‘Standaarden kwaliteit ggz: geen verplichte code, maar ook niet vrijblijvend’

Foto: AdobeStock

Deze zomer heeft Zorginstituut Nederland dertig kwaliteitsstandaarden voor de geestelijke gezondheidszorg in het register opgenomen. Een mijlpaal voor de sector, zegt Dominique Vijverberg van kwaliteitsinstituut Akwa GGZ.

Aan de kwaliteitsstandaarden voor de ggz is sinds 2013 gewerkt door zorgverleners, patiënten en een veelheid aan partijen die bij de zorg betrokken zijn. Het doel was om af te stemmen wat nu eigenlijk wordt verstaan onder goede geestelijke gezondheidszorg. Het proces werd eerst begeleid door het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling ggz (NKO) en later door Akwa GGZ, de alliantie voor kwaliteit in de ggz, waarin het NKO is opgegaan. Zorginstituut Nederland zette het kwaliteitskader voor de ggz op de agenda en daarmee kreeg het ook een deadline voor oplevering: juni 2018.

Prijskaartje

“Het is NKO gelukt om in juni 2018 35 kwaliteitsstandaarden, door nagenoeg alle partijen ondertekend, aan het Zorginstituut aan te bieden”, vertelt Dominique Vijverberg, directeur van Akwa GGZ. “Maar tussen het bedenken en het aanbieden van het kader is de wereld veranderd. De overheid, de politiek, is anders naar kwaliteit gaan kijken. Het besef is gekomen dat kwaliteitsstandaarden niet vrijblijvend zijn, alleen uitvoerbaar zijn bij voldoende beschikbaarheid van zorgprofessionals en dat er ook een prijskaartje aan kan hangen, ofwel substantiële meerkosten.”

Ook Zorginstituut Nederland keek nu door een iets andere bril naar de aangeboden kwaliteitsstandaarden. De veldpartijen kregen ze terug met het verzoek om de standaarden te beoordelen op uitvoerbaarheid en betaalbaarheid. “De manier waarop wij toen met het veld bijeen zijn gekomen en onder aardig wat druk de standaarden nog eens onder de loep hebben genomen, heb ik als heel plezierig ervaren, als een fijn soort pressure cooker”, zegt Vijverberg. “Het liet nog maar eens zien hoe we als veld tot elkaar konden komen.”

Intensievere behandeling

Op 1 juni 2019 boden de samenwerkende partijen 34 kwaliteitsstandaarden opnieuw aan het Zorginstituut aan. Dertig zijn half juli in het register opgenomen. Van de vier andere standaarden heeft het Zorginstituut geoordeeld dat er mogelijk substantiële meerkosten verbonden zullen zijn aan de implementatie. Het gaat om de zorgstandaarden voor persoonlijkheidsstoornissen, psychose, problematisch alcohol gebruik en alcoholverslaving en die voor opiaatverslaving.

“Bij persoonlijkheidsstoornissen gaat de standaard uit van een intensievere behandeling”, legt Vijverberg uit. “De vraag is of de gewenste behandelcapaciteit daarvoor beschikbaar is. Bij een alcoholverslaving is nu sprake van onder-behandeling. De zorgstandaard zou een toename van het patiëntvolume kunnen betekenen en ook dat kan ertoe leiden dat de kosten stijgen. De NZa gaat de meerkosten nu analyseren.”

Kwaliteitsstandaarden kunnen volgens Vijverberg ook helpen om de doelmatigheid van zorg te bevorderen. “Het draagt eraan bij dat middelen zo goed mogelijk worden ingezet. Het kan bijvoorbeeld ook helpen om wachtlijsten te verminderen. Als je samen met de patiënt ziet dat het behandeldoel is bereikt, kun je de behandeling afsluiten en dat schept weer ruimte voor nieuwe patiënten.”

Majeure stap

Zorgverleners en zorginstellingen willen graag met de kwaliteitsstandaarden aan de slag. “Patiënten en professionals hebben samen omschreven wat wordt verstaan onder goede zorg. Iedere zorgverlener en zorginstelling kan nu gaan kijken: hoe doen we het ten opzichte van de kwaliteitsstandaard?”

Volgens Vijverberg komt daar nog wel wat bij kijken. “Het is best een majeure stap. Zorginstellingen hebben hun eigen zorgpaden ontwikkeld en kunnen die gaan toetsen aan de kwaliteitsstandaarden. Niet elke zorgaanbieder heeft met alle zorgstandaarden te maken, maar bij elkaar zijn het er veel. De opgave is nu om deze informatie te vertalen naar het werk van zorgprofessionals. Hoe zorgen we dat patiënt en zorgverlener op de hoogte zijn? Hoe komt het in de routine van zorgprofessional en zorgorganisatie? Als Akwa GGZ kijken we waar we organisaties kunnen ondersteunen, met bijvoorbeeld keuzehulpen of e-learning voor professionals.”

De Akwa GGZ-directeur benadrukt dat de kwaliteitsstandaarden niet zijn bedoeld als code die moet worden nagevolgd. “Het blijft steeds aan de zorgprofessional om te bepalen: hoe pas ik het toe in deze behandeling van deze patiënt?”

Kwaliteitssystemen

De ontwikkeling van kwaliteitsstandaarden is niet direct de opmaat naar een bijbehorend kwaliteitssysteem waarmee de kwaliteit zou kunnen worden bewaakt en verbeterd. Onlangs is uit onderzoek gebleken dat er in de ggz al veel kwaliteitssystemen bestaan en dat deze wisselend gebruikt worden. “In de ggz zijn er veel verschillende zorgverleners en soorten zorgorganisaties. Het is niet gek dat de ene een ander systeem gebruikt om de kwaliteit te volgen dan de andere. Het gaat erom: hoe werk je continu aan kwaliteitsverbetering?”

Kwaliteitsindicatoren en meetinstrumenten zijn wel onderdeel van zorgstandaarden. Voor sommige zorgstandaarden zijn ze al in beeld gebracht, voor andere zijn ze nog in de maak. Dat proces zal in de loop van dit jaar worden afgerond. “Als je met elkaar hebt afgesproken wat goede zorg is, wil je ook herstel en vooruitgang kunnen meten. Je wilt de voortgang van een behandeling in kaart kunnen brengen om samen met de patiënt keuzes te kunnen maken.” Ook hier benadrukt Vijverberg dat het aan de zorgverleners blijft om te kiezen welke meetinstrumenten ze willen gebruiken.

De kwaliteitsstandaarden zelf zijn volgens de Akwa GGZ-directeur continue in beweging onder invloed van wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. “In 2020 wordt bijvoorbeeld de Wet verplichte ggz van kracht en dat betekent voor een aantal standaarden dat ze alweer bijgesteld moeten worden.”

Reacties