal belang zijn: “Het senior management moet meedoen, anders ga je nat. Daaronder moet het medisch leiderschap er verantwoordelijkheid voor willen nemen en graag of niet: ICT moet de komende jaren een van de belangrijkste investeringsposten zijn voor elk ziekenhuis.”

Vakgroeppresentatie

Gelukkig is er in een eerder blok al de bijdrage geweest van Huib Cense , chirurg in het Rode Kruis Ziekenhuis (RKZ) in Beverwijk en daarnaast Voorzitter Raad Kwaliteit en Vice-voorzitter van de Federatie Medisch Specialisten. Cense maakt als een van de weinigen inzichtelijk wat het betekent als een ziekenhuis kwaliteitsverbetering bij zijn mensen tussen de oren wil krijgen. Bij het RKZ heeft Cense het fenomeen ‘vakgroeppresentatie’ geïntroduceerd in september 2017. Sindsdien geven de verschillende vakgroepen binnen het RKZ minimaal eens per jaar een presentatie aan hun collega’s van de andere vakgroepen, waarbij ze vertellen over hun ambities, de manier waarop ze daaraan werken en de resultaten die ze tot nog toe hebben behaald.

“Dat we dat niet al jaren doen, is eigenlijk ongelooflijk”, vertelt Cense aan de zaal. “Die gelegenheid om het eigen functioneren inzichtelijk te maken ten overstaan van een publiek van collega’s die niet te bang zijn om kritische vragen te stellen, is heus spannend, maar blijkt ook ongelooflijk waardevol. Er komt een uitwisseling van informatie en gedachten op gang bij ons die we nog niet eerder hebben meegemaakt.”

Het wordt meteen opgepikt door enkele andere sprekers en Michel Wouters, hoofd van het wetenschappelijk bureau van DICA, stelt voor om de vakgroeppresentaties maar meteen overal in Nederland te gaan faciliteren. Cultuurverandering in actie.

 

 

 

 

 

 

 

Reacties