Voorloper: Samen sturen voor optimale depressiebehandeling

Het Universitair Centrum Psychiatrie (UCP) van het UMCG krijgt subsidie voor het implementeren van een ‘lerend’ instrument dat het resultaat voorspelt van verschillende behandelopties bij depressie voor de cliënt op basis van individuele kenmerken en voorkeuren.

Samen sturen is een van de zestien voorloperprojecten van het Zorginstituut.  Naar het overzicht van alle projecten

Wat houdt het project in?

Diverse behandelingen voor depressie zijn beschikbaar en effectief, maar er bestaan grote individuele verschillen in uitkomsten. Individuele cliëntkenmerken zijn belangrijke voorspellers van de behandeluitkomst, maar worden niet systematisch betrokken in de indicatiestelling. De multidisciplinaire richtlijnen geven enige aanwijzing, maar de keuze voor een behandeling is nog grotendeels gebaseerd op ‘trial en error’.

De relevante cliëntkenmerken zijn echter wel beschikbaar in vragenlijsten en dossiers. Tegelijkertijd worden behandeluitkomsten gemeten met Routine Outcome Monitoring (ROM). Door middel van slimme data-analytische methoden zijn deze geaggregeerde gegevens te gebruiken om uitspraken te doen over de prognose van individuele cliënten op basis van hun specifieke kenmerken.

Deze informatie kan cliënten en behandelaren helpen bij de keuze voor een type behandeling. Als  cliënten kiezen voor een behandeling die gunstige resultaten heeft laten zien bij cliënten met vergelijkbare kenmerken, leidt dat tot effectievere zorg. Daarmee ook tot een grotere cliënttevredenheid en doelmatigheid. Op dit moment wordt echter nog nergens gebruik gemaakt van deze informatie ten behoeve van de behandelkeuze. Dat komt onder meer omdat gegevens uit verschillende bronnen niet worden samengebracht.

Binnen het IMPROVE-project wordt een dergelijk behandelkeuze-instrument ontwikkeld door koppeling van deze reeds beschikbare gegevens. Het project ‘Samen sturen, kiezen voor een optimale depressiebehandeling op basis van zorgdata en cliëntvoorkeuren’ is een vervolg op IMPROVE en beoogt het instrument te implementeren.

Samen Sturen zal worden ingebouwd binnen een van de grootste ROM-systemen van Nederland. RoQUA is binnen het UCP ontwikkelde, not-for-profit, open sourcesoftware om ROM af te nemen en op geaggregeerd niveau behandeluitkomsten te kunnen leveren. RoQUA wordt gebruikt door bijna alle specialistische GGZ-instellingen in Noord Nederland, GGZ West Noord Brabant en GGZ Centraal met inmiddels in totaal meer dan 400.000 behandelde cliënten.

Na inbedding in RoQUA zal het instrument eerst in twee GGZ-instellingen worden geïmplementeerd. Daarna zal er een verbeterslag worden gemaakt met behulp van input van cliënten, hun naasten en behandelaren. Vervolgens kan het instrument regionaal ingezet worden, waarna het instrument na afloop van het project landelijk beschikbaar komt. Het doel van het instrument is het verbeteren van de effectiviteit, doelmatigheid en cliënttevredenheid van de depressiebehandeling.

Hoe gaat het een bijdrage leveren aan waardegedreven zorg?

Bij de ontwikkeling van de tool hebben we op basis van focusgroepen met cliënten al een goed beeld gekregen van wat cliënten relevante uitkomstmaten vinden. De tool voorspelt de behandeluitkomst van cliënten daardoor niet alleen in termen van symptoomreductie, remissie of respons, maar ook in termen die belangrijk  zijn voor cliënten, zoals functioneren, leren omgaan met klachten en het bereiken van persoonlijke doelen.

Daarnaast draagt gebruik van het instrument bij aan shared-decision making. Het instrument laat de verschillende behandelopties zien met de verwachte uitkomst. Behandelaar en cliënt gaan vervolgens in gesprek over de best passende behandeling. Door de tool is er geen sprake meer van een informatie-achterstand bij de cliënt, waardoor die als een meer gelijkwaardige gesprekspartner kan meebeslissen over de behandeling.

Binnen het project wordt nauw samengewerkt met MIND en cliëntvertegenwoordigers, die feedback en advies zullen geven gedurende alle fases van dit project. De eerste, ruwe versie van het instrument zal worden verbeterd op basis van cliëntwaardering en feedback van cliënten en hun naasten. Ook denken zij actief mee over de vormgeving van de tool en met name hoe we de informatie uit het instrument op begrijpelijke wijze kunnen presenteren. Gedurende de gehele looptijd van het project is er aandacht voor actieve communicatie met alle stakeholders.

Wie zijn de initiatiefnemers?

Actief deelnemende partijen zijn het Universitair Centrum Psychiatrie (UCP), Rob Giel Onderzoekcentrum (RGOc)RoQua, MIND en IMPROVE.

Hoe wordt het project ingebed in uw zorgorganisatie(s)?

Binnen het IMPROVE-project wordt er al samengewerkt met verschillende partijen en de RGOc instellingen. RoQua is als module in alle deelnemende instellingen direct toegankelijk vanuit het Elektronisch Cliënten Dossier (EPD). Samen Sturen wordt dus voor alle behandelaren en cliënten structureel toegankelijk. Het RoQua team van ontwikkelaars borgt het ICT-onderhoud. Binnen het RGOc zijn verschillende netwerken van behandelaren actief die kennis en ontwikkelingen delen en jaarlijks diverse na- en bijscholingen organiseren. Het werken met Samen Sturen en het updaten over ontwikkelingen zal binnen deze context worden geborgd.

Hoe gaat de opschaling eruit zien?

Het project start na inbedding van het instrument  in RoQUA met de implementatie in twee pilot-instellingen. Na deze pilot en de verbeterslag naar aanleiding van de feedback op de pilot wordt het instrument regionaal breder uitgerold binnen de andere RGOc instellingen. Na afloop van het project kunnen andere ROM-aanbieders gebruik maken van de ontwikkelde algoritmen om zelf de module in de eigen systemen te kunnen bouwen. Kennis wordt actief overgedragen door de informatie uit het project te delen. Dat gebeurt op symposia en congressen, middels scholing en online, onder meer via de MIND-websites maar ook andere massamedia.

Welke knelpunten ervaart u bij de inbedding en opschaling?

  1. Het enthousiasmeren van behandelaren voor het gebruik van een nieuw IT-instrument is een uitdaging.
  2. Samen sturen is niet alleen slim gebruik maken van data. Het t vergt ook een gezamenlijk gesprek tussen cliënt en behandelaar om de resultaten te bespreken. Dit vergt een nieuwe werkwijze in de praktijk.
  3. Dit instrument is deels gebaseerd op ROM-infrastructuur. In het land zijn de meningen over de zin en onzin van ROM verdeeld. Een negatieve attitude ten opzichte van ROM in het algemeen kan de implementatie van dit specifieke behandelkeuze instrument in de weg staan.

Hoe gaat u die oplossen?

  1. We zorgen voor goede toegankelijkheid via bestaande systemen in het EPD en zetten effectieve communicatie en scholing in. We zullen behandelaren, binnen en buiten de RGOc-context, tijdig informeren over de ontwikkeling en de komst van het instrument. Tenslotte zetten we ondersteuners in die de implementatie in de praktijk kunnen begeleiden.
  2. Behandelaren worden getraind op scholingsbijeenkomsten die speciaal hiervoor worden georganiseerd. Tijdens de training is niet alleen aandacht voor gebruik van het instrument zelf maar ook over de waarde van shared decision making in de praktijk. Hoe kan dit bijdragen aan effectievere en efficiëntere zorg en een grotere cliënttevredenheid?
  3. We kunnen de mening van behandelaren in het land rondom ROM niet veranderen. We hopen echter dat we met dit behandelkeuze instrument wèl kunnen laten zien op welke manier ROM een meerwaarde voor de praktijk kan zijn. Mogelijk dat de attitude ten opzichte van ROM daardoor iets verschuift.

Wat kunnen anderen ervan leren?

Zoals hierboven geschetst is het gebruik van ROM in de GGZ omstreden geraakt, met name omdat professionals steeds meer het idee kregen dat de hele exercitie niet meer bedoeld was voor het verbeteren van de behandeling maar alleen nog ingezet werd ‘om de verzekeraar te dienen’. Daarmee dreigde het kind met het badwater te worden weggegooid. Binnen beroepsgroepen ontstaat gelukkig ook een tegenbeweging. Die pleit voor een meer zorginhoudelijk gedreven toepassing, dicht bij behandelaar en cliënt (en zijn naasten) (Schoevers en Beekman, Tijdschrift voor Psychiatrie 2017). Dit project kan demonstreren dat de bestaande data te gebruiken zijn om de zorg te verbeteren voor de cliënt.

Hoe kunnen ze eraan bijdragen?

Belangstellenden kunnen zich aanbieden als instelling om het instrument uit te proberen. Dat kan tijdens de looptijd van het project als de instellingen zijn aangesloten op RoQua. Na afloop van het project kunnen instellingen die niet deelnemen aan RoQua het algoritme inbouwen in hun eigen ROM-systeem en op die manier bijdragen aan de verdere verspreiding van dit behandelkeuz- instrument.

Met wie kunnen belangstellenden contact opnemen?

Frederike Jörg, projectleider op het Samen Sturen project en Kaying Kan. projectcoördinator

Reacties