Implementatie zelfmanagement binnen revalidatie

Van patiënten wordt verwacht dat ze goede zelfmanagers zijn, maar bijna 99 procent van de tijd dat ze beslissingen moeten nemen, bevinden zij zich buiten een behandelsetting. Binnen het Centrum voor Revalidatie-UMCG vroegen we ons af hoe we patiënten beter zouden kunnen voorbereiden op deze fase van zelf beslissen. We ontwikkelden daarom samen met professionals een zelfmanagementprogramma voor de revalidatie van mensen met een beenamputatie. Een verslag van de implementatie.

Door Sacha van Twillert
Naar de themapagina over implementatie

De inhoud van het programma was mede gebaseerd op de problematiek die deze doelgroep ervoer nadat zij hun revalidatie afgerond hadden, zoals verkend in een eerdere studie. Het zelfmanagementprogramma bestond uit zowel een psycho-educatieve training als een motorische training die we verder verfijnden middels een proefimplementatie.

We hebben het Knowledge-to-Action raamwerk [1] gebruikt om het proces van co-creatie en implementatie in de praktijk te ondersteunen. De stappen van het raamwerk hebben we in nauwe samenwerking met de stakeholders doorlopen. Doordat we als startpunt samen met de professionals hun huidige praktijk en de verbeterpunten in kaart hadden gebracht, was er veel draagvlak voor een andere aanpak. Ook hielp het dat het programma in co-creatie met professionals ontwikkeld was.

De voorbereiding van de proefimplementatie, de inventarisatie van mogelijke obstakels en het inzetten van strategieën om die obstakels te ondervangen kostten veel tijd. De proefimplementatie zelf duurde zeven maanden, de voorbereiding vooraf inclusief ontwikkelen van het programma, trainen van de professionals en organisatorisch inregelen van een nieuw programma binnen de revalidatie heeft zeker meer dan een jaar geduurd. Het was onderdeel van mijn promotietraject.

Aanscherping

Daarnaast was veel faciliterende inzet nodig om de organisatie van de implementatie rond te krijgen, denk aan planning, inclusie, ruimtes en evaluatie. De professionals moesten de nieuwe manier van werken eigen maken én de oude manier van werken loslaten. Dit betekende verschillende trainingen voorafgaand aan de proefimplementatie en trainingen-on-the-job tijdens de implementatie. Bij de voorbereiding hebben ook afgevaardigden van een patiëntenvereniging meegedacht en feedback gegeven op het programma. Dit was heel zinvol; het leidde tot aanscherpingen in het programma en in de evaluatie van de implementatie.

De proefimplementatie zelf gaf prachtig inzicht hoe het programma in praktijk werkte, waar professionals tegenaan liepen en hoe patiënten deze aanpak waardeerden. Dit gaf de mogelijkheid direct aanpassingen door te voeren, wat de uiteindelijke  implementatie vergemakkelijkte.

Praktische en contextuele kennis

Het hele project hebben we intensief samengewerkt met revalidatieprofessionals, patiënten, de teammanager  en een projectgroep. Al deze stakeholders hadden continu een rol in de verschillende fases van het project. Praktische en contextuele kennis van professionals en expertise van patiënten over het oppakken van het leven na een beenamputatie en over het revalideren zelf waren onontbeerlijk.

Het programma werd onderdeel van de reguliere praktijk, ook na beëindiging van het project. Het gedeelde eigenaarschap heeft daar zeker een rol in gespeeld. Mooi was daarnaast om te zien dat de nieuwe vorm van samenwerken tussen professional en patiënt zich niet beperkte tot dit onderdeel, maar ook binnen andere onderdelen van de revalidatie tot zijn recht kwam. Patiënten gaven terug dat ze het waardevol vonden van hun medepatiënten te leren in dit programma. Bovendien herkenden ze in de thuissituatie vele geoefende situaties in het revalidatiecentrum, een goede voorbereiding dus.

Leren van implementeren

Dit project heeft mij geleerd hoe essentieel én waardevol het is om het gehele traject samen met professionals en patiënten te doorlopen. Het werd werkzaam door in een cyclisch interactief proces in kleine stappen steeds te leren van en voort te borduren op elkaars kennis én nieuwe kennis die ontstond door de praktijken van de revalidatie, patiënten en wetenschap op elkaar te betrekken.

Spanningsveld in zo’n traject is voor mij de zoektocht hoe professionals te faciliteren, gezien de dagelijkse werkdruk en de complexiteit van het vertalen van abstracte richtlijnen naar concrete werkvormen. Toch moest ik het eigenaarschap bij hen laten. In dat kader hoorde ik laatst over het gevaar van heroïsme, het oplossen van situaties ten dienste van een project, maar met gevaar dat de duurzaamheid van de implementatie bemoeilijkt wordt als het projectmatige karakter wegvalt. Absoluut een aspect om waakzaam op te zijn.

Het programma zelf en de keuzes die we gemaakt hebben tijdens het implementatieproject zijn volkomen gestoeld op de lokale context, wat in deze setting speelde en hoe deze setting georganiseerd was. Dat is voor mij kenmerkend voor implementatie.

 [1] Straus SE, Tetroe J, Graham ID. Introduction: knowledge translation- what it is and what it isn’t. In: Straus SE, Tetroe J, Graham ID eds. Knowledge translation in health care: moving from evidence to practice. Chichester, United Kingdom: John Wiley & Sons Ltd; 2013

Dr. Sacha van Twillert is adviseur implementatie in het UMCG, verbonden aan het Kenniscentrum Kwaliteit en Veiligheid. Met een achtergrond in fysiotherapie (1997) en Bewegingswetenschappen (2001) promoveerde zij in 2015 op een innovatie-en implementatieproject voor de revalidatie van patiënten met een beenamputatie. In dit artikel belicht zij de implementatie binnen dit project.

 


Meer informatie over dit project is te vinden op:

Van Twillert S. Wetenschappelijk onderzoek en de revalidatiepraktijk verbinden: innovatie voor de amputatierevalidatie. Nederlands Tijdschrift voor Revalidatiegeneeskunde, 2015 (6): 274-276.

Van Twillert S, Postema K, Geertzen JHB, Lettinga AT. Incorporating self-management in prosthetic rehabilitation: case-report of an integrated knowledge-to-action process. Phys Ther 2015, 95 (4): 640-647

Reacties