Meten van uitkomsten en kosten

Maastricht onderzoekt behandelkeuzes diabetespatiënten en zorgverleners

De zorg voor diabetes type-2 patiënten kent een scala aan behandelrichtlijnen en medicijnen. En er komen steeds weer nieuwe bij. Tegelijkertijd zijn er heel veel verschillende typen patiënten, met elk hun eigen voorkeuren in zorg en aanpak. Zo zie je door de bomen het bos niet meer. Om de voorkeuren van patiënten en zorgverleners in de eerste lijn beter in beeld te krijgen, zijn onderzoekers Dorijn Hertroijs en Anna Tichler van MUMC+ in september 2020 gestart met de eerste inventarisaties. Uiteindelijk doel is het ontwikkelen van een keuzehulp die het gezamenlijk beslissen van een behandeling voor diabetes type 2 bevordert.

In deze studie staat de patiënt centraal en wordt er vanuit de hen gekeken welke factoren van belang zijn voor de behandeling van diabetes type 2. Samen met de arts kan dan besproken worden wat de beste opties zijn. Het initiatief voor het onderzoek ligt bij MSD.

Dorijn Hertroijs promoveerde in 2019 in Maastricht op profielen van patiënten met diabetes type 2: de zogenoemde PROFILe-studie (PROFiling people’s healthcare needs to support integrated, person-centered models for long-term disease management).

Uit het onderzoek bleek dat patiënten met diabetes type 2 met een snelle, gemakkelijke en accurate tool onder te verdelen zijn in subgroepen op basis van hun toekomstige bloedsuikerspiegel. Aan de hand van deze indeling is de zorg voor patiënten aan te passen om zorg-op-maat mogelijk te maken.

Focusgroepen

Het onderzoek dat in september vorig jaar startte, is in zekere zin een vervolg op die studie. Want wat houdt die zorg-op-maat in voor verschillende patiënten? En wat betekent dat voor huisartsen, POH’s en diabetesverpleegkundigen in de eerste lijn?

Hertroijs: “Van tevoren hebben we bekeken waar het meeste behoefte aan is. Dat bleek een bepaalde manier van hulp te zijn bij medicatie- en behandelkeuze. Met dat in gedachten hebben we deze studie ingericht.”

Het onderzoek is opgezet in drie fasen, legt junior-onderzoeker Anna Tichler uit. “In de eerste twee fasen identificeren en prioriteren we onderwerpen die patiënten graag willen bespreken met hun zorgverlener als ze een nieuwe behandeling moeten kiezen. Dat doen we door middel van brainstormsessies in vier focusgroepen met drie à vier patiënten. Vanwege Corona hebben de focusgroepen digitaal plaatsgevonden.”

De focusgroepen hebben van september 2020 tot en met januari 2021 plaatsgevonden en hier is een lijst uitgekomen met onderwerpen die patiënten belangrijk vinden om te bespreken met hun zorgverlener bij het maken van een nieuwe behandelkeuze, zegt Tichler.  Deze uitkomsten worden meenomen in de tweede fase van het onderzoek.

Best worse scaling

Afgelopen februari is de tweede fase van het onderzoek gestart. “Daarin worden de resultaten uit de eerste fase getoetst aan een grote groep op nationaal niveau. Dat gaat door middel van een ‘best worse scaling vragenlijst’ waarin zo’n tweehonderd patiënten kunnen aangeven welke onderwerpen zij het meest en het minst belangrijk vinden om te bespreken met hun zorgverlener bij het maken van een behandelkeuze. Ook zorgverleners worden op deze manier bevraagd. De vragenlijst bestaat uit meerdere keuzetaken waarin vier onderwerpen staan aangegeven van de geïdentificeerde onderwerpen uit fase 1. Van deze vier onderwerpen wordt gevraagd om aan te geven welk onderwerp ze het meest en minst belangrijk vinden. Daar moet een Top 10 of een Top 15 uitrollen van de meest urgente onderwerpen waar we in de volgende fase mee verder kunnen.”

Het is een interessante vraag of de uitkomsten bij patiënten en bij huisartsen, POH’s en diabetesverpleegkundigen zullen verschillen. Dorijn Hertroijs durft daar nog geen uitspraken over te doen. “In eerdere onderzoeken zagen we wel verschillen in onderwerpen waarover patiënten en zorgverleners willen praten”, vertelt ze. “Patiënten hebben het in de spreekkamer liever over gezondheidszaken, medicatiekenmerken en bloedsuikerwaarden. Zorgverleners vinden psychosociale aspecten en zaken als zelfredzaamheid meer relevant.”

Voor betere zorg op maat is het erg belangrijk dat beide groepen het eens zijn over de onderwerpen die belangrijk zijn om te bespreken tijdens het consult, zo concludeert zij in haar promotieonderzoek.

Design

De laatste fase bestaat uit het ontwikkelen van een concept keuzehulp bedoeld voor zowel de patiënt als de zorgverlener, vertellen Hertroijs en Tichler. Of dat een app gaat worden, iets op papier of iets heel anders, daar hebben zij – bewust – nog geen ideeën over. “We hebben bij een eerder onderzoek naar zelfmanagement samengewerkt met studenten Health en Design van de TU Delft”, zegt Hertroijs. “Toen lag de voorkeur bij de ontwikkeling van een app. We hopen volgend jaar deze samenwerking weer op te pakken, maar het is helemaal niet zeker of er dan ook een app komt.”

Om het ontwerpproces te begrijpen en toe te passen, doet Tichler nu ook een cursus Product Design & Health van de TU Delft, zo vertelt ze. “Dan heb ik een beter beeld van het ontwikkelproces en de mogelijke technieken die daarbij gebruikt kunnen worden.”

Het ligt in de planning dat de derde fase in september 2022 wordt afgerond. Het concept dat dan is uitgekozen en vormgegeven willen Hertroijs en Tichler op kleine schaal implementeren, afhankelijk van of er financiering is om verder te gaan met het onderzoek.

Reacties