Organisatie

Bernhoven leert handelingen laten

Afgelopen juni publiceerden IQ healthcare en V&VN de ‘Beter-laten-lijst. Deze lijst draagt in Ziekenhuis Bernhoven bij aan het inzicht in het belang van verpleegkundig wetenschappelijk onderzoek en het ontwikkelen van verpleegkundig leiderschap.  

Dit artikel maakt deel uit van het themanummer over de-implementatie van KIZ. Naar de overzichtspagina

Door Leonie Muis-Van de Hulbeek en Hanneke Peters-Siskens

De werkdruk in de zorg is hoog en het tekort aan verpleegkundigen groot. Handelingen ‘beter laten’ klinkt dus aantrekkelijk. De Verpleegkundige Adviesraad van ziekenhuis Bernhoven zag in de Beter Laten-lijst een mogelijkheid om tijd in de patiëntenzorg te besparen én de zorg te verbeteren. De insteek van de lijst sluit naadloos aan op de strategie van Bernhoven die gericht is op het leveren van zinnige zorg.

De lijst bestaat uit 66 handelingen waarvan wetenschappelijk is bewezen dat ze niet zinvol of zelfs schadelijk zijn voor patiënten. Het gaat om handelingen op zeer uiteenlopende domeinen en in diverse situaties. Opvallend is dat er handelingen bij zitten die dagelijks kunnen voorkomen.

Onderzoek

De VAR wilde graag weten hoe het er in Bernhoven voor stond met het vóórkomen van deze handelingen. Twee stagiaires die bij de VAR aangesloten waren, Daan Jongbloets en Jessie van Heumen, kregen daarom de opdracht om in kaart te brengen of en zo ja hoe vaak dergelijke handelingen nog uitgevoerd werden. Zij deden literatuuronderzoek en hielden interviews.

Vervolgens hebben zij een vragenlijst ontwikkeld met per afdeling de items van de Beter Laten-lijst die daar van toepassing waren. De contactpersonen van de VAR kregen uitleg over het belang van het onderzoek en de wijze van scoren. Zij hebben samen met enkele collega’s per afdeling met behulp van de vragenlijst een inventarisatie gedaan van het al dan niet vóórkomen van de handeling en een indicatie gegeven van de eventuele frequentie.

Uit het onderzoek werd duidelijk dat verpleegkundigen veel van de handelingen gelukkig niet meer in de dagelijkse praktijk toepasten. Verder werd op enkele items wisselende gescoord of was de score niet (volledig) ingevuld.

Ook overeenkomsten tussen afdelingen werden inzichtelijk en opvallende positieve en negatieve afwijkingen sprongen in het oog. Zo bleken verpleegkundigen pijnmedicatie op een aantal afdelingen zoals aanbevolen voornamelijk intraveneus toe te dienen, terwijl enkele andere afdelingen dit veel minder vaak bleken te doen. Op die afdelingen is dus onderzoek nodig naar de oorzaken om zo een de-implementatieplan op te kunnen stellen.

Beïnvloedende factoren

Uit de literatuur komt naar voren dat het de-implementeren van handelingen niet eenvoudig is en een gestructureerd plan vraagt. Daarom heeft de VAR via de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) een nieuwe opdracht voor vervolgonderzoek uitgezet. De stagiairs Jessie van Heumen en Bo Roelofs onderzochten de beïnvloedende factoren die bijdragen aan het slagen van de-implementatie van handelingen volgens het model van Wensing & Grol.

Dit model onderscheidt factoren op vijf verschillende niveaus: de patiënt, de zorgverlener, de organisatorische en sociale context en op systeemniveau. Alle factoren uit het model speelden volgens de stagiairs een rol, maar de positieve aandacht in de media was de belangrijkste. Daarnaast was inzet van extra personeel en het kunnen kijken bij andere afdelingen van belang. Als laatste was het op individueel niveau kunnen inzien van onderzoeksgegeven een punt van aandacht.

De lijst in de praktijk

Uiteindelijk gaat het bij de-implementatie om het bewerkstelligen van gedragsverandering van de verpleegkundigen. Het resultaat van bovengenoemde stages is dat de-implementatie een plaats heeft gekregen in de scholing voor regieverpleegkundigen in Bernhoven in het kader van functiedifferentiatie. Hiervoor kent het ziekenhuis een intern blended learning traject voor regieverpleegkundigen. E-learning, klassikale training, praktijkopdrachten en coaching door de teammanager vormen de basis van het scholingsprogramma.

De module Kwaliteit en Veiligheid besteedt aandacht aan de rol van de regieverpleegkundige in verbetertrajecten en de wijze waarop ze wetenschappelijk onderzoek naar de praktijk kan vertalen en praktijkgericht onderzoek uit kan voeren. In de lijst van kwaliteitsopdrachten die in het praktijkgedeelte van de module uitgevoerd kunnen worden, kunnen verpleegkundigen onder anderen kiezen voor het verder onderzoeken van een handeling van de Beter Laten-lijst op de eigen afdeling. Komt de handeling daadwerkelijk frequent voor? Wat zijn de oorzaken daarvan? Wat is er nodig voor de de-implementatie ervan? Andere collega’s kunnen daarna de de-implementatie uitvoeren als kwaliteitsopdracht. De eerste groep verpleegkundigen is nu gestart met het uitvoeren van hun kwaliteitsopdrachten.

De Beter Laten-lijst brengt kansen met zich mee. De lijst heeft verpleegkundigen laten zien hoe waardevol verpleegkundig onderzoek is en hoe belangrijk het is om als professional op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen. Het de-implementeren van niet zinvolle handelingen door verpleegkundigen helpt hen daarnaast om kritisch te kijken naar de zorg die zij leveren. Zij kunnen zo zelf regie nemen op hun beroepsuitoefening en de zorg verbeteren.

 Leonie Muis -Van de Hulbeek is praktijkopleider en voormalig vice-voorzitter VAR. Hanneke Peters-Siskens is projectleider en voorzitter VAR

Reacties