Patiëntperspectief

Voorloper: GGZ-instellingen gaan samen beslissen bevorderen met ROM

Acht ggz-instellingen werken samen aan specifieker gebruik van uitkomstmetingen voor een bredere doelgroep in de gehele keten. De ROM-metingen moeten het samen beslissen gaan bevorderen.

Dit project is een van de acht voorlopers van 2019. Naar het overzicht van alle voorlopers op het gebied van samen beslissen

Het gebruik van Routine Outcome Monitoring (ROM) is al gemeengoed binnen de ggz. Daarmee loopt die voor op andere sectoren in de zorg. “Daarop mogen we best trots zijn”, zegt Margot Metz, senior onderzoeker en senior beleidsmedewerker bij GGz Breburg. Metz promoveerde in 2018 op Samen Beslissen met behulp van ROM en eHealth in de ggz.

Aanpak op maat

“Maar er valt nog veel meer uit te halen”, zo stelt ze. Dat kan als generiek gebruik van ROM wordt losgelaten, ten behoeve van een aanpak op maat. In de kern is dat waar het project ‘Samen Beslissen met uitkomstinformatie in multidisciplinaire ggz-ketens’ van SynQuest om gaat, zegt Monique van Bueren van GGZ Rivierduinen. Zij is senior beleidsadviseur bij GGZ Rivierduinen en bestuurssecretaris en coördinator van SynQuest. Dit is een samenwerkingsverband van tien ggz-instellingen die werken aan kwaliteitsverbetering door uitkomstmetingen

Metz zag tijdens haar promotieonderzoek dat  àls het lukt om samen beslissen met ROM goed toe te passen, patiënten meer achter de behandelbesluiten staan en er betere behandelresultaten zijn. Toch valt hierin nog heel veel te verbeteren. “Samen beslissen werkt meestal niet met generieke interventies. Je moet per patiënt of patiëntengroep samen bekijken welke ondersteuning er nodig is en hoe je dat inzet. Kijk samen met patiënten en behandelaars welke informatie op welk moment in de behandeling zinvol is en ga op basis daarvan na welke meetmethodes geschikt zijn.”

Klachtspecifieke vragenlijst

“Bij een depressie, angst-, persoonlijkheids- of eetstoornis kan dit een klachtspecifieke vragenlijst zijn, met aanvullend een herstelgerichte meting. Herstelgerichte metingen zijn ook heel behulpzaam in de langer durende ggz. Er wordt niet alleen gekeken naar de klachten van een patiënt, maar juist ook aspecten van positieve gezondheid, zoals het maatschappelijk en persoonlijk herstel van patiënten, staan centraal.”

Belangrijk bij deze op maat metingen is dat voor patiënten en behandelaars op een laagdrempelige manier (bijvoorbeeld via een portaal) bruikbare en begrijpelijke rapportages van deze metingen beschikbaar zijn.

Externe verantwoording

ROM werd de afgelopen jaren nog niet op deze manier ingezet binnen de ggz. Het was op veel plekken meer een instrument voor externe verantwoording of benchmarking geworden. Niet nuttig voor elke patiënt of behandeling en daarom werd het te weinig gebruikt. ROM kreeg zelfs een negatief imago, zo is te lezen in de projectomschrijving voor het Zorginstituut. “En daarnaast merkten patiënten, ondanks alle positieve intenties, toch nog niet zo veel van de Samen Beslissen aanpak”, zo vult Margot Metz aan.

Bredere doelgroep

Het doel van dit project is om samen beslissen met behulp van ROM te verbeteren en voor een bredere doelgroep beschikbaar te maken. Dat moet in de hele keten, van huisarts/POH tot basis-ggz tot specialistische ggz. Daarvoor zijn in acht ggz-instellingen van SynQuest deelprojecten gestart met een bredere of juist smallere scope, legt Van Bueren uit. Ze zijn ontwikkeld samen vertegenwoordigers van patiënten en ervaringsdeskundigen.

De deelprojecten sluiten aan bij de volgende vier speerpunten die vooraf zijn geformuleerd:

1. Het gespreksmodel Samen beslissen met ROM en ROM-methode specificeren naar doelgroepen.
2. Verrijken van informatie uit ROM met proces en behandelinhoudelijke informatie. Bijvoorbeeld met inzicht in de inhoud en kosten van behandelingen.
3. Toerusten van patiënten om ROM te gebruiken bij samen beslissen in verschillende behandelfases. Denk bijvoorbeeld aan begrijpelijke ROM-rapportages en de juiste uitleg hierbij, zodat de patiënt instrumenten zelfstandig kan gebruiken.
4. ROM als informatiebron benutten bij overdracht in de keten naar, binnen en vanuit de ggz.

Draagvlak

Metz: “De resultaten gaan we methodisch ophalen, we meten de ervaringen aan de voorkant en na afloop. Elke instelling deelt de voortgang en bevindingen via een kennisplatform met de anderen. Zo zal het draagvlak voor gebruik steeds verder toenemen.”

Ze verwacht dat dit niet op stel en sprong gaat gebeuren. “Dit is een grotere verandering in werken dan iedereen vaak denkt. Daar gaat tijd en energie in zitten.” Het voorloperproject met subsidie van het Zorginstituut heeft in ieder geval een looptijd tot 31 oktober 2021.

De deelnemende instellingen zijn: GGz inGeest, Amsterdam UMC/locatie VUMC, GGZ Delfland, GGZ Rivierduinen, GGZ Noord-Holland-Noord, Emergis, GGz Breburg en Dimence Groep.

 

Reacties