Financiering

Philadelphia en Menzis over uniek meerjarig convenant in langdurige zorg

Het meerjarige convenant dat zorgaanbieder Philadelphia en Menzis Zorgkantoor onlangs sloten is uniek in de langdurige zorg. Wat houdt de nieuwe werkwijze precies in en hoe is deze tot stand gekomen? “Onze cliënten bepalen nu de agenda”

Op 16 april ondertekenden zorgkantoor Menzis en zorgaanbieder Philadelphia voor mensen met een verstandelijke beperking een convenant voor samenwerking tot en met 2020. Binnen die overeenkomst werken de twee partijen samen op basis van wederzijds vertrouwen, wat betekent dat Philadelphia zich alleen hoeft te verantwoorden op kwaliteit, regionale ruimte krijgt voor innovatie en volledig persoonsvolgende bekostiging kan doorvoeren. Binnen de samenwerking worden financiële processen vereenvoudigd en wordt onnodige en overbodige regelgeving overboord gezet.

Het initiatief kwam tot stand dankzij Jan Megens, manager Zorgkantoor bij Menzis, en Bas Bodzinga, directeur Klantbelang bij Philadelphia. In een gezamenlijk interview vertellen beide over de achtergrond van deze samenwerking, die in de Wlz een doorbraak mag heten.

Wat maakt deze afspraak bijzonder?

Bas Bodzinga: “Voor het eerst hebben wij een overeenkomst kunnen sluiten met een zorgkantoor waarbinnen niet als voorheen de procescriteria doorslaggevend zijn voor het krijgen van financiering voor onze zorg, maar verantwoorden we ons op het resultaat.  En daarom kunnen we nu voor het eerst daadwerkelijk cliëntvolgend te werk gaan, zonder dat systeemfactoren dat dwarsbomen.”

Hoe ziet dat er dan uit voor de cliënt?

Jan Megens: “Voor de meesten zal het betekenen dat ze zaken gemakkelijker geregeld krijgen. Maar er zijn ook cliënten die door hun unieke situatie buiten de boot vallen, of voor wie de zorgfinanciering vanuit verschillende loketten – Wlz, Wmo, Jeugdwet – te complex is. Dergelijke mensen bleven voorheen met hun zorgvraag zitten. Maar onder deze samenwerking kunnen wij zeggen: linksom of rechtsom, er komt een oplossing.”

Hebben jullie een voorbeeld van zo’n cliënt?

Megens: “Neem die documentaire Zorg om Daan, over een meervoudig gehandicapte jongen die door de week in een instelling woont en in het weekend thuis. Alleen al dat simpele feit botst met de regel in de Wlz dat er per indicatie één bed wordt gefinancierd. En dus moesten Daans ouders op Marktplaats op zoek naar een tweedehands bed voor Daan, dat ze niet vergoed kregen. Zoiets zal onder onze huidige afspraken nooit meer voorkomen.

Bodzinga: Als we nu zoiets zien gebeuren, regelen we eerst dat bed en regelen we achteraf in samenspraak met het zorgkantoor de financiering. Daar komen we gewoon uit.”

Dat vraagt onderling vertrouwen. Hoe zijn jullie zover gekomen?

Bodzinga: “Wij waren al sinds 2011 bezig met ‘Regelarme Zorg’ en van daar uit zijn we als landelijke speler in gesprek met alle zorgkantoren over hoe dat ook vanuit de financiering gefaciliteerd kan worden. Want natuurlijk willen wij ons verantwoorden, maar dan wel op zaken die ertoe doen. We willen werkelijk de dialoog aangaan en dat verwacht je dan ook van de andere partij.  Als die bij de eerste uitdaging alsnog gaat vasthouden aan procedurele correctheid, dan wordt het lastig samenwerken. Menzis stak zijn nek uit om werkelijk met ons te onderzoeken hoe zo’n nieuwe werkwijze eruit zou kunnen zien. En gaandeweg is het onderlinge vertrouwen gegroeid.”

Megens: “De basis is dat Philadelphia heel ver is met het doorvoeren van het Kwaliteitskader voor de gehandicaptenzorg. Ze kunnen laten zien waar ze het goed doen, maar ook waar het nog niet goed genoeg is. En dat laten ze ook zien. Die transparantie maakt dat wij hen het vertrouwen kunnen geven om niet steeds elke cent te hoeven verantwoorden.”

Philadelphia meldt dat ze nu betere kwaliteitsvernieuwing kunnen gaan realiseren. Hoe zit dat? Dat gebeurde voorheen toch ook?

Bodzinga: “Onder de oude systematiek bepaalde het zorgkantoor vooraf de thema’s waar de jaarlijkse verbeterplannen van de zorgaanbieders op gestoeld dienden te zijn. Daarmee kon je bijvoorbeeld 3 procent extra budget verdienen. En dus schreef iedere zorgaanbieder  mooie verbeterplannen, gericht op het thema van dat jaar. Nu hebben we het werkelijk over de kwaliteit van onze zorg zoals die door onze cliënten wordt ervaren. En dus ook over waar we tekortschieten. Onze cliënten bepalen nu de agenda voor wat innovatie of verbetering behoeft. En dat leidt dus ook tot zaken die we heel concreet kunnen aanpakken op lokatieniveau.”

Megens: “En wij sluiten aan bij de interne kwaliteitsdialoog bij Philadelphia.”

Zijn jullie ook aan het zoeken naar nieuwe bekostigingsmodellen? Naar wat de waarde voor de cliënt is en hoe je daar werkelijke de bekostiging op kunt laten aansluiten?

Megens: “Vooralsnog houden we ons alleen met die waarde voor de cliënt bezig. De discussie binnen met name de Wlz draait momenteel om de kwaliteit van zorg. Niet zozeer om de kosten. Voor ons is verbetering van de uitkomsten voor de patiënt op individueel niveau momenteel leidend. De kosten, dat wordt een volgend punt.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties