Validering / kennisdeling

Verschillen in bestraling bij borstkanker tussen ziekenhuizen

Door gerichte inzet van bestraling kunnen bijwerkingen bij een borstkankerbehandeling steeds vaker worden beperkt. Aanbevelingen voor het minder vaak inzetten van een extra dosis bestraling op de plek waar de tumor is verwijderd, genaamd boost-bestraling, zijn echter niet overal even snel ingevoerd. Onderzoek van Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) en de Universiteit Twente geeft inzicht in verschillen en oorzaken van deze variatie.

Het onderzoek maakt deel uit van het promotieonderzoek van Kay Schreuder. Hij verdedigt zijn proefschrift getiteld Evolving breast cancer care’ op 6 juli bij de Universiteit Twente.

Na een borstsparende operatie wordt bestraling bijna altijd toegepast. Bij een borstsparende operatie kan er naast de bestraling van de hele borst ook nog een boost-bestraling toegepast worden om de kans op terugkeer van de tumor verder te verkleinen. Deze boost lijkt vooral zinvol bij een hoog risico op terugkeer van de kanker in de borst, bijvoorbeeld als de patiënt relatief jong is, bij een agressieve tumor of als de tumor niet volledig is verwijderd na de operatie. De boost zou niet altijd gegeven moeten worden omdat de boost als nadeel heeft dat het klachten kan veroorzaken, zoals huidproblemen en een verslechterd cosmetisch resultaat. Bovendien wordt de kans op terugkeer van de ziekte in een behandelde borst steeds kleiner.

De radiotherapeuten hebben daarom in 2011 de richtlijn borstkanker opgesteld om boost-bestraling spaarzamer in te zetten dan voorheen. Dit leidde in de jaren na publicatie van de richtlijn tot een duidelijke daling in de toepassing van de boost-bestraling bij invasieve borstkanker. Ook werd de variatie tussen radiotherapeutische centra en ziekenhuizen in het toepassen van de boost steeds kleiner.

Goed nieuws

Henk Struikmans, radiotherapeut LUMC Leiden: “Bij de sparende behandeling van borstkanker is het toepassen van de boost afgenomen van ongeveer 100 procent tot zo’n  43 procent in 2016. Dat is goed nieuws. Ik verwacht dat deze trend zich in komende jaren zal voorzetten. Ook verwacht ik dat de uiteindelijke beslissing om wel of geen boost, met het duidelijk benoemen van alle voor- en nadelen, steeds vaker zal worden genomen tijdens het gesprek tussen de patiënt en de radiotherapeut.”

Het doel is de best passende behandeling voor elke patiënt. De richtlijn borstkanker geeft daarbij richting. Op basis van wensen van een patiënt of bijzondere ziektekenmerken kan altijd een afwijkend behandeladvies worden afgesproken. De patiënt en behandelaar kunnen samen een afweging maken voor een behandeling waarbij de mogelijke bijwerkingen in relatie tot de kwaliteit van leven worden meegewogen. Borstkanker Vereniging Nederland benadrukt via Mirjam Velting, programmamanager Kwaliteit van leven, het belang van transparantie: “Het is belangrijk dat patiënten eerlijke onafhankelijk informatie krijgen zodat zich bewust zijn van de mogelijkheden en van eventuele verschillen tussen ziekenhuizen en vrijheid hebben in de behandelkeuzes die ze maken. In welk ziekenhuis ze ook behandeld worden.”

Aanbevelingen

Het Nationaal Borstkankeroverleg Nederland (NABON) stelt bij vernieuwingen aanbevelingen op voor de richtlijn. Aafke Honkoop voorzitter NABON: “Variatie in het consequent doorvoeren van de richtlijn of het bewust afwijken van de richtlijn kan worden besproken in de regionale oncologienetwerken waarin ziekenhuizen samenwerken, zodat alle borstkankerpatiënten profiteren van nieuwe mogelijkheden in de diagnostiek en behandeling.”

Reacties