Validering / kennisdeling

Hester Vermeulen: CAPPUCCINO helpt bij patiëntparticipatie

Het perspectief van de patiënt komt steeds centraler te staan. Toch bestaat er geen uniforme stuurindicator waarmee een raad van bestuur een betrouwbare indruk kan krijgen van de mate waarin en manier waarop er sprake is van patiënt- en familieparticipatie binnen het eigen ziekenhuis of afdelingen daarvan.

Dit artikel maakt deel uit van het themanummer Sturen op kwaliteit van KIZ. Naar de overzichtspagina

Door Haske van Veenendaal

In het CAPPUCINO project is gewerkt aan concrete indicatoren voor patiënt- en familieparticipatie. Die stelt de raad van bestuur van de UMC’s in staat te sturen op een hogere trede van patiënt- en familieparticipatie op de participatieladder. De kern ervan is dat beïnvloeding vooral plaatsvindt middels een dialoog.

Sturen op kwaliteit

Het CAPPUCCINO-project staat voor ‘Creating an Academic Patient Participation Uniform Care Control Indicator: a New Outlook’. Het richtte zich in eerste instantie op de rol van de raad van bestuur. Hester Vermeulen, verpleegkundige, klinisch epidemioloog en hoogleraar Verplegingswetenschap bij IQ Healthcare: “Van daaruit vindt uiteraard veel sturing plaats. Maar sturen op kwaliteit betekent voor mij dat elke professional zelf moet kunnen sturen. Die moet informatie krijgen om dagelijks te verbeteren.”

 Bekijk hier het interview met Hester Vermeulen (tekst gaat daaronder verder) 

In het CAPPUCCINO-project is daarom een leidraad ontwikkeld waarmee bestuurders met medewerkers in dialoog gaan over patiënt- en familieparticipatie in hun ziekenhuis. Voor het identificeren van de indicatoren is eerst een internationale Delphi-studie opgezet. Voor de uitwerking in de  praktijk is met diverse ziekenhuizen, professionals en met patiëntvertegenwoordigers (Stichting IKONE) samengewerkt. “We hadden deze partijen vooral nodig om tot een hele praktische leidraad te komen”, aldus Maud Heinen, verpleegkundige en wetenschappelijk onderzoeker bij IQ Healthcare

Flexibiliteit voor de praktijk

Vermeulen vult aan: “We weten dat familie- en patiëntparticipatie leidt tot betere zorg en meer werkplezier voor professionals. Maar om de praktijk echt verder te brengen, moesten we iets ontwikkelen om op alle niveaus in de organisatie familie- en patiëntparticipatie op te pakken.”

Heinen: “Behalve dat we hebben beschreven welke vormen voor welke situatie en welke context geschikt kunnen zijn, hebben we daarvoor drie praktische factsheets in de leidraad opgenomen over samen beslissen, over de verpleegkundige overdracht aan het bed en over het personeelsbeleid. De leidraad moet professionals helpen om hun werk beter en leuker te maken. Er zijn dus geen verplichtingen, maar de kern is een zinvolle dialoog met elkaar en de leden van de raad bestuur over wat kan werken in welke situatie.

Het gaat niet vanzelf

Ook het benutten van de kennis en kunde van patiënten en familie gaat niet vanzelf. Volgens Vermeulen is een obstakel dat men over dit thema te licht denkt. “Natuurlijk betrekken ziekenhuizen al patiënten, bijvoorbeeld via patiënttevredenheidsmetingen of focusgroepen. Dat lijkt al heel wat, maar wij ervaren dat als een valkuil. Er kan veel beter gebruik gemaakt worden van de inbreng van patiënten en familie als zij eerder worden betrokken. Kies een vorm van partnerschap die passender is voor de inbreng die je van hen nodig hebt. Het geeft dan veel meer informatie en ook voldoening om met patiënten en familie op te trekken.”

Heinen is het daarmee eens: “Er is een participatieladder in de leidraad opgenomen die de mate van betrokkenheid van patiënten aangeeft. Het is geen doel op zich, maar we zien vaak nog vormen die laag op de ladder staan. Daar is zeker wat te winnen.”

Toekomst

Heinen en Vermeulen hopen dat de leidraad veel gebruikt gaat worden. Zo heeft het Radboudumc de ambitie uitgesproken om ‘met afstand het meest innovatieve en persoonsgerichte UMC te worden’. Vermeulen: “Zo’n ambitie is leuk. Wat vooral helpt, is om met een goede dialoog over patiënt- en familieparticipatie initiatief bij medewerkers te stimuleren en dat goed zichtbaar maken. Uiteindelijk gaat het erom het gedrag van professionals positief te beïnvloeden en ruimte te creëren om nieuwe dingen te doen. In het Radboudumc is een ondersteuningsteam van zes medewerkers gevormd om persoonsgerichte zorg verder te ontwikkelen op basis van ideeën vanuit de verschillende afdelingen.”

Hester Vermeulen was spreker op het congres Sturen op kwaliteit van 7 november

 

Reacties