Meten van uitkomsten en kosten

‘Te veel streven naar consensus verzwakt indicatoren’

Een te sterke nadruk op consensusvorming kan in de ziekenhuiszorg leiden tot de ontwikkeling van zwakke kwaliteitsindicatoren. Dit kan de effectiviteit van de basisset als kwaliteitsinstrument ondergraven.

Dat constateren onderzoekers van Amsterdam Public Health research institute (Amsterdam UMC) in samenwerking met Erasmus School of Health Policy & Management en IQ healthcare in het rapport ‘Onderzoek naar risicoselectie met de basisset kwaliteitsindicatoren ziekenhuizen: op weg naar verantwoorde keuzes’.

Krachtig instrument

Hoewel de onderzoekers enkele uitgesproken zwakke plekken in de methodiek aanwijzen, is de conclusie vanuit meerjarenperspectief toch dat de basisset is uitgegroeid tot een krachtig instrument voor kwaliteitsverbetering in de zorg.

Snelle impact

Wat daarbij opvalt, is de snelheid waarmee indicatoren die in de basisset worden opgenomen effect sorteren. Bijna zes van de tien indicatoren (58 procent) leiden in het eerste jaar al tot verbeteringen. Van de indicatoren die deel uitmaakten van de basisset 2014 had twee jaar later de helft zijn doel behaald.

De snelle impact mag in zekere zin opmerkelijk heten. Het onderzoek laat zien dat het tijd kost om de spelregels rond indicatorvorming te begrijpen en vertrouwen tussen betrokken partijen op te bouwen. Ter verklaring van de snelle impact wijzen de onderzoekers op de gezamenlijke ontwikkeling.  Doordat de indicatoren in de basisset in nauwe samenwerking met de koepels en veldpartijen worden ontwikkeld, zijn ze vooraf bekend bij de ziekenhuizen. Die kunnen zo anticiperen op de nieuwe eisen.

Doorzettingsmacht

De kracht van de methodiek is volgens de onderzoekers ook gelijk de zwakte. Een nadeel van de consensusbenadering is dat ‘scherpere’ indicatoren de basisset mogelijk niet halen vanwege het afbreukrisico.

Wetenschappelijke verenigingen en verpleegkundige afdelingen hikken begrijpelijkerwijs aan tegen het ontwikkelen van indicatoren die de indruk kunnen wekken dat zorg suboptimaal is. Hoewel de IGJ doorzettingsmacht heeft om een indicator in de basisset te laten opnemen dan wel te schrappen, moet ze dit instrument spaarzaam inzetten. Het druist in tegen de horizontale overlegstructuren die de indicatorvorming kenmerken.

Bovendien is de structuur zo ingezet dat de IGJ geen indicatoren ‘oplegt’, maar door het veld laat ontwikkelen. Dit betekent volgens de onderzoekers wel dat het voor veldpartijen mogelijk is om ‘om de spreekwoordelijke hete brij heen te draaien’.

Openbaarmaking

Een complicerende factor in dit verband is het IGJ-streven naar openbaarmaking van kwaliteitsinformatie. Dat gebeurt bijvoorbeeld in Het resultaat telt, maar ook in de media. Voor de IGZ is dit een strategie om urgentie te kweken bij de raden van bestuur in de ziekenhuizen.

De openbaarmaking van resultaten maakt echter ook dat de wetenschappelijke verenigingen en verpleegkundige afdelingen terughoudend zijn in het ontwikkelen van indicatoren die de indruk kunnen wekken dat zorg suboptimaal is. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de basisset. Daarin wordt juist nu een stap gezet naar indicatoren voor multidisciplinaire zorgverlening, die als meer risicovol worden beschouwd.

De onderzoekers stellen dan ook dat het belangrijk is om vrijblijvendheid voor te blijven, zeker in de overgang naar multidisciplinaire indicatoren, die door zorgverleners als ‘risicovoller’ worden beschouwd dan enkelvoudige indicatoren.

Patiëntperspectief

Patiënten kunnen volgens de onderzoekers in  dit opzicht een cruciale rol vervullen. Momenteel spelen ze niet of nauwelijks een rol in de ontwikkeling van indicatoren voor de basisset. “Het patiëntenperspectief kan helpen nieuwe of andere risico’s te identificeren”, aldus de onderzoekers. “Dan wel als extra actor invloed uitoefenen op de ontwikkeling van meer ‘gevoelige’ indicatoren.”

Om het patiëntperspectief ruimte te geven zouden patiëntenverenigingen in de toekomst in het multidisciplinaire overleg over de totstandkoming van indicatoren moeten aanschuiven.

 

Reacties