Meten van uitkomsten en kosten

Kwaliteit van complexe hartzorg verbetert verder

© Rasi / stock.adobe.com

Diverse uitkomsten van zorg bij complexe ingrepen aan het hart, zoals bijvoorbeeld het vervangen van de aortaklep of het uitvoeren van een ablatie bij hartritmestoornissen, zijn de afgelopen jaren significant verbeterd. Ook internationaal presteren de Nederlandse ziekenhuizen goed. Dat blijkt uit de jaarrapportage van de Nederlandse Hart Registratie.

NHR-bestuurder Dennis van Veghel: “Bij bepaalde aandoeningen zijn, mede dankzij nieuwe behandelmethoden en de inzichten vanuit de kwaliteitsregistraties, nog betere uitkomsten gerealiseerd.”

Aortaklep

Het meten, bespreken en verbeteren van de uitkomsten van zorg draagt bij aan deze verbetering van uitkomsten die voor patiënten zeer relevant zijn. Zo daalden de sterftecijfers bij Transcatheter Aortic Valve Implantation (TAVI) ingrepen, het vervangen van de aortaklep door middel van een catheterbehandeling via de lies bij hoog risico patiënten tussen 2013 en 2020 van 11 procent naar 4,5 procent. Bij patiënten die in dezelfde periode naast een TAVI ook een dotterbehandeling moesten ondergaan daalde het percentage patiënten dat een permanente pacemaker geïmplanteerd moest krijgen door de ingreep van 18,7 procent naar 7,2 procent.

Hartritmestoornissen

Het percentage patiënten dat na een ablatie (ook een catheterbehandeling via de lies maar voor hartritmestoornissen) binnen een jaar nog een tweede ablatie moest ondergaan daalde van 18,3 procent in 2015 naar 13,4 procent in 2019. Van Veghel: “We weten uit eerder onderzoek dat hartpatiënten in Nederland kunnen rekenen op uitkomsten die op internationaal niveau goed zijn. Verder blijkt dat bij veel andere behandelingen aan het hart de uitkomsten van zorg, zoals overleving, complicaties en re-procedures, relatief stabiel blijven. Dat blijft belangrijk om te meten en bewaken.”

Nieuwe behandelmethoden

Binnen de NHR verzamelen alle Nederlandse ziekenhuizen gegevens over de behandeling van hartpatiënten. In zogenaamde registratiecommissies, waarin vanuit ieder ziekenhuis een arts vertegenwoordigd is, worden de gegevens besproken en kunnen artsen informatie zoals protocollen en behandelmethoden delen. Ook bij relatief nieuwe behandelmethoden levert het meten, bespreken en verbeteren van uitkomsten van zorg een duidelijke toegevoegde waarde. Door op nationaal niveau data te analyseren, zijn trends snel waarneembaar. Informatie uit onderzoek kan zo gecombineerd worden met informatie uit de dagelijkse praktijk en leiden tot belangrijke inzichten.

Vincent van Driel, cardioloog in het Haga Ziekenhuis en voorzitter van de registratiecommissie ablatie: “Bij de introductie en opschaling van de cryo-techniek, waarbij een deel van het hartweefsel bevroren wordt om littekens te vormen en zo ritmestoornissen te bestrijden, zagen we in de data zoals die verzameld werden binnen de NHR een dalende trend in het aantal re-procedures. Met behulp van de real world data heeft de commissie onderzocht in hoeverre letsel aan de middenrif-zenuw, een belangrijke complicatie bij gebruik van de cryo-techniek, voor tijdelijke of permanente problemen voor patiënten zorgt. Een belangrijk inzicht was dat de problemen die veroorzaakt worden door deze complicatie bijna altijd weer verdwijnen, hoewel soms pas na twee of drie jaar.”

Van elkaar leren

De transparantie binnen de hartzorg over uitkomsten van zorg én de specifieke werkwijzen binnen de ziekenhuizen is uniek en belangrijk. Pieter Stella, interventiecardioloog uit UMCU en voorzitter van de registratiecommissie THI*: “Door het meten van uitkomsten binnen de NHR stelden we vast dat er verschillen waren in sterftecijfers en bijvoorbeeld pacemakerimplantaties na een TAVI ingreep. In de registratiecommissie hebben artsen uit ziekenhuizen met sterftecijfers die gunstiger waren dan voorspeld presentaties verzorgd over hun processen en protocollen. Op deze manier zijn collega’s in gesprek gegaan om ervaringen te delen en van elkaar te leren. Datzelfde hebben we gedaan rondom de pacemakerimplantaties. We zijn ervan overtuigd dat we gezamenlijk de zorg hierdoor verder verbeteren.”

Transparantie

Alle Nederlandse centra verzamelen hun data binnen de NHR. Centra kunnen er vrijwillig voor kiezen de uitkomsten van zorg ook transparant te publiceren. In de jaarrapportage van de NHR delen 26 van de 30 dottercentra, waarbinnen 15 van de 16 hartcentra, publiekelijk de uitkomsten van zorg die voor patiënten relevant zijn. Daarnaast delen 8 van de 30 ICD-implanterende ziekenhuizen en 15 van de 74 ziekenhuizen de behandelresultaten na pacemaker- of ICD-implantaties. Deze vrijwillige transparantie maakt het tevens mogelijk voor artsen om elkaar individueel op te zoeken en van elkaar te leren.

Impact covid-19

Uit de jaarrapportage van de NHR blijkt tevens dat de uitkomsten van zorg in 2020 in de onderzochte groepen niet significant negatief beïnvloed zijn door de covid-19 pandemie. Wel is een belangrijke afname van aantal behandelde patiënten waarneembaar. Dit is het gevolg van de beperkte capaciteit in de ziekenhuizen tijdens de pandemie, met name ten gevolge van de beperkt beschikbare IC-capaciteit en de landelijke afschaling van zorg. Door de beperkte capaciteit werden er in 2020 ruim 1800 hartoperaties minder uitgevoerd dan in 2019. In welke mate dit gaat leiden tot minder gunstige uitkomsten voor patiënten, zal mogelijk uit de NHR jaarrapportage 2022 blijken.

Reacties