Meten van uitkomsten en kosten

Nij Smellinghe gaat stapje voor stapje naar waardegedreven zorg

Waardegedreven zorg komt neer op continu kleine stappen maken, meten of die verbetering opleveren en dan weer stappen maken. Zo kom je tot maximale winst, blijkt uit de invulling van het programma ‘Waardegedreven zorg’ van de vereniging van Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen in ziekenhuis Nij Smellinghe. Het Friese ziekenhuis heeft gekozen om daarvoor een bekende evidence based methode nieuw leven in te blazen: Enhanced Recovery After Surgery (ERAS). Martijn Möllers, chirurg, en Martsje van der Sluis, verpleegkundig specialist Oncologie, leggen uit.

Het SAZ-programma is vorig jaar zomer gestart in elf ziekenhuizen. Het richtte zich als eerste op darmkanker en heupfracturen. Dit jaar haken nog eens zes SAZ-ziekenhuizen aan en wordt het programma verbreed met galblaas, liesbreuk, borstkanker en geboortezorg.

Met de zorg voor darmkanker was Nij Smellinghe van begin af aan bij het programma betrokken, vertelt Martijn Möllers. Het doel van de SAZ was om een benchmark op te zetten van uitkomsten en kosten waaraan de afzonderlijke ziekenhuizen en hun partners zich kunnen spiegelen. Voor darmkanker wordt al veel data vastgelegd, in DBC’s maar vooral in DICA. Het programma levert dus geen extra registratielast op. Met partner Value2Health werden dashboards en tools ontwikkeld om de informatie toegankelijk te maken. De benchmark-info wordt vier keer per jaar geactualiseerd.

Real time feedback

“Vroeger kreeg je ieder jaar de DICA-cijfers”, zegt Martijn Möllers. “Onder meer op basis daarvan werden de AD- en Elsevier ziekenhuislijstjes samengesteld, maar eigenlijk zegt dat niet zo veel. Om echt een goed beeld te krijgen moet je realtime feedback hebben. Dit is alvast een hele stap daar naartoe.” Martsje van der Sluis: “Maar we willen ook de informatie achter de cijfers. Daarom gaan we met elkaar in gesprek, binnen het team maar ook met andere ziekenhuizen. We gaan regelmatig bij elkaar op bezoek.”

Wat Nij Smellinghe tot nu toe van de benchmarks geleerd heeft? Martijn Möllers: “Het aantal complicaties is bij ons lager dan in andere ziekenhuizen. Maar we zagen ook dat het percentage kijkoperaties bij ons veel lager ligt. Dat heeft weer gevolgen voor de ligduur. Dit nemen we allemaal mee om te kijken hoe we tot de beste zorg kunnen komen.”

Sneller herstel

Een van de tools die Nij Smellinghe gebruikt om tot betere zorg te komen is de herintroductie van ERAS, zo vertelt Martsje van der Sluis. ERAS staat voor Enhanced Recovery After Surgery. Het is een methode om voor, tijdens en na de operatie gedetailleerd te werken aan een sneller herstel. Het komt erop neer de zorg zodanig te organiseren dat de effecten op de patiënt zo gering mogelijk zijn, bijvoorbeeld door andere manieren van pijnstilling of minder drains. Maar ook door de conditie van de patiënt nog voor de opname in kaart te brengen en zo nodig te verbeteren, door bezoeken aan bijvoorbeeld een geriater of een fysiotherapeut.

Dat voorkomt complicaties en verkort de opnameduur, legt Möllers uit. En dat scheelt weer in de kosten, waardoor je voort kunt bouwen. “Onze raad van bestuur heeft uitgerekend dat we met de kosten die we zo voorkomen één extra fysiotherapeut kunnen aannemen.” Andere ziekenhuizen maken bijvoorbeeld een deal met een sportschool om de conditie nog verder te verbeteren, vertelt de chirurg. “En de patiënten gaan ook graag zo fit mogelijk het ziekenhuis in, en weer uit”, zegt Martsje van der Sluis.

Scorelijsten

Nij Smellinghe doet het ERAS-project samen met onder andere het Martini Ziekenhuis en het Reinier de Graaf. De ziekenhuizen willen dit uitbouwen tot een Nederlandse ‘ERAS-society’ die onderling alle uitkomstdata gaat delen. Het Friese ziekenhuis startte in november met een pilot onder vijftien patiënten. Inmiddels zijn het er vijftig. Van der Sluis: “Er werden achttien aspecten van zorg per patiënt in het systeem vastgelegd. Een update van de data is dagelijks beschikbaar. Door de scorelijsten zijn bijvoorbeeld pijn of misselijkheid op het niveau van specialist of anesthesist te benchmarken. Die worden dan weer besproken in het multidisciplinaire team, om de informatie erachter boven tafel te krijgen. Dat wordt ook weer vastgelegd en ingebed in de werkwijzen.”

Meer dagbehandeling

Het resultaat is bijvoorbeeld dat patiënten niet meer langdurig in een OK-jasje liggen bij te komen na een operatie , maar al snel in normale kleding rondlopen. En dat er bij Nij Smellinghe steeds meer ingrepen in dagbehandeling kunnen plaatsvinden. De patiëntenstroom wordt zo steeds minder rondom het bed georganiseerd, en dat is eigenlijk heel logisch, vindt de verpleegkundig specialist. “Bij kinderen doen we dat al heel lang zo, waarom bij volwassenen dan niet?” En dat kan heel grote gevolgen hebben voor de toekomstige huisvestingsplannen van het ziekenhuis, aldus Möllers.

Concrete tools

“Het SAZ-project geeft schwung aan continu verbeteren, ERAS biedt een van de concrete tools daarvoor”, zo vat Möllers samen. Maar voor beide geldt: het succes zit ‘m in de mindset, vindt Van der Sluis. “Verpleegkundigen dachten dat het nooit zou lukken. Maar ze zien de patiënten nu en worden heel enthousiast. Zij zien ook hun werk veranderen. Ze krijgen steeds meer een rol als coach. Het werk wordt leuker en de werkdruk gaat omlaag. Dan is eventuele scepsis snel weg.” Ook de patiënten reageren positief.  Van der Sluis: “Ik word nog weleens aangesproken door patiënten die in de pilot meededen. Die vragen heel geïnteresseerd hoe het er nu voor staat met het project. Dat is wel tekenend voor hun betrokkenheid.”

Het SAZ-project stond gepland tot het einde van dit jaar. Maar daarmee is het niet gedaan, zegt Möllers. De ziekenhuizen willen er een voortdurend proces van maken. “Er is nog zoveel te doen. We willen de zorgpaden gaan delen met andere ziekenhuizen. En we willen werken aan een grotere rol van de patiënt, door ze bijvoorbeeld een plek te geven in verbeterteams.”

Energie

Nij Smellinghe wil het systeem voor ERAS-data, dat een flinke investering vroeg, maar een van de cruciale succesfactoren blijkt, verder finetunen. “Dat vraag om een gestructureerde feedback-loop”, aldus Möllers. Stapje voor stapje, verbeteren, meten, verbeteren, meten, dat kost niet veel inspanning omdat je toch al data verzamelt. Het kost wel veel tijd. Meer tijd dan het project biedt. Dat is niet erg, want continu verbeteren levert vooral veel energie op, zo maken Möllers en Van der Sluis duidelijk.

 

Reacties