ICT

Niek Klazinga: ‘Datastructuur mag niet de bottleneck zijn van uitkomstgerichte zorg’

AdobeStock

Uitkomstgerichte zorg en het centraal stellen van de patiënt kunnen op de lange termijn alleen succesvol zijn als er een landelijke ict-structuur is. Dat zegt Niek Klazinga, hoogleraar sociale geneeskunde bij het AMC, tijdens de conferentie Uitkomstgerichte Zorg. Hij breekt een lans voor meer ict-regie en een proactieve overheid.

Tijdens de conferentie besprak de hoogleraar hoe uitkomstgerichte zorg zich verhoudt tot waardegedreven zorg, hoe Nederland presteert en wat er nodig is om stappen te maken.

Van Florence Nightingale naar waardegedreven zorg

Uitkomstgerichte zorg is niet nieuw. “Florence Nightingale bracht al uitkomsten in histogrammen weer”, vertelt Klazinga tijdens de conferentie. En landelijke programma’s over uitkomstgerichte zorg, intercollegiale toetsing, doorbraak- en verbetertrajecten tussen specialisten, verpleegkundigen en verzekeraars zijn al sinds de jaren ’70 in de lucht. “Nieuw is dat uitkomstgerichte zorg geladen wordt door het gedachtegoed waardegedreven zorg. Dat heeft inmiddels geleid tot een hele beweging in de wereld van de medisch-specialistische zorg.”

Data als dialoogvoeding

De zorg van vandaag kent complexere en chronische aandoeningen. Communicatie is voor waardegedreven zorg de sleutel. “Specialisten moeten steeds meer differentiëren op persoonlijke factoren. Om te garanderen dat professionals waarde toevoegen aan iemands leven, is de dialoog essentieel.” Op de automatische piloot werken of enkel vanuit een medische blik kijken, is daarbij uit den boze. “Vraag door wat mensen willen. Dat leidt ertoe dat er in de spreekkamer besproken wordt wat de zorg voor de patiënt betekent en welke opties er zijn om hem of haar te ondersteunen. Stel mensen in staat dat ze bedenken wat ze willen, zodat ze zelf het heft in handen kunnen nemen.”

Waardegedreven zorg is volgens de hoogleraar het begin- en eindpunt. “Data verzamelen heeft alleen waarde als die gebruikt wordt voor het verbeteren van de dialoog en daardoor maatwerk tot stand komt.” Voeden van de dialoog start bij dataverzameling. Dat gaat goed in de Nederlandse zorg. “We hebben breed overeenstemming welke data we willen verzamelen.”

Grote opdracht

Hoewel er grote stappen in uitkomstgerichte zorg worden gezet en landelijke groepen uitkomsten afstemmen, staat de Nederlandse zorg voor een grote opdracht om data structureel te borgen. “Dat is een belangrijke bestuurlijke uitdaging voor een nieuw kabinet en met name voor veldpartijen die hiermee druk in beweging zijn”, vertelt Klazinga. “Als we meer toegaan naar het digitaal verlenen van zorg, het optimaliseren van telemonitoring en het breder gebruiken van data, moeten we goed nadenken hoe dat landelijk samenhangend gestandaardiseerd wordt en geen bottleneck wordt.”

Data standaardiseren

Als er één oplossingsknop was, dan was daar al lang aan gedraaid, stelt Klazinga. De realiteit is echter complexer. Zo is er verbinding nodig tussen medisch specialistische zorg en andere zorgvormen. “Het is belangrijk dat digitalisering en de rol van de overheid niet alleen gearticuleerd wordt in een volgend hoofdlijnenakkoord, maar ook de samenhang met de rest wordt gevonden. Met name door de coronapandemie zien we hoe belangrijk samen praten en afstemmen is.”

Vervolgstap is het aanhaken van andere zorgvormen bij uitkomstgerichte, medisch specialistische zorg. “Dat is ingewikkeld en veel werk, maar niet onmogelijk. Het vergt een verantwoordelijkheid van bestuurlijke partijen, de nodige regie en een systeemoverzicht.” Om dataverzameling in een landelijke infrastructuur te borgen, dient er maatschappelijk vertrouwen te zijn in het delen van data.

Landelijke datastrategie

Om succesvol met een data-infrastructuur van start te gaan, dient de overheid landelijke regie aan te brengen en daarop aan te sturen. “In Nederland praten verschillende werelden over uitkomstgerichte zorg. Het is verstandig om die werelden dichter bij elkaar te brengen en taken te verdelen.” Een nationale datastrategie is een eerste stap. Daarin kan het informatieberaad kan volgens Klazinga meerdere taken krijgen. In de strategie dient breder gedacht te worden dan enkel een uitwisseling van patiëntdata. “Voor wetenschappelijk onderzoek is kwaliteitsdata ook van belang.”

European Health Data Space

In Europees verband werkt men aan European Health Data Space. “Dat voorbeeld kan helpen bij de vormgeving van de Nederlandse datastructuur. Zorg daarnaast dat je niet afhankelijk wordt van grote providers, maar behoud de controle over de data van je eigen bevolking”, geeft Klazinga veldpartijen en de overheid mee.

Voor nu is het aan de praktijk om aan de slag te gaan. “Maar maak het niet ingewikkelder dan noodzakelijk. Geef signalen intern door als je ziet dat ontwikkelingen niet in het systeem geborgd kunnen worden en werk daaraan. Het zou jammer zijn als een heleboel energie wordt gemobiliseerd, goede dingen worden neergezet en dat ze in een volgende fase vastlopen omdat ze niet geborgd zijn.”

Op 8 en 10 juni organiseerde het Programma Uitkomstgerichte Zorg een landelijke online conferentie. Aan de hand van verschillende talkshows, deelsessies, webinars en podcast wordt de ontwikkeling van uitkomstgerichte zorg in Nederland besproken. 

Lees ook het verhaal van Dave Dongelmans, AMC-intensivist en NICE-voorzitter over hoe je als beroepsgroep kunt leren van uitkomstinformatie.

Reacties