Financiering

NZA adviseert uitkomstfinanciering zorg

Medisch-specialistische zorg moet worden beloond op basis van de gezondheidswinst voor de patiënt. Contracteren op waarde dempt productieprikkels en zorgt er daarmee voor dat de zorg op termijn betaalbaar blijft. Dat staat in het Advies bekostiging medisch-specialistische zorg ‘Belonen van zorg die waarde toevoegt’ aan minister Bruins voor Medische Zorg.

De NZa wil afstappen van een bekostigingssysteem dat voornamelijk het uitvoeren van behandelingen beloont. “Samen met ziekenhuizen, zelfstandige behandelcentra en zorgverzekeraars willen we toewerken naar een bekostiging van zorg waarin gezondheidswinst voor de patiënt centraal staat. Wij hebben met zorgaanbieders en zorgverzekeraars afgesproken dat zij gezondheidswinst voor patiënten als uitgangspunt nemen in de contracten.”

Het stimuleren van alternatieve contractvormen tussen aanbieder en verzekeraar moet daarom op korte termijn prioriteit krijgen, stelt de NZa. De prikkels voor waardegedreven zorg worden in contracten vastgelegd waarbij afspraken worden gemaakt over kwaliteit en uitkomsten. Daar staat de patiëntvraag centraal staat en wordt in bundels van de bestaande zorgproducten afgerekend. Hierdoor krijgt de patiënt de juiste zorg op de juiste plek. Transparantie over de uitkomsten van zorg is hiervoor een randvoorwaarde.

Ambities

De NZa heeft ambities opgesteld voor de bekostiging van de medisch-specialistische zorg, samen met onder meer de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, de Federatie Medisch Specialisten en Patiëntenfederatie Nederland. De bekostiging moet gezondheidswinst stimuleren, uitgedrukt als uitkomsten die patiënten belangrijk vinden. Zowel klinische uitkomsten als patiëntervaringen spelen hierbij een rol. De waarde van zorg zal per patiëntgroep afzonderlijk gedefinieerd moeten worden, wat aansluit bij de gedachte van value based healthcare.

Verder noemt de NZa het essentieel dat deze waardegedreven zorg rondom de patiënt wordt georganiseerd. “De zorgvraag van de patiënt moet het uitgangspunt zijn voor het bieden van integrale zorg, met goede coördinatie van zorg en samenwerking tussen zorgprofessionals. Bestaande schotten tussen specialismen, systemen en zorgaanbieders moeten zoveel mogelijk worden weggenomen zodat de juiste zorg op de juiste plek kan worden geleverd.”

Financiële prikkels

De NZa verwacht dat alternatieve vormen van contractering de financiële prikkels in de bekostiging kunnen verbeteren  “en zo bijdragen aan het realiseren van de ambities op het vlak van waardegedreven zorg en zorg rondom de patiënt”. In binnen- en buitenland wordt geëxperimenteerd met contractering voor specifieke doelgroepen, waarin de ziekte of zorgvraag centraal staat en een afspraak wordt gemaakt over de kosten en kwaliteit van het totaal aan zorg dat geleverd voor een patiënt.

De zorgautoriteit haalt het experiment integrale geboortezorg aan als voorbeeld. Hierbij sluiten zorgverzekeraars en aanbieders een contract over het geheel aan zorg rondom de geboorte, waaronder eerstelijnsverloskunde, medisch-specialistische zorg en kraamzorg. Voor dit totale pakket aan zorg worden afspraken gemaakt over prijs en kwaliteit. In de experimentregio’s is de declaratiesystematiek aangepast en worden nieuwe integrale prestaties gedeclareerd. Het doel van contractering per doelgroep, is het stimuleren van kwaliteitsverbetering via betere samenwerking tussen beroepsgroepen. Zo wordt in de geboortezorg door multidisciplinair overleg geprobeerd verwijzingen naar de tweede lijn te voorkomen.

Op de schop

Om de bekostiging van medisch-specialistische zorg geschikt te maken voor waardegedreven zorg, moet de huidige dbc (diagnose behandelcombinatie)-systematiek op de schop. Eén van de functies van het dbc-systeem is het creëren van een uniforme taal voor de onderhandeling tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Volgens de NZa wordt het in de praktijk anders gebruikt dan voorzien. “Er worden beperkt afspraken gemaakt over prijs én kwaliteit van individuele dbc-zorgproducten. In de onderhandeling ligt de focus vooral op het totaalbedrag per instelling, meestal in de vorm van een omzetplafond.”

Het dbc-systeem krijgt een andere, minder betekenisvolle rol in de toekomst als het aan de NZa ligt. Op termijn kan het dbc-systeem hierdoor ‘fundamenteel vereenvoudigd worden’. De komende jaren blijven dbc’s bestaan en worden ze zo min mogelijk gewijzigd. Dit is volgens de zorgautoriteit nodig omdat innovatieve afspraken in contracten zijn gebaat bij een stabiel declaratiesysteem. Dbc-zorgproducten worden wel minder betekenisvol in de financiële afspraken die zorgaanbieders en zorgverzekeraars maken.

Omslag

De NZa constateert dat er op lokaal niveau al goede initiatieven zijn waarbij de omslag naar waardegedreven zorg wordt gemaakt. De zorgautoriteit wil samen met partijen deze koers voortzetten en stimuleren. Met de betrokkenen heeft de NZa afgesproken om specifieke maatregelen tot stand te brengen.

Zo moet er een platform worden  ingericht voor landelijke kennisontwikkeling en kennisdeling over het gebruik en de effecten van alternatieve contractvormen en wil de NZa lopende initiatieven met alternatieve contractvormen evalueren, om praktisch bewijs te verzamelen voor de effecten van verschillende vormen van contracteren op waarde. De komende periode gaat de toezichthouder gebruiken om met de sector invulling te geven aan de afspraken.

Reacties

Comments

  1. Is er wel goed nagedacht hierover? Volgens mij heeft iedereen in de zorg een inspanningsverplichting en moet inderdaad sturen (!) op resultaat. Maar dat is echt iets heel anders dan afrekenen (!) op resultaat. En er is ook een principieel verschil tussen de ethiek voor de unieke patiënt en de bedrijfskundige wens om in termen van collectieven over resultaten te spreken. En is vbhc niet anders dan een achteraf meting van efficiency (patiëntwaarde wordt door Porter immers gezien als het equivalent van resultaat gedeeld door kosten): daarmee zet je de deur toch open voor uitsluiting van minder “efficiënte” zorg en wordt zorg straks in meer- en minderwaardige zorg opgedeeld, terwijl er op individueel niveau wel degelijk goede resultaten te behalen zijn. En waar houdt de verantwoordelijkheid van de behandelaar op en begint die van de verzekeraar en de Nza? Ik mis hier een maatschappelijk debat en lees vrijwel uitsluitend hoera-verhalen over door en binnen het systeem behaalde resultaten.