Beoordelingscriteria voor instrumenten Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg

De gehandicaptenzorg werkt met een eigen kwaliteitskader waarin de ervaring van de cliënt echt centraal staat. Om die ervaring te meten, is een waaier aan instrumenten ontwikkeld. Instellingen kunnen daaruit kiezen welke vragenlijsten ze willen gebruiken voor hun onderzoek naar cliëntenervaringen. Om de kwaliteit te handhaven, zijn beoordelingscriteria en een beoordelingsprocedure opgesteld.

Beoordelingscriteria

De  beoordelingscriteria zijn te groeperen rond vier hoofdthema’s. Ten eerste informatie over hoe de individuele cliënt de zorg ervaart en wat daarin eventueel zou moeten veranderen. Dat is informatie die in het ondersteuningsplan gebruikt wordt. Een instrument kan bijvoorbeeld zicht geven op ervaringen en concrete verbeterwensen van de individuele cliënt.

Ten tweede de mate waarin de informatie is ingebed in de zorgplancyclus. (bijvoorbeeld: ‘De systematiek is ingebed in de zorgplancyclus’). Ten derde de mate waarin de informatie gebruikt kan worden op teamniveau en op het niveau van de instelling. (bijvoorbeeld: ‘Gegevens kunnen (anoniem) worden geaggregeerd naar verschillende niveaus (team, afdeling/vestiging, organisatie’).

Tot slot een paar criteria over de validiteit, de mate waarin de ontwikkeling van het instrument geborgd is door de aanbieder en de voorwaarden voor gebruik. (bijvoorbeeld: ‘Beschreven is hoe bij potentiële gebruikers toetsing plaatsvindt op de aanwezigheid van de voorwaarden voor adequaat gebruik van het instrumentarium’).

Voor instrumenten ten behoeve van de doelgroep mensen met een Ernstig Meervoudige Beperking hanteert de commissie een aanvullend criterium: ‘Dataverzameling geschiedt aan de hand van het instrument door tenminste twee personen, die elk vanuit verschillende perspectieven bij de cliënt betrokken zijn’. De criteria zijn gebaseerd op de visie en hoofdpunten van het kwaliteitskader van de VGN en haar partners/stakeholders. 

Beoordelingsprocedure

De procedure ter beoordeling van de instrumenten is als volgt. Er zijn met elke ontwikkelaar jaarlijks gesprekken aan de hand van een voortgangsrapportage opgesteld door de ontwikkelaar. Daarin beschrijft de ontwikkelaar bijvoorbeeld hoe de validiteit en betrouwbaarheid van het instrument is getoetst en welke resultaten de toepassingen hebben opgeleverd.

Verder besteedt de ontwikkelaar in een gesprek met de commissie aandacht aan de doorontwikkeling van het instrument, hetgeen de commissie in staat stelt om mee te denken. De instrumenten passen bij de acht domeinen van Shalock, maar de commissie ziet dat er vraag komt naar nieuwe concepten om informatie op te baseren, bijvoorbeeld zelfredzaamheid en zelfbepaling of positieve gezondheid.

Als de commissie een instrument heeft toegelaten met ontwikkelopgaven, dan wordt daar natuurlijk goed naar gekeken in het jaargesprek. Voor de groep cliënten met ernstige meervoudige bewerkingen zijn aparte lijsten nodig waarbij veel meer dan bij de andere lijsten naasten en begeleiders worden betrokken. Hen wordt gevraagd zich zo goed mogelijk in het perspectief van hun naaste of cliënt te verplaatsen en in te schatten welke ervaringen de cliënt heeft. Bij deze doelgroep zien we ook het gebruik van andere methoden dan het gesprek, zoals inzet van (video) observaties.

Naar artikel Het meten van cliëntervaringen in de gehandicaptenzorg

Reacties