VGZ werkt met zorgaanbieders aan Zinnige Zorg

De zorgverzekeraar heeft de taak om de zorg ook op de langere termijn toegankelijk te houden voor iedereen. VGZ gelooft dat dit kan met Zinnige Zorg. Daarbij gaan betere zorg en betaalbaarheid hand in hand. Zorgaanbieders leren ons hierbij wat betere zorg is. Hoe de zorg anders kan vanuit het standpunt van de zorgverzekeraar.

Dit artikel maakt deel uit van het themanummer over de-implementatie van KIZ. Naar de overzichtspagina

Charlotte Oldenburg, Ronald van Breugel en Marit Tanke

Ons zorgstelsel staat al acht jaar op rij bovenaan als beste zorgstelsel van Europa, met name door de goede toegankelijkheid. Daar zijn we trots op, tegelijkertijd zet het ons ook voor een grote taak. Hoe zorgen we dat de zorg niet alleen goed blijft, maar ook nog betaalbaar voor iedereen in Nederland?

Het RIVM verwacht een verdubbeling van de zorgkosten in 2040 ten opzichte van 2015. Het verhogen van het eigen risico, een hogere zorgpremie of het verkleinen van het basispakket zijn maatregelen waar de patiënt en burger niet beter van worden en die begrijpelijkerwijs tot veel controverse leiden. Er is ook een andere weg waar betere zorg en betaalbaarheid hand in hand gaan. Dat is die van de zinnige zorg.

Gepaste zorg

Experts schatten in dat 20 tot 30 procent van de geleverde zorg beperkte of geen waarde heeft voor de patiënt [1,2,3,4]. Daaronder valt bewezen niet-effectieve zorg, maar ook inefficiënte zorg of zorg die niet aansluit bij de behoefte van de patiënt [5].

De ‘beter laten lijst’ vanuit V&VN en ‘de beter niet doen’-lijst vanuit de NFU bieden inzicht in zorg die geen toegevoegde waarde heeft. Maar daarnaast zijn er andere voorbeelden van onnodige zorg die te maken hebben met de organisatie van zorg en de specifieke wensen van patiënten. Daarvoor bieden deze lijsten geen oplossing. Hoe komen we er dan achter welke zorg echt zinnig en passend is voor de patiënt?

Netwerk Zinnige Zorg

In de praktijk is het voor een zorgverzekeraar lastig om inzicht te krijgen in effectieve gepaste zorg die waarde toevoegt voor de patiënt. Dat is het domein van de zorgprofessional. Daarom werken we nauw samen met elf ziekenhuizen, drie ggz-instellingen en een ouderenzorginstelling. Zij weten immers veel beter dan wij wat goede zorg is voor de patiënt.

De missie van dit alliantienetwerk ‘Zinnige Zorg’ is om de zorg te verbeteren door het realiseren van zinnige en passende zorg en het terugbrengen van onnodige zorg en onnodig lijden. Niet door regie van de zorgverzekeraars, maar geïnitieerd door zorgprofessionals. Uit de vijftien alliantiepartners zijn inmiddels al meer dan 1.000 ideeën gekomen voor betere, gepaste, zorg tegen lagere kosten.

Lef en durf

VGZ faciliteert deze ontwikkeling en zorgt via de inkoop voor opschaling van deze initiatieven binnen en buiten het netwerk. Van en mét elkaar leren is de kern van het netwerk. Artsen delen kennis en ervaringen rondom de goede voorbeelden en leren van elkaar hoe de verschillende ziekenhuizen de zorg organiseren. Wat werkt wel en wat werkt niet. Zo wordt er niet alleen geleerd binnen de organisatie, maar ook daarbuiten.

Inmiddels zijn er al 350 ideeën daadwerkelijk geïmplementeerd. Hiermee laten deze ziekenhuizen zien dat betere zorg en lagere kosten hand in hand kunnen gaan. Dat lijkt heel logisch, maar dat is het niet.  Door de productieprikkel leidt minder productie tot minder omzet. Er is lef en durf nodig vanuit bestuurders en zorgprofessionals om deze uitdaging aan te gaan. VGZ faciliteert deze uitdaging door een meerjarenafspraak gericht op een dalend volume.Tegelijkertijd biedt de meerjarenafspraak zorgaanbieders ruimte om te leren en te ontwikkelen.

Patiënt is uitgangspunt

De overeenkomst is dat de patiënt het uitgangspunt is. Zorgprofessional nemen bijvoorbeeld meer tijd voor de patiënten om hen voor- en nadelen van de verschillende behandelingen uit te leggen. De patiënt kan zo een beter overwogen keuze maken en zelf (mee)beslissen welke zorg bij hem of haar past. Dit zogenoemde shared decision making leidt tot conservatievere behandelkeuzes bij patiënten; het aantal galblaas- , liesbreuk en totale heupoperaties nam met 15 tot 25 procent af en de patiënttevredenheid steeg.

Een ander voorbeeld: betere en snellere triage en probleeminschatting op de spoedeisende hulp (SEH). Door 24/7 aanwezigheid van spoedeisende-hulpartsen én het plaatsen van een aantal specialisten op de SEH worden symptomen die directe actie vereisen sneller herkend, worden minder mensen opgenomen én hoeven patiënten minder vaak later terug naar de poli voor nacontrole. In de praktijk zien we dat ziekenhuisopnames met 16 procent dalen.


Onnodige diagnostiek

In het Westfriesgasthuis reduceert een vooruitstrevende groep jonge artsen in opleiding tot specialist de onnodige diagnostiek. De artsen kijken kritisch of de diagnostiek wel nodig is; moeten we wel elke dag bloedprikken, als je pas echt conclusies kan trekken na 48 uur? Bloed prikken is helemaal niet fijn voor een patiënt en het levert geen nieuwe informatie.

Met ‘Dat doen we altijd al zo’ nemen ze geen genoegen. Ze geven inzicht en creëren bewustwording over kostenbewustzijn. Een PET CT scan is vervelend voor patiënten en brengt bovendien veel kosten met zich mee. Te vaak vragen artsen deze automatisch aan, terwijl nut en noodzaak niet duidelijk zijn. Deze ambitieuze artsen komen door hun opleiding bij meerdere ziekenhuizen en verspreiden zo hun gedachtegoed.

De stip op de horizon? Een revolutie in de zorg. Echt een andere mindset, waarin gedacht wordt vanuit de patiënt en waarin zorgaanbieders steeds opnieuw en kritisch kijken naar de best passende zorg voor de patiënt. Die beweging moet vorm krijgen, dat gaat niet over één nacht ijs, maar daar werken we hard aan, samen met onze alliantiepartners.

Charlotte Oldenburg, Ronald van Breugel en Marit Tanke zijn werkzaam bij VGZ

Bronnen

  1. Morgan D, Brownlee S, Leppin A et al. Setting a research agenda for medical overuse. BMJ 2015;351:h4534.
  1. Garrow JS. What to do about CAM: how much of orthodox medicine is evidence based? British Medical Journal 2007: 335:951 http://dx.doi.org/10.1136/bmj.39388.393970.1F 
  1. Grol R, Grimshaw J. From best evidence to best practice: effective implementation of change in patients’ care. Lancet 2003;362:1225–30.
  1. Lyu H, Xu T, Brotman D et al. Overtreatment in the United States. PLoS ONE 12(9): e0181970. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0181970
  1. Verkerk E, Tanke M, Kool R. et al. Limit, lean or listen? A typology of low-value care that gives direction in de-implementation. International Journal for Quality in Health Care 2018: 1-4

Reacties