Meten van uitkomsten en kosten

Hartzorg krijgt meer inzicht in re-procedures op lange termijn

Nederlandse hartcentrakrijgen steeds meer inzicht in het aantal re-procedures na een initiële behandeling aan het hart. Vorig jaar publiceerden drie hartcentra bij meerdere behandelingen het aantal re-procedures in de jaren na de eerste ingreep. Dit jaar is dat aantal toegenomen naar dertien van de veertien centra die deelnemen aan het value-based healthcare programma van de NHR. Een herhaalde behandeling wordt internationaal gezien als één van de voor de patiënten belangrijke uitkomstmaten en maakt onderdeel uit van diverse registraties binnen de NHR.

Voor hartpatiënten die een dotter, bypass en/of operatieve hartklepvervanging, hartklepvervanging via de lies, of een operatieve of katheter-behandeling van hartritmestoornissen ondergaan, hebben hart- en dottercentra meer dan ooit tevoren inzicht in het aantal re-procedures op langere termijn. Bijvoorbeeld bij dotterpatiënten publiceren dit jaar negen hartcentra het aantal re-procedures in hetzelfde vat volledig transparant, terwijl er dat vorig jaar drie waren. Bij dottercentra is het aantal toegenomen van drie naar zeven.

Tweede procedure

Een complexe behandeling aan het hart wordt uitgevoerd met de intentie om de patiënt in één keer te genezen. Helaas is dat niet altijd mogelijk, soms moet er een tweede procedure worden uitgevoerd.

Mede omdat een tweede procedure impactvol is voor de patiënt én nieuwe operatierisico’s met zich meebrengt, is een re-procedure een belangrijke uitkomstmaat. Deze uitkomstmaat wordt door de artsen binnen de NHR gemeten en besproken. Naast de overleving, waarvoor reeds lange termijn inzichten bestonden, zijn de complicaties en de kwaliteit van leven van de patiënt andere belangrijke parameters die worden gemonitord.

Hartpatiënten ondergaan complexe behandelingen in centra die zich gespecialiseerd hebben in deze behandelingen. Zo zijn er zestien ziekenhuizen in Nederland waar hartchirurgie wordt uitgevoerd en veertien andere ziekenhuizen waar gedotterd wordt. De nazorg voor deze patiënten vindt vaak plaats bij cardiologen in andere ziekenhuizen, die de patiënt ook naar het hartcentrum verwezen hebben.

Samenwerkingsmodel

De grote stap voorwaarts in het inzichtelijk maken van behandelresultaten op langere termijn wordt vooral mogelijk gemaakt door een geavanceerd samenwerkingsmodel van de ziekenhuizen en de NHR, dat in samenwerking met de NVZ en NFU is ontworpen.

Artsen die door de ziekenhuizen gemandateerd zijn, geven vanuit commissies per registratie, als gezamenlijke verantwoordelijken, de NHR als gegevensverwerker opdrachten om gegevens van patiënten te verwerken en analyseren. Dit vereenvoudigt de follow-up van patiënten enorm. Ziekenhuizen hoeven nog slechts de patiënten die in een ander centrum een tweede procedure hebben ondergaan te controleren.

Registratielast

De analyses worden door de artsen uit de ziekenhuizen gezamenlijk besproken, zodat verschillen in behandelresultaten geanalyseerd kunnen worden en centra van elkaar kunnen leren. De NHR verkent samenwerkingsmogelijkheden met onder andere Dutch Hospital Data (DHD) om met vermindering van registratielast ook andere langetermijnuitkomstmaten te kunnen meten, zoals bijvoorbeeld een hartinfarct in de jaren na een dotter of bypassoperatie.

De resultaten worden gepresenteerd tijdens het NHR symposium op 26 november. Het programma van dit symposium omvat toonaangevende sprekers uit de hartzorg in de UK, uit de oncologie en de topsport. 

 

Reacties