ICT

Steeds meer ziekenhuizen gaan met VIPP voor digitale zorg

Ziekenhuiszorg verandert. Met digitalisering is zorg dichtbij de patiënt te leveren zodat die minder vaak naar het ziekenhuis hoeft te komen. Daarnaast maakt digitalisering de juiste informatie op de juiste plek mogelijk. Een datagedreven cultuur met slim gebruik van data ondersteunt professionals en patiënten bij diagnostiek en behandeling. De programma’s Digitale Zorg en VIPP 5 ondersteunen, stimuleren en faciliteren ziekenhuizen bij deze digitale transformatie.

Door Ana Karadarevic, communicatie-adviseur VIPP5 bij de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen NVZ. Dit artikel maakt deel uit van de KiZ Special over de waarde van zorg op afstand na de coronacrisis. Naar de overzichtspagina.

In Nederland is al langer behoefte aan meer zorg op afstand. De vraag naar zorg neemt toe, ouderen blijven steeds langer thuis wonen, er is krapte op de arbeidsmarkt én de zorgkosten stijgen. Digitale zorg biedt kansen om patiënten meer regie te geven op eigen gezondheid, om zorg dichtbij huis te leveren en om de juiste informatie op de juiste plek te krijgen. De NVZ werkt aan het mogelijk maken van deze doelen in de programma’s  VIPP en Digitale Zorg.

VIPP

Om met VIPP te beginnen: met de eerste stappen die met behulp van het VIPP-programma zijn gezet de afgelopen jaren, hebben alle deelnemende ziekenhuizen voor elkaar gekregen dat mensen digitaal bij hun medische gegevens kunnen. Maar liefst 94 procent van de 97 deelnemende instellingen voor medisch-specialistische zorg heeft de Basisgegevensset Zorg (BgZ) geïmplementeerd. Deze landelijke standaard is de basis voor een goede overdracht tussen ziekenhuizen.

Met VIPP 1 en 2 is de basis gelegd voor de digitale uitwisseling van patiëntgegevens, VIPP 5 gaat hierop door. Aan het programma doet opnieuw een grote meerderheid van instellingen voor medisch-specialistische zorg mee. Meer dan tweehonderd instellingen voor medische-specialistische zorg hebben zich ingeschreven voor de VIPP-regeling voor ziekenhuizen.

De belangrijkste uitgangspunten van VIPP 5 zijn de uitwisseling van medische gegevens met de patiënt via de persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO), en tussen instellingen onderling. Het is de bedoeling dat het mogelijk is om gegevens uit te wisselen met PGO’s op 30 september 2022. Andere deadlines voor VIPP 5 zijn te vinden op de VIPP-website.

Digitale Zorg

Dan is er het programma Digitale Zorg. Dit NVZ-programma is in 2020 van start gegaan. Het stimuleert en ondersteunt de transformatie van ziekenhuizen op het gebied van digitale zorg. Het programma heeft concrete ambities. Eén daarvan is dat digitale zorg moet leiden tot 25 procent minder fysieke polikliniekbezoeken aan het einde van 2021. Voorbeelden van digitale zorg zijn beeldbellen en telemonitoring.

Het gebruik van digitale zorg in Nederlandse ziekenhuizen is het afgelopen jaar in een stroomversnelling geraakt door de covid-19-pandemie. Dit signaleert bijvoorbeeld de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving (RVS) in het vorig jaar verschenen advies Zorg op afstand dichterbij? Digitale zorg na de coronacrisis.

De raad noemt opschaling van telemonitoring, bijvoorbeeld bij hartfalenpatiënten, en meldt dat het gebruik van (beeld)bellen een enorme vlucht heeft genomen. Zowel zorgprofessionals in de medisch-specialistische zorg als aanbieders van beeldbeltechnologie zeggen dat in een groter aantal ziekenhuizen steeds vaker gebruik wordt gemaakt van beeldbellen sinds het begin van de coronacrisis in Nederland.

Minder patiënten op spreekuur

Een voorbeeld van een ziekenhuis dat vaker gebruik maakt van (beeld)bellen is het Albert Schweitzer Ziekenhuis (ASZ) in Dordrecht. Joyce van Dijk-Kuiper is MDL-arts. Ze ziet sinds het voorjaar van 2020 veel minder patiënten op haar fysieke spreekuur in het ziekenhuis. “Door covid-19 is mijn werk compleet anders. Ik ben van 25 tot 30 mensen per spreekuur fysiek zien, naar drie gegaan. Ik heb veel telefonisch contact met patiënten.”

Van Dijk heeft zorg op afstand al lang omarmd, evenals veel van haar patiënten. Bijna 500 patiënten van het Albert Schweitzer gebruiken sinds 2018 MijnIBDcoach. Dit is een e-health-toepassing voor patiënten met de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa, beide een inflammatory bowel disease (IBD). Van Dijk merkt op dat ze telefonisch contact niet in alle gevallen ideaal vindt: “Je wilt bij mensen met darmklachten toch die buik zien en onderzoeken.”

Voordelen voor patiënt en ziekenhuis

MijnIBDcoach is volgens Van Dijk een goede e-health-toepassing voor het volgen van patiënten om zo een inschatting te kunnen maken van de kans op ziekteactiviteit. Patiënten leren bovendien wat ze zelf kunnen doen om hun aandoening onder controle te houden. De inzet van MijnIBDcoach heeft voordelen voor zowel patiënt als ziekenhuis. “Deze patiënten zijn gewone mensen met banen en kinderen”, zegt Van Dijk. “Als ze naar het ziekenhuis moeten, moeten ze vrij nemen. Een ziekenhuisbezoek is niet altijd per se nodig. Bovendien haal je de druk van de polikliniek af, omdat mensen alleen langskomen als er iets aan de hand is.”

Aan de hand van de ervaringen met MijnIBDcoach concludeert Van Dijk dat patiënten gebruik willen maken van e-health omdat ze daardoor meer regie hebben over hun eigen gezondheid. “We krijgen heel veel positieve reacties. Ze vinden het heel prettig dat ze vragen kunnen stellen wanneer ze dat willen, in plaats van dat ze de poli bellen en vervolgens in de wachtrij moeten staan. De betrokken zorgverleners hoeven niet direct te antwoorden. Daarover hebben we afspraken gemaakt.”

Ambassadeur VIPP

Van Dijk is een enthousiast ambassadeur van het VIPP-programma, waarin ziekenhuizen de afgelopen jaren doelen hebben behaald met betrekking tot het beschikbaar stellen van gegevens aan de patiënt. 94 procent van de ziekenhuizen en categorale instellingen die aan het VIPP-programma deelnamen, beschikken over een patiëntenportaal of PGO waar patiëntgegevens zijn in te zien en na te lezen. Een belangrijk voordeel van online inzage is dat een patiënt nog eens rustig kan nalezen wat de arts de vorige keer heeft gezegd. Daardoor kan hij of zij zich beter voorbereiden voor het bezoek aan het ziekenhuis.

Van Dijk: “Mensen kunnen binnen een dag uitslagen van onderzoeken zien. Wie dat wil, kan veel meer informatie krijgen over de eigen gezondheid.” Daardoor verloopt het contact tussen patiënt en zorgverlener soepeler, merkt de MDL-arts. “Als mensen de uitslag voor hun bezoek aan het ziekenhuis al hebben ingezien, vindt er een beter gesprek plaats met de specialist over de behandeling.”

Volgens Van Dijk valt de ruis weg als mensen thuis nog eens dingen kunnen nalezen, bijvoorbeeld na een onderzoek waarbij een roesje wordt ingezet. “Het roesje tast het korte-termijn-geheugen aan, waardoor mensen zich achteraf flarden herinneren. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat 30 tot 40 procent van wat in de spreekkamer wordt verteld, verloren gaat. Als mensen de gegevens thuis kunnen nalezen, geeft dat hun rust en schept het duidelijkheid.”

Ook op andere afdelingen van het Albert Schweitzer Ziekenhuis wordt digitale zorg ingezet. Zo wordt gewerkt met thuismonitoring bij interne geneeskunde, cardiologie en longgeneeskunde. Het ziekenhuis maakt daarnaast sinds kort gebruik van thuismonitoring voor een selecte groep covid-19-patiënten. “Ik denk dat dit voor met name de chronische populatie de toekomst zal worden”, zegt Van Dijk. Ze verwacht dat middelen zoals thuismonitoring een bijdrage zullen leveren aan de ambitie van het NVZ-programma Digitale Zorg om te komen tot 25 procent minder fysieke poli.

Juiste informatie op de juiste plek

Van Dijk vindt het niet meer dan logisch dat ziekenhuizen zich inspannen om digitale uitwisseling van patiëntgegevens mogelijk te maken. Het ASZ werkt veel samen met onder andere het Erasmus Medisch Centrum en het Maasstad Ziekenhuis, als het gaat om oncologische zorg. “Het zou handig zijn als we medische patiëntgegevens met elkaar kunnen delen. Zeker als in de toekomst de zorg steeds meer verdeeld gaat worden tussen ziekenhuizen vanwege de steeds verdergaande specialisatie.”

Digitale uitwisseling van patiëntgegevens is ook van belang om instrumenten zoals telemonitoring in te kunnen zetten, stelt Van Dijk. “Om e-health zo veel mogelijk te faciliteren en om het goed en makkelijk te maken voor de patiënt om er gebruik van te maken, is een omslag naar meer digitalisering essentieel. Bovendien moet er een goede koppeling komen van de data die uit de telemonitoring beschikbaar komen, naar het elektronische patiëntendossier.”

Ziekenhuizen die deelnemen aan VIPP 5, kunnen de komende jaren nog meer stappen zetten naar digitale gegevensuitwisseling. Dit is van belang omdat digitale zorg kansen biedt om mensen meer grip te geven op hun eigen gezondheid en zorg zo dicht mogelijk bij huis te leveren. Wat dit laatste betreft, gaat het de goede kant op, zo blijkt uit recente NVZ-uitvraag over telemonitoring. Driekwart van de ziekenhuizen die hieraan meewerkten, biedt al een of meer vormen van telemonitoring aan.

Reacties