Organisatie

Wim van Harten: ‘Het is hoog tijd voor degelijk onderzoek naar IPU’s’

Binnen Rijnstate bestaat groot enthousiasme voor de werking van de IPU’s die tot nu toe zijn ingevoerd. In de literatuur is helaas nog maar weinig bewijs voor de toegevoegde waarde van IPU-vorming te vinden. Het wordt tijd voor degelijk onderzoek.

Lang voordat value based healthcare als concept werd gelanceerd, werd al aan zorgpaden en multidisciplinaire teams gewerkt. Daar is al veel over gepubliceerd. Met de komst van VBHC en de ontwikkeling richting integrated practice units zijn de criteria als het ware bovenop die van het functioneren van zorgteams en de organisatie van zorgpaden gelegd.

Porter kwam in zijn boek met elf criteria voor IPU‘s, waaronder: organisatie rond een medische aandoening, multidisciplinair team, uitkomstmetingen en ‘accountability voor outcomes en costs’. Recent hebben we deze IPU-criteria in een benchmarkstudie voor acht Europese kankercentra voor borstkanker gescoord. We kwamen tot vrij grote verschillen in de mate van compliance. Binnenkort gaan we in een vervolgproject kijken hoe we dit aan patiënttevredenheid en uitkomsten van zorg kunnen koppelen.

Harde evidence ontbreekt

Er zijn weinig publicaties te vinden waarin IPU-implementatie wordt geëvalueerd en onderzocht op toegevoegde waarde. Ook hier lijkt sprake van ‘pseudo understanding’. Ieder interpreteert het begrip zoals het uitkomt en harde evidence over hoe het dan het beste moet, ontbreekt.

Voor zover er gepubliceerd is, gaat het over implementatiekwesties zoals geautomatiseerd invullen en PROMs en het genereren van handzame overzichten. Daarnaast over het omgaan met comorbiditeit en afbakening van het domein van een IPU en de mate waarin echt verantwoordelijkheid voor kosten en resultaten georganiseerd is in de structuur.

Groot enthousiasme

Binnen Rijnstate bestaat groot enthousiasme voor de werking van de IPU’s die tot nu toe zijn ingevoerd. Dat zijn oncologie, vasculaire zorg, geboortezorg, palliatieve zorg en traumatologie. Deze zijn multidisciplinair georganiseerd. Ze hebben naast een hoofd een specialist manager als leidinggevende en werken met het meten van PROMs. Sinds kort beschikken ze over een diagnosegebonden dashboard waarin  de PROMs worden gepresenteerd. Deze dashboards zijn bruikbaar als instrument voor gedeelde besluitvorming met de patiënt.

Volgens de managers die de hele opbouwperiode hebben meegemaakt, helpt de IPU-structuur enorm bij het weghalen van dubbele administraties. Daarnaast bij het realiseren van besparingen en organiseren van gelijkgerichtheid en hiermee de oriëntatie op de patiënt. Een formele evaluatie met voor- en nameting en adequaat vergelijkingsmateriaal is echter niet verricht. Er is dus geen objectief kwantitatief resultaat aan te tonen.

Weinig bewijs

In de literatuur is nog maar weinig bewijs voor de toegevoegde  waarde van VBHC of IPU-vorming te vinden. Gevoegd bij de verdunning en ‘pseudo understanding’ van begrippen, leidt dit onvermijdelijk tot uiteenlopende interpretaties en spraakverwarring.

In het licht van alle inspanningen en het geld dat met deze ontwikkelingen gemoeid zijn, is een beetje bewijs toch wel nuttig. Ik roep onderzoeksgroepen op om  via desnoods allerlei pragmatisch maar degelijk onderzoek bij te dragen aan het opvullen van de lacunes in de bewijsvoering.

Dit blog is gebaseerd op een artikel van mijn hand in het International Journal of Care Coordination 

 

 

Reacties