Meten van uitkomsten en kosten

SAZ breidt programma waardegedreven zorg uit naar 22 ziekenhuizen

Het aantal ziekenhuizen en het aantal patiëntengroepen dat deelneemt aan het programma waardegedreven zorg van de vereniging van Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen (SAZ) zijn in korte tijd flink uitgebreid. Inmiddels zijn er 22 ziekenhuizen actief mee bezig. Het programma waardegedreven zorg betreft nu zeven patiëntgroepen: darmkanker, heupfractuur, borstkanker, galblaas, liesbreuk, geboortezorg en hartfalen.

Dat maakte SAZ onlangs bekend.  “Zo’n twee jaar geleden zijn we gestart met elf ziekenhuizen en twee aandoeningen: darmkanker en heupfractuur. We zijn trots op de snelle groei van het programma”, zegt programmamanager Annabel van Deursen van SAZ.

Het aantal deelnemende ziekenhuizen voor waardegedreven zorg bij darmkanker is nu dertien, voor heupfractuur is dat zeven. Veel SAZ-ziekenhuizen doen mee met waardegedreven zorg voor meerdere patiëntengroepen, zo is te zien op de site van SAZ. Van Deursen sluit niet uit dat op termijn alle 28 SAZ-ziekenhuizen zullen deelnemen met het waardegedreven zorg programma voor één of meerdere patiëntengroepen.

“Maar voorlopig hebben we als organisatie onze handen vol aan deze deelnemers en patiëntengroepen.” De meest recente uitbreiding van het programma betreft hartfalen en geboortezorg. Aan waardegedreven zorg voor hartfalen doen per maart 2020 acht SAZ-ziekenhuizen mee, aan geboortezorg nu zestien.

Motivatie om door te gaan

Met het programma Waardegedreven zorg werken de SAZ ziekenhuizen aan het realiseren van de verbetering van zorg, door onderlinge uitwisseling, vergelijking en waardevrije bespreking van kwaliteitsdata. “We krijgen door het programma veel reflectie op ons werk. We zien dat we steeds betere kwaliteit van zorg bieden. Dit motiveert om hier nog lang mee door te gaan”, zei Tanja Lettinga, chirurg in ziekenhuis SJG Weert, op 6 februari op Qruxx. SJG neemt deel aan het programma voor darmkanker, galblaas/liesbreuk en geboortezorg.

Transparant vergelijken

Voordeel van het SAZ-programma is dat het werkt met bestaande data van klinische uitkomsten en kwaliteitsregistraties. Zo leidt het niet tot extra registratielast. De regionale SAZ ziekenhuizen zijn onderling goed te vergelijken, ook al hebben ze elk hun couleur locale. Ze hebben een vergelijkbare organisatie van zorg, soort patiënten en verankering in de regio.

De deelnemers kunnen via een dashboard de eigen data transparant vergelijken met data van de andere deelnemende SAZ ziekenhuizen én met landelijke data. Uitkomsten van zorg en kostendrijvers worden in spiegelbijeenkomsten in bijzijn van medisch specialisten, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals besproken.

Uniform meten

De ziekenhuizen hebben toegang tot een dashboard met opvallende prestaties van het eigen ziekenhuis ten opzichte van de andere deelnemende ziekenhuizen en de vorige periode. Kern van het SAZ-programma ligt in het cyclisch verbeteren. Op basis van de onderlinge vergelijking en het bespreken van de goede voorbeelden tijdens de spiegelbijeenkomsten, werken de ziekenhuizen aan verbeterplannen.

Best practices

De deelnemers zien dat ze zo nog betere kwaliteit van zorg bieden door het verder verminderen van complicaties en het verder optimaliseren op basis van best practices uit andere ziekenhuizen. De organisatie streeft er naar om PROMs en PREMs beter mee te nemen in het programma, laat Van Deursen weten. Die gegevens worden nu nog niet overal uniform gemeten, maar om goed te kunnen vergelijken is dat wel nodig.

Samenwerken in de keten

Daarnaast kijkt SAZ naar extramurale samenwerkingen op het gebied van waardegedreven zorg met partners uit de keten, vertelt Van Deursen. Bijvoorbeeld op het gebied van heupfracturen. Daar wordt op dit moment de verbinding gelegd met de geriatrische revalidatiezorg.

Annabel van Deursen: “Ketenorganisaties doen nu mee aan de spiegelbijeenkomsten. Om de patiënt door de hele keten goed te kunnen volgen, is het belangrijk dat we de uitkomstinformatie overal hetzelfde gaan registreren door dezelfde meetinstrumenten en vragenlijsten te gebruiken voor het meten van dezelfde uitkomstmaat. Dat is nu nog lastig. Maar er starten pilots in twee regio’s om te kijken hoe we dit kunnen verbeteren.”

 

 

 

Reacties