Safety-II in de praktijk van een Zeeuwse zorgorganisatie

Wat me in Safety-II het meest aanspreekt, is dat het gaat over een positievere manier van kijken naar veiligheid. Niet vanuit het wijzende of beschuldigende vingertje, maar met de focus op wat goed gaat. Wat me verder opvalt, is dat het vooral binnen ziekenhuizen geïntroduceerd lijkt te zijn.

Door Janny Kuperus, beleidsmedewerker bi j SVRZ.

Dit artikel maakt deel uit van de special over safety-II van KIZ. Naar de overzichtspagina

Ik ben meer van het principe kijken of je kunt leren en kunt voorkomen dan van achteraf  onderzoeken. Of zoals de uitdrukking hier in Zeeland is ‘de koe in zijn kont kijken’. Want wat is gebeurd is gebeurd. gedane zaken nemen geen keer.

Maar ja, hoe doe je dit nu in de praktijk? Bij SVRZ, de VVT-organisatie waar ik werk, gebeuren iedere dag wel incidenten. Gelukkig meestal kleine, zoals niet opruimen van de spullen die iemand heeft gebruikt.  Maar helaas soms ook incidenten met meer impact, zoals medicatie die vergeten wordt te geven of in te nemen door cliënten of cliënten die vallen. Hiervoor hebben we keurig een systeem ingericht van melden, rapporteren en analyseren.

Veilige cultuur

In de praktijk betekent dit dat we de zogenoemde MIC (melding incident cliënt) melden via een vragenlijst die te benaderen is in ons ECD. Waarna vervolgens de teamleider een melding ontvangt en gaat onderzoeken hoe het incident is gebeurd en wat de opvolging is geweest. Vervolgens maakt de staffunctionaris van de betreffende locatie  een keer per kwartaal een analyse vanuit alle gemelde incidenten. De analyse wordt besproken in het overleg waar locatiemanager en teamleiders bij aanwezig zijn. Dit in het kader van continu verbeteren van prestaties. En gelukkig hebben wij hierin naar mijn idee best een veilige cultuur. Collega’s durven gelukkig te melden en mensen zijn bereid om het boetekleed aan te doen.  Maar we kijken altijd achteraf. Dan blijkt dat veel incidenten blijven voorkomen en blijven we kijken naar de fouten. En daar gaat wel positieve energie verloren met het kijken naar wat er fout gaat.

Waardering

De focus gaat hierdoor weg van kijken wat er goed gaat. Want laten we eerlijk zijn, ook hier geldt de 80-20 regel. We besteden 80 procent van onze tijd met kijken naar de 20 procent die fout gaat. Hoe krijgen we de focus naar de 80 procent die goed gaat? Zeker daar waar je als (zorg)medewerker  één-op-één bent met je cliënt en niemand in de buurt is om te zeggen dat je het die dag weer goed hebt gedaan.  Juist die waardering heb je als medewerker zo hard nodig.  Als je gewaardeerd wordt, kom je ook sneller met ideeën om de zorg voor jouw groep cliënten te verbeteren. Iets dat voor zowel cliënt als organisatie alleen  maar winst oplevert.

Technologie

Wat doen wij nu in de dagelijkse praktijk om te kijken of we zorg veiliger kunnen maken? We zetten in op technologie. Denk hierbij aan leefcirkels voor cliënten met een psychogeriatrische aandoening, zodat we ze meer vrijheid en daarmee meer welbevinden kunnen geven. Of aan biodynamische verlichting waar de intensiteit van het licht op een natuurlijk manier meebeweegt met het dagritme van de cliënt. Dat zorgt voor een actieve niet geagiteerde dag en betere slaap in de nacht. We doen een proef met optische sensoren die op basis van lichaamshouding kunnen vertellen of de cliënt nog in zijn stoel zit of op bed ligt. Dat ondersteunt bij het sneller melden van vallen. We gebruiken GPS om iemand  zijn rondje te kunnen laten fietsen.

Vertrouwen

De inzet van techniek is mooi, maar vraagt ook vertrouwen van medewerkers, cliënten en vertegenwoordigers. Dit vraagt om het voeren van het gesprek over persoonsgerichte zorg en veiligheid. Met daarbij ook aandacht voor het feit dat we niet iedereen in een glazen kistje kunnen stoppen  met watten er omheen, zodat er nooit meer iets zal gebeuren.

Zinvol

Met leefcirkels, optische sensoren, biodynamische verlichting en  GPS proberen we ons te focussen op de zaken die de cliënt blij maken en het gevoel geven een leven te mogen leiden dat zinvol is. Maar medewerkers  en mantelzorgers overtuigen dat we vooraf risico’s moeten inschatten  en niet achteraf een incident mogen melden, vraagt om onderzoek en bewijzen dat techniek ondersteunend kan zijn bij het verkleinen van risico’s en het verhogen van kwaliteit van leven.

Daarom zijn alle medewerkers nauw betrokken in de innovaties. We werken nauw samen met de universiteiten en hogescholen en leveranciers om uitkomsten inzichtelijk te maken en passende verbinding te leggen tussen techniek, mens en innovatie. Dus klopt de waarneming van de sensor met de waarneming  van de medewerker? En  geeft de techniek net dat beetje extra informatie waardoor de medewerker weet dat de cliënt veilig is?

Aangaan van gesprek

Safety-II vraagt daarom ook om het aangaan van het gesprek over dagelijkse bezigheden en wat daar in meestal eigenlijk goed gaat. En daar een gewoonte  van maken tijdens teambesprekingen, overleggen met cliënten en vertegenwoordigers, verhalen vertellen in een nieuwsbrief of op de website. We delen al veel verhalen over wat er goed gaat via blogs op Facebook door medewerkers die trots zijn op hun vak en laten zien dat veiligheid, geborgenheid gewone zaken zijn. Natuurlijk proberen we  vanuit alle ondersteunende diensten hieraan bij te dragen door werkprocessen zichtbaar te maken, technologie in te passen in de werkprocessen, te denken over techniek die werkt en niet in de weg moet zitten, risico’s mee te nemen bij alle besluiten die we nemen.

Voorbeeld

Een voorbeeld is het gebruik van VIO, video interventie ouderenzorg. Onze psychologen observeren met behulp van eigen video-opnames onbegrepen gedrag en de manier waarop zorgmedewerkers hun interactie met cliënt en omgeving kunnen verbeteren. In de praktijk blijkt dat dit vooral ook veel goede voorbeelden oplevert over wat juist wel goed gaat. Safety-II dus.

Hierbij betrekken we zoveel als mogelijk de medewerker die de dagelijkse zorg moet leveren. Het samen optrekken in een project, samen wikken en wegen, maakt dat we aandacht hebben voor wat al goed gaat, wat verbeterd zou kunnen worden en hoe we dat zouden kunnen verbeteren. Blijven leren dus.

Reacties