UMC Utrecht onderzoekt effectiviteit telebegeleiding bij hartfalen

Telebegeleiding bij hartfalen werkt niet altijd bij iedereen. Het UMC Utrecht gaat de komende twee jaar onderzoeken wanneer telebegeleiding wel en niet effectief is.

Bij telebegeleiding hoeven patiënten minder vaak naar het ziekenhuis omdat ze thuis belangrijke waarden zoals gewicht, bloeddruk en hartslag meten.

Digitale vaardigheden

Volgens het UMC Utrecht is niet iedere vorm van telebegeleiding effectief voor iedere patiënt. Onderzoeker Jaap Trappenburg op de website van het ziekenhuis: “Wij verwachten dat de effectiviteit sterk afhangt van het type telebegeleiding en van de omstandigheden. Denk bijvoorbeeld aan de karakteristieken van de individuele patiënt, zoals de ernst van het hartfalen en zijn digitale vaardigheden. Met deze nieuwe kennis kunnen we telebegeleiding gerichter inzetten en dat leidt tot betere gezondheidsuitkomsten voor patiënten en tot doelmatiger zorg.”

Gezondheidsuitkomsten

Aan het onderzoek doen 29 ziekenhuizen mee. Een deel daarvan doet aan telebegeleiding en een deel niet. Van alle deelnemende patiënten wordt vastgelegd welk type telebegeleiding zij krijgen en hoe lang. Daarnaast wordt gemeten wat hun zorggebruik is en wat de gezondheidsuitkomsten zijn.

Uiteindelijk moet het onderzoek inzicht geven bij welke groepen patiënten met hartfalen telebegeleiding wel en niet helpt. Daarnaast welke manieren van telebegeleiding het beste werken en of deze doelmatig (kosteneffectief) zijn.

Subsidie

Voor het onderzoek kreeg het UMC Utrecht een subsidie vanuit het ZonMw-programma Doelmatigheids- Onderzoek voor een betere en betaalbare zorg. In verband met corona-pandemie gaat het onderzoek waarschijnlijk pas halverwege 2021 van start.

Reacties