Patiëntperspectief

Leendert Douma: ‘Geluk bij een ongeluk dat ik pas nu corona kreeg’

Het afgelopen jaar is veel ervaring opgedaan met de zorg voor coronapatiënten die op de IC belanden. Leendert Douma lag er zes weken en is nu aan het herstellen. “Het klinkt misschien gek, maar ik ben blij dat ik het niet eerder gekregen heb. Dan was de zorg waarschijnlijk niet zo goed geweest als nu. En was ik er misschien minder goed vanaf gekomen.”

Journalist Leendert Douma test positief nadat een huisgenoot besmet is geraakt. Hij krijgt coronaklachten die blijven aanhouden. In eerste instantie geeft de huisarts aan dat hij ‘gewoon’ moet uitzieken. Na een week gaat het niet meer en stapt Leendert met zijn vrouw Hester in de auto voor een bezoek aan de huisarts. Die schrikt en belt direct een ambulance omdat de saturatie nog maar 56 is. Leendert wordt naar Rijnstate vervoerd, waar hij direct in slaap wordt gebracht.

Vertrouwen

Leendert: “Toen begon de achtbaan. De arts zei dat ik nog snel iets tegen mijn vrouw kon zeggen. Ik had ook niet door hoe slecht het met me ging. Ik heb nog gezegd dat ze een paar werkafspraken moest afzeggen en dat was het.”

Hester rijdt achter de ambulance aan. Ze is blij dat ze ondanks de corona mee het ziekenhuis in mag. Leendert wordt in slaap gebracht terwijl zij in de familiekamer wacht. “De arts zei meteen dat het wel een poosje kon gaan duren. Die duidelijkheid vond ik fijn. Na 45 minuten kreeg ik van hem te horen dat de situatie heel onzeker was en dat niet duidelijk was of en hoe Leendert hieruit zou komen. De arts was heel nuchter. Hij gaf aan dat hij geen garanties kon geven, maar wel dat hij er alles aan ging doen om Leendert te helpen. Dat gaf vertrouwen.”

David Bowie

Hester krijgt een poster waarop ze van alles over Leendert kan invullen zodat de zorgmedewerkers op de IC weten wie er in het bed ligt. “De verpleegkundigen vertelden dat ze tijdens de eerste golf hadden gemerkt dat ze niets wisten over de patiënten. Vandaar dat ze met die poster waren gaan werken. Ik heb er van alles op ingevuld, onder andere dat hij een groot liefhebber is van muziek en dan vooral van David Bowie. Tijdens de zes weken op de IC is regelmatig muziek van Bowie gespeeld. Ook is de hele top 2000 voorbij gekomen.”

Het contact met de zorgmedewerkers ervaart ze als heel positief. Iedere dag belt er op een vast tijdstip een arts die het ‘technische’ verslag geeft. Daarnaast krijgt ze als ze op bezoek komt een verslag van de verpleegkundigen waarin vooral het gedrag centraal staat. “Ik kreeg dan bijvoorbeeld te horen dat Leendert onrustig was. Ik vond die verdeling prima. De arts vond ik een beetje een vader en de verpleegkundigen waren de moeders.”

Spannende weken

Het worden spannende weken waarin de situatie op en af gaat. Hester: “Iedere week was het wel een keer spannend welke kant het op zou gaan.” Leendert is erg onrustig, een ziektebeeld dat niet bekend is bij covid. Er worden artsen uit het Radboudumc en het Erasmusmc geraadpleegd, maar die weten ook niet waar de onrust vandaan komt. Er wordt gevreesd voor hersenletsel. Allerlei onderzoeken volgen. “Soms belde ik ’s morgens hoe het ging en dan zei de verpleegkundige dat Leendert niet op de afdeling was omdat hij in de CT-scan lag. Ze kon dan niet zeggen wat er aan de hand was, dat mocht alleen een arts. Maar ja, ze brengen hem niet naar de scan als er niets aan de hand is, dat gaf soms wel onrust.”

Zes weken later wordt Leendert langzaam wakker. “Dat ging niet in één keer. In het begin kon ik alleen met mijn ogen mensen volgen, daarna kon ik ook vrij snel weer praten. Iedere dag kon ik iets langer zonder zuurstof.” Het herstel zet gestaag door. “Eerst was ik een beruchte patiënt omdat ze er alles aan moesten doen om me rustig te houden. Toen werd ik een beroemde patiënt omdat het herstel zo snel ging.”

Extra stapje

Leendert kijkt net als Hester positief terug op de zorg die hij ontving. “Ik denk dat het een geluk bij een ongeluk was dat ik ziek werd toen er al veel ervaring met coronazorg was opgedaan. De paniek uit de eerste golf heb ik niet ervaren. Ik herken ook het beeld van het personeel in de beschermende kleding niet. Dat hoefde bij mij niet omdat ik toen ik wakker werd al negatief getest was. De verpleegkundigen hadden het erg druk, maar ze zetten steeds een stapje extra voor me.”

De verpleegkundigen zien op de poster dat Leendert een hondje heeft waar hij erg aan gehecht is. Een van hen regelt dat Leendert met zijn bed naar de ambulance-uitgang gereden wordt. Daar staan Hester en hun dochter met het hondje. Hester: “Ik vond het heel bijzonder dat ze dat geregeld hebben. Dat ze niet in de eerst plaats naar de regels keken, maar naar wat Leendert nodig had. Er was ook een verpleegkundige die me op een ochtend belde. Ze zei dat ik snel moest komen omdat Leendert op dat moment heel alert was. Ook dat vond ik heel mooi.”

Positief

Een week nadat Leendert echt wakker geworden is,  gaat hij naar de medium care en vervolgens naar de longafdeling. Ook daar zijn de ervaringen overwegend positief. Toch heeft hij ook dingen ervaren die beter hadden gekund. “De communicatie naar de patiënt was niet altijd even helder. Dan zouden ze iets doen en dan liepen ze weg. Ik wist dan niet wanneer er weer iemand terug kwam en of ze al gedaan hadden wat ze moesten doen. Op de longafdeling lag ik naast een kankerpatiënte. Af en toen kwamen er ineens drie of vier artsen voor haar de zaal op. Ze voelde zich dan overvallen en ik eigenlijk ook. Ik lag ernaast en er zat maar een gordijntje tussen.”

Ook de afstemming tussen therapeuten en verpleegkundigen loopt niet altijd even soepel. “Ik heb een situatie meegemaakt waarbij ik gekatheteriseerd moest worden terwijl er ook fysiotherapeuten aan mijn bed stonden. Ze waren bijna aan het vechten wie mij als eerste kon behandelen. Ik dacht ‘zoek het maar uit’, maar het was wel vermoeiend.

Medicatie

Een ander punt waar Leendert zich achteraf over verbaast, is de controle op de medicatie. “Op de IC kreeg ik genoeg medicatie om een nijlpaard plat mee te krijgen. Het grootste deel van die medicatie ging mee naar de medium care. Bij de overgang van de medium care naar de longafdeling moesten er wel een aantal gestopt zijn. Voor de rest heb ik het idee dat er niet heel goed naar de medicatie gekeken is. Dat ik dus een erfenis overhield aan de IC.

Na een paar weken gaat Leendert naar revalidatiecentrum Klimmendaal. “Daar was een arts die scherp keek wat er allemaal geschrapt kon worden van de medicatie. Je verwacht dat ze dat per verplaatsing binnen het ziekenhuis doen. Ik was er natuurlijk niet scherp op, ik wist niet wat ik helemaal slikte.”

Structuur

Uiteindelijk blijft Leendert drie weken bij Klimmendaal. Het grootste verschil met het ziekenhuis is de duidelijkheid en de structuur. “Ik kreeg een schema, zodat ik precies wist wanneer ik welke therapie zou krijgen. En die kreeg ik dan ook. In het ziekenhuis heb ik ook weleens zo’n schemaatje langs zien komen, maar daar kwam in de praktijk niet zoveel van terecht.”

Leendert is nu weer thuis, waar hij langzaam verder herstelt. Hij ondervindt nog de lichamelijke gevolgen van zijn verblijf op de IC. “Ik heb nog last van tintelingen in mijn armen en benen en gevoelloosheid in mijn hand. Dat zou de komende maanden moeten verdwijnen. Verder ben ik druk met het verwerken van wat er allemaal gebeurd is. Toen ik in december naar de dokter ging, had ik verwacht dat ik een middeltje zou krijgen en weer thuis in bed zou kruipen. Ik had nooit verwacht dat ik in een ambulance naar het ziekenhuis zou belanden. En helemaal niet dat ik zes weken later weer wakker zou worden. Het duurde even voor ik besefte dat het al 2021 was.”

Hectische tijd

Ook Hester kijkt terug op een hectische tijd. “Ik besef nu pas dat wat er allemaal gebeurd is. En ben net als Leendert blij dat hij relatief laat ziek is geworden. Van de zorgmedewerkers hoorde ik ook regelmatig dat ze dingen anders waren gaan doen omdat er steeds meer duidelijkheid kwam over wat wel en niet werkte. En omdat de eerste paniek een beetje voorbij was, mochten we iedere dag met twee personen op visite, dat was ook heel fijn.”

“Er was bovendien veel aandacht voor onze dochter. Die is na een week voor het eerst op bezoek geweest. De verpleegkundigen wisten uit ervaring dat dat heftig kon zijn. Ze raadden me aan haar eerst foto’s te laten zien. Toen ze voor het eerst meekwam, hebben ze duidelijk uitgelegd waar alle draadjes en belletjes voor dienden. Dat maakte dat het bezoek voor haar steeds minder belastend werd.”

Grote stappen

Over de nazorg is Leendert zeer te spreken. “Ik ben bij een fysiotherapie-praktijk onder behandeling waar drie covid-specialisten in dienst zijn. Met vragen over mijn herstel kan ik bij de huisarts terecht, die zich al die tijd zeer betrokken heeft getoond. En voor vragen over mijn werkherstel kan ik via Klimmendaal terecht bij een arbeidskundig specialist. Ook nu merk ik weer dat er het afgelopen jaar grote stappen gezet zijn. De zorg is echt goed georganiseerd. Dat was bij patiënten die in de eerste corona-golf ziek werden heel anders.”

Reacties